Kennisplatform over betonconstructies

Kennis en kunde, deel 2
Nico Scholten

vrij 6 oktober 2017

In mijn vorige blog schreef ik over de ontwikkelingen in de regelgeving. Heeft dat u ertoe gebracht de ontwikkelingen zelf beter te volgen? Bijvoorbeeld over de ontwerp Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)? Wat er ook met die wet gaat gebeuren, een kwaliteitsslag in de bouw zullen we móeten maken.

De ontwerp Wkb staat dan weliswaar sinds 11 juli 2017 on hold, maar laat u niet in slaap sussen. Door geen van de partijen is het uitgangspunt van de wet ter discussie gesteld dat de opdrachtgever recht heeft op 100% conforme bouwwerken, en dus ook op 100% conforme bouwconstructies. Dit zonder dat de opdrachtgever voor alle ‘falen’ tijdens en na het wordingsproces van een bouwwerk moet opdraaien. Het is triest te moeten vaststellen dat dat realiseren van 100% conforme constructies niet lukt. We laten ons soms vanwege de lage prijs tot een ’wanprestatie’ verleiden. Geldt er ook voor een constructeur niet een schriftelijke waarschuwingsplicht? Gemeenten halen nog altijd vele omissies uit constructieve berekeningen.
 

Praktijkvoorbeeld 1: elk bouwwerk uniek?

Recent stelde een architect in een rondetafelbijeenkomst weer eens dat elk bouwwerk uniek is en dat we daarom niet in staat zijn ‘foutloos’ te bouwen. Hij stelde tegelijk dat hij met zijn oren stond te klapperen bij onze toelichting op de betekenis van de regelgeving. Ook was hij van mening dat hij daar bij zijn ontwerpen toch geen rekening mee hoefde c.q. kon houden. Hoe leggen we dat de burger uit? Stel dat een slager zegt dat elke koe anders is en hij daarom niet kan instaan voor de kwaliteit van zijn vleeswaren. Hoe reageren we dan?

Het is op zichzelf al triest te moeten constateren dat de bouwkolom overheidswetgeving nodig heeft om zich te vormen tot een volwaardige bedrijfstak die in staat is datgene te doen wat de markt vraagt. En ook is het triest dat de bedrijfstak niet zelf in staat is ‘kwaliteit’ te leveren op niveau en tegen een prijs die maatschappelijk aanvaardbaar is, dus zonder 10%-15% faalkosten en met 100% garantie dat alles in orde is.

Hoewel we al vanaf 2008 praten over de noodzakelijke kwaliteitsslag, zien we niet of nauwelijks marktinitiatieven om te komen tot zelfregulering. Dat geeft ook te denken.
 

Praktijkvoorbeeld 2: Grenfell-brand

Plotseling was er wel aandacht in de media – tot aan Nieuwsuur toe – voor het ‘falen’ toen in Londen bij de Grenfell-brand meer dan 80 slachtoffers waren te betreuren. Opeens stond de beoogde private kwaliteitsborging midden in de schijnwerpers met de prangende vraag of dit wel de goede richting voor een noodzakelijke mentaliteitsverandering zal zijn. De politiek werd wreed wakker geschud om te ontdekken dat deze private kwaliteitsborging toch echt niet het ei van columbus is. Dat was door diverse partijen al veel eerder aangegeven – ook het EIB schreef recent nog: “het voorgestelde systeem hebben we nergens in de wereld”. Maar het werd telkens ambtelijk terzijde geschoven.

Met de Grenfell-brand werd plotseling duidelijk dat de burger in de steek wordt gelaten als het gaat om het realiseren van een veilig gebouwde omgeving. De media stonden meteen vooraan om conclusies te trekken. Maar waren die snelle conclusies wel mogelijk? Nee, pas rond Pasen 2018 zal duidelijk zijn wat er allemaal niet goed is gegaan. Waar schoten regels tekort? Waar schoot de kennis en de kunde tekort?
 

Praktijkvoorbeeld 3

ERB werd een vraag voorgelegd over de aan te houden gevolgklasse in een bepaalde situatie. Toen het de vragensteller duidelijk werd dat hij voor een onderbouwde beantwoording van zijn vraag zou moeten betalen, haakte hij af. Een vreemd signaal. Als je niet zelf over de kennis en de kunde beschikt en dus kennis moet inkopen, is het toch logisch dat je daarvoor moet betalen?! Er kunnen zich nu twee dingen in de praktijk voordoen. Of de gerealiseerde oplossing is te onveilig of het tegenovergestelde: te veilig en daarmee onnodig duur. In beide gevallen is de burger (opdrachtgever) het kind van de rekening.

Zo komen we bij de kern van het probleem. Wat weet eenieder in de bouw van de (publiek- en privaatrechtelijke) voorschriften en de achtergronden daarvan? We moeten constateren (de goeden niet te na gesproken): veel te weinig. We hebben met zijn allen dus een enorme inhaalslag te maken. Als we dat al vanaf het rapport van de commissie Dekker weten (anno 2008), waarom is er dan nog geen enkel initiatief tot verbetering daarin genomen?

