Hans Ramler is aangesteld als Professor of Practice bij de faculteit Civiele Techniek van de TU Delft. Met deze nieuwe rol wil de TU Delft de afstand tussen wetenschap en praktijk verkleinen.
De laatste jaren lag de focus van de TU Delft op internationalisering en wetenschappelijke output, en daarmee op het versterken van de internationale positie. Dat heeft effect gesorteerd: de TU is flink gestegen in de verschillende rankings van universiteiten (momenteel op plek 47 in QS World University Rankings). De Faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen scoort zelfs nog beter (plek 3 in diezelfde ranking, op het onderwerp Civiele Techniek). Dit heeft echter een keerzijde: de aansluiting met de markt is onder druk komen te staan. Studenten weten minder hoe het echt werkt en zijn als het ware minder ‘project-ready’.
Met de komst van meerdere Professors of Practice wil de TU daar verandering in brengen. Ramler is de eerste die deze positie gaat bekleden. Zijn vakgebied: construction technology, ofwel uitvoeringstechnologie. Ramler heeft zijn aanstelling onder meer te danken aan zijn grote staat van dienst in de bouw en zijn ervaring bij spraakmakende projecten bij Ballast Nedam en BAM. Sprekende voorbeelden zijn de Tweede Schipholtunnel, de Tramtunnel in Den Haag en de Afsluitdijk. Ook was hij betrokken bij diverse innovaties, zoals 3D betonprinten en het Xbloc+. Momenteel is hij Issuemanager bij de nieuwe Pallas Reactor in Petten en CTO voor ProRail bij de HSL-Zuid.
Ook in het onderwijs heeft Ramler zijn sporen verdiend. Hij geeft sinds 2021 les aan de TU Delft, is sinds 2015 Ambassadeur bij de studievereniging Practische Studie, gaf les in voorspantechniek, heeft meegeschreven aan diverse onderwijsboeken en was 10 jaar lang voorzitter van de Betonvereniging. Andere opvallende nevenactiviteiten zijn het voorzitterschap van de Raad van Advies bij CI Engineers, voorzitter van de Raad van Commissarissen van Omnidots en lid van de Raad van Toezicht van het Constructeursregister. In al die rollen wordt Ramler gekenschetst als een echte verbinder.
Om kennis te delen schreef Ramler diverse artikelen in vakbladen. Opvallend: als een van zijn hoogtepunten noemt Ramler de onderscheiding met de Gouden pen voor het beste Cement-artikel uit 1996 over het grijze gebied van jong beton (samen met Klaas van Breugel en Bas Obladen).
In zijn nieuwe rol heeft Ramler een aantal speerpunten, zo lichtte hij toe in zijn aanvaardingsrede op 27 maart 2026. Hij wil, samen met een tweede aan te stellen Professor of Practice Integrale Veiligheid (een initiatief van Heijmans), een bijdrage leveren aan veiligheid in de bouw, in de brede zin des woords. Meer veiligheid is hard nodig. Ieder ongeluk in de bouw is er een te veel en achter ieder sterfgeval gaat veel leed schuil.
Nauw aan zijn hart gaat de registratieplicht. Waar dat voor veel vakgebieden in Nederland en ook voor ingenieurs in het buitenland de normaalste zaak van de wereld is, geldt er bij ons als constructeur beroepsregistratieplicht. Terwijl borging van vakbekwaamheid, onder meer door permanente educatie, essentieel is om de veiligheid te verbeteren. Ramler gaat zich sterk maken voor een verplichting van het Constructeursregister in Nederland. Om het belang van registratie wetenschappelijk laten onderbouwen wil hij er een afstudeerder op zetten.
Een derde speerpunt is het verkleinen van de afstand tussen wetenschap en praktijk, in feite de hoofdreden van zijn aanstelling. Dat doet hij al enkele jaren met zijn college Construction Technology en zijn verbindende rol bij stages en excursies voor studenten. Hij wil dat verder uitbouwen. Overigens is het verkleinen van die afstand niet alleen een verantwoordelijkheid van de TU’s maar ook van de markt, zo benadrukt Ramler.
Tot slot noemt Ramler de grote V&R opgave (vervanging en renovatie) die op ons afkomt, waar op de TU aandacht naar uitgaat onder de noemer Connection Infrastructures. Met dat onderzoeksprogramma gaat hij aan de slag samen met prof. Max Hendriks en prof. Marcel Hertogh. De achterliggende reden is dat veel infrastructuur het einde van de levensduur nadert. TNO becijferde dat we in Nederland tot 2100 € 260 miljard moeten uitgegeven om de kwaliteit op peil te houden. Dat is een grote uitdaging: er is gebrek aan geld, de arbeidsmarkt is krap en er zijn andere onderwerpen die veel aandacht vragen zoals klimaatverandering en defensie. Het vraagt om een sectorbrede aanpak, met een rol voor de markt, de overheid én de wetenschap. Ramler pleit daarbij voor het goed inzetten van kennis die vanuit versterkingsprojecten wordt opgedaan, onder meer bij het uitvoeren van proefbelastingen. Als die kennis wordt teruggekoppeld aan ingenieursbureaus, kunnen die dat weer gebruiken in andere projecten.
Ramler zit dus nog vol ambitie, terwijl hij de pensioengerechtigde leeftijd al heeft bereik. Maar dat ziet hij zelf als geen enkel probleem. Sterker nog: er zouden in zijn ogen meer pensionado’s actief moeten blijven om zo het probleem van krapte in de arbeidsmarkt enerzijds en de terugkopende kennis anderzijds het hoofd te bieden. Samenwerken met anderen is daarbij heel belangrijk, zo heeft hij in zijn hele loopbaan ervaren. Succes bereik je nooit alleen.
Ramler is per 1 januari 2026 aangesteld voor 0,2 FTE.
In 2019 verscheen in Cement een interview met Hans Ramler. Lees ook zijn eerdere artikelen en columns in Cement.
Reacties