Nog even twee uitsmijters. Al kennis genomen van ontwerp NPR 9998:2017 over de aardbevingsbestendigheid van gebouwen in Noord-Oost Nederland? Al kennis genomen van de van de voorgenomen wijzigingen van het Bouwbesluit 2012 per 01.01.2018 op het constructieve vlak? Dan heeft u ook moeten vaststellen dat ook bij de kennis van onze centrale overheid zo nu en dan vraagtekens zijn te plaatsen. In 2009 zijn we in de constructieve wereld geschrokken van de onveiligheid die bij verbouw van bruggen wettelijk mogelijk was geworden. Schrikken we per 01.01.2018 nu weer, maar dan ten aanzien van de te lage veiligheid van woonboten?

Reacties

gerald lindner - cc-studio 07 oktober 2017 01:10

Doel van elke bureaucratie is meer bureaucratie te scheppen. Dat is m.b.t. de bouwregelgeving aardig gelukt. In de Nen's kunnen onderzoekers hun hobby naar hartelust jarenlang uitleven. Ik moest laatst aan een jaren 30 gebouw een aanbouw maken. De originele berekeningen waren op slechts 2 A2 kalkvellen compleet opgetekend en anno 2017 prima te begrijpen. Het gebouw staat al een kleine eeuw probleemloos overeind. Het was zeer pijnlijk te moeten constateren hoeveel normen (welke versie nu weer?) ik moest raadplegen om eenvoudig uit hout, staal en betonen opgetrokken aanbouwconstructie met fundering correct te berekenen. Ben ik nu werkelijk "veiliger" bezig dan mijn collega uit 1930? Ik denk van niet. De toegenomen complexiteit maakt inherent de kans op fouten exponentieel groter en de overdracht van informatie/inzicht over tijd moeilijker. Ik ben erg benieuwd hoe in 2117 er tegen onze berekeningen uit 2017 zullen worden aangekenen. Ik denk met medelijden. Als we naar het onderwerp "kwaliteit" kijken is het misschien goed ook even hierbij stil te staan. Kwantiteit in regelgeving is geen garantie voor kwaliteit. Integendeel.

Romijn - Ostrea Advies 07 oktober 2017 00:45

Praktijkvoorbeeld 4: De Grolsch Veste in Enschede. Was er echt geen tijdsdruk bij de opdrachtgever? Hoe kon men de stabiliteit tijdens de uitvoering zo veronachtzamen? Praktijkvoorbeeld 5: Julianabrug in Alphen a/d Rijn. De fatale uitvoeringswijze werd bijna zeker ingegeven door de doorvaarteisen van de overheid. Waarom leren we niet van die vergissingen en gaat veiligheid voor alles? Praktijkvoorbeeld 6: De parkeergarage bij vliegveld Eindhoven. Was het oorspronkelijke idee van de bollenvloer wel geschikt voor dit soort plaatvloeren met grote overspanningen in beide richtingen? Helemaal vreemd is dat een minister aan gemeenten gaat vragen om een inventarisatie, terwijl de producent dat zo moet kunnen oplepelen uit zijn archief. Maak van de overheid weer een serieuze toetsingsinstantie met voldoende gekwalificeerd personeel, die ook regelmatig op bouwplaatsen komt.

B. van Ens - Tauw 06 oktober 2017 17:53

Ik heb even gegoogled wat ERB is. Ik lees: "Expertisecentrum Regelgeving Bouw is een onafhankelijk expertisecentrum dat markt en overheid ondersteunt bij het interpreteren en toepassen van de bouwregelgeving." Dat is mooi maar waarom is dat ERB nodig? Zijn de regels zo onduidelijk of hebben constructeurs of architecten onvoldoende kennis van de regels? Ik weet natuurlijk niet wie in het praktijkvoorbeeld 3 de vraag inzake de gevolgklasse stelde. Ik hoop dat het geen constructeur of architect was. Constructeurs en architecten moeten voldoende kennis in huis hebben om te ontwerpen, en wanneer ze dat niet hebben is dat geen schande maar moeten ze die kennis inderdaad in huis halen. Dat is uiteraard niet gratis. Afhaken wanneer het op betalen aankomt past niet bij een goed ontwerper. Wat regels betreft nog wel even dit: de huidige regelgeving is vandaag de dag inderdaad nogal eens chaotisch. Schrijvers van regelgevingen dienen zich terdege te beseffen dat het schrijven van regelgeving één ding is maar dat de invoering van die regelgeving niet gaat zonder goede duidelijke voorlichting. Goede branche-verenigingen doen er ook het nodige aan om de regels zo duidelijk mogelijk te krijgen.

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren