Log in
inloggen bij Cement
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Alle kennis / Artikelen

Interview met Max Hendriks

In gesprek met de nieuwe hoofdredacteur van Cement Jacques Linssen - 14 februari 2022

In juni 2021 begon hij als hoogleraar betonconstructies en sinds begin dit jaar is hij ook hoofdredacteur van Cement: Max Hendriks is een belangrijk nieuw gezicht in de betonwereld. Jacques Linssen vroeg hem naar zijn motivaties en drijfveren. Drie daarvan vormen een duidelijke rode draad: mensen, inhoud en maatschappij.

Curriculum vitae

Prof.dr.ir. Max Hendriks
59 jaar

WERK
1991 – 2007 Onderzoeker numerieke mechanica, projecteider, productmanager eerst bij TNO Bouw, later bij de spin-off TNO Diana, nu Diana FEA geheten
2007 – 2021 Universitair (hoofd)docent constructiemechanica aan de TU Delft
2021 – heden Hoogleraar en sectieleider betonconstructies aan de TU Delft

NEVENFUNCTIES
2011 – heden Hoogleraar betonconstructies aan de Technisch-natuurwetenschappelijke Universiteit van Noorwegen (NTNU)
2022 – heden Wetenschappelijk directeur 4TU.Bouw
2022 – heden Hoofdredacteur Cement

OPLEIDING
1980 – 1986 Werktuigbouwkunde, TU Eindhoven
1986 – 1988 Eerstegraadsbevoegdheid wiskunde, TU Eindhoven
1987 – 1991 Assistent in opleiding (nu: promovendus) biomechanica, TU Eindhoven
2007 – 2009 Universitaire onderwijskwalificatie, TU Delft

Met de deur in huis. Mensen die je nog niet kennen zullen wellicht zeggen: een werktuigbouwkundige bij betonconstructies, is dat niet vreemd? Zie jij jouw opleiding als een handicap?

“Een volmondig nee. Sterker nog: nu, drie decennia na mijn studie, durf ik het om te draaien. Dingen van een andere kant bekijken, bewust of onbewust, levert veel voordelen op, vooral in de wetenschap. Beton is voor mij ook allesbehalve een nieuw terrein. Al direct na mijn promotie op de TU Eindhoven kwam ik, bij TNO Bouw, in aanraking met de bouwsector. Dat was voor mij een perfecte leerschool. In die tijd liep ik overigens niet echt te koop met mijn ‘werktuigbouwkundige verleden’, vooral om reacties als ‘gaat die fietsenmaker me vertellen hoe mijn betonconstructie werkt?’ te vermijden. Een reactie die ik trouwens nooit heb gehoord.

Het is opvallend hoeveel verwantschap er is tussen de twee studies. Zo heet de werktuigbouwkundige studievereniging in Eindhoven ‘Simon Stevin’ en ons laboratorium in Delft huist in het Stevin Lab. Ik ben dus eigenlijk terug bij af! En als dit anekdotisch bewijs nog niet overtuigend genoeg is: het gebouw voor werktuigbouwkunde in Eindhoven, indertijd W-hoog geheten (foto 2), is de allereerste winnaar van de Betonprijs!

Overigens was de keuze om werktuigbouwkunde te gaan studeren relatief arbitrair. Het had net zo goed natuurkunde of civiele techniek kunnen zijn. Het was mechanica dat mij motiveerde. Mijn promotor Jan Janssen zei – toen hij mij overhaalde promovendus biomechanica te worden – dat traditionele werktuigbouwkundige materialen mechanisch te weinig uitdaging bieden. Dat was de spijker op zijn kop.”

Na jouw tijd bij TNO DIANA, waar je verantwoordelijk was voor de ontwikkelingen van het FEM-pakket, maakte je de overstap naar de TU. Wat bracht jou daartoe?

“DIANA werd in die tijd een zelfstandig bedrijf en dat leidde onherroepelijk tot veranderingen. Onderzoek stond minder op de voorgrond en dat vond ik jammer. En werken op de universiteit sprak mij altijd al aan, zeker de combinatie met onderwijs. Al direct na mijn studie heb ik een eerstegraads onderwijsbevoegdheid gehaald, met het idee ooit les te gaan geven.”

In 2011 werd je hoogleraar betonconstructies aan de Universiteit van Trondheim. Hoe kwam je daar terecht?

“Dat is vooral voortgekomen uit mijn contacten uit mijn DIANA-tijd. De Universiteit van Trondheim was een van de eerste buitenlandse gebruikers en ik werd op een bepaald moment benaderd. Eigenlijk betrof het een fulltime aanstelling, maar dat wilde ik zeker niet. Ik had een gezin in Nederland en we vonden het geen goed moment om te gaan emigreren naar Noorwegen. Dus ze lieten me parttime beginnen met het idee dat dat later wel fulltime zou worden. Dat is er nooit van gekomen.”

Waren die twee taken te combineren?

“Toen ik in Delft begon wilde ik absoluut geen combibaan. DIANA probeerde me nog te overtuigen deels bij hun te blijven, maar dat zag ik niet zitten. In het bedrijfsleven stuur je veel op de korte termijn. Dat gaat heel lastig samen met de langetermijndoelen van een universiteit. Bij het combineren van twee universiteiten heb je dat probleem niet. Bovendien kun je dingen in elkaar over laten lopen. Delen van colleges hergebruiken bijvoorbeeld. Maar soms was het gezien de afstand wel puzzelen. Ik vulde mijn parttime functie zo in dat ik een week in de maand in Noorwegen zat. Met colleges moest ik dat goed uitkienen. Af en toe was het nodig om om 6:00 uur ’s ochtends het vliegtuig te nemen om in Delft college te kunnen geven.”

Welke verschillen merk je tussen Noorwegen en Nederland?

“De groep is in Noorwegen veel kleiner en dat heeft zo zijn voordelen. Je zou het omgekeerde schaalvoordelen kunnen noemen. Ze doen daar veel meer in één en dezelfde groep. Constructies, mechanica, materiaal, het zit allemaal letterlijk in één gang. De groep heet ook ‘betong’ en niet ‘betongkonstruksjoner’, zoals bij ons. Maar overeenkomsten zijn er ook. Het eerste wat me opviel toen ik in Noorwegen begon, is hoe de onderzoeksagenda’s overeenkomen met Nederland. Ze volgden en volgen goed wat er in Nederland gebeurt. Daar mogen we trots op zijn. Andersom, waar zij trots op mogen zijn, is dat zij verder zijn met een aantal meerjarige programma’s waarbij de hele (kennis)keten betrokken is. Een grote stimulans daarbij is dat het Noorse parlement een langetermijndoelstelling heeft goedgekeurd om de E39 te ontwikkelen tot een verbeterde en doorlopende kustsnelweg tussen Kristiansand en Trondheim (fig. 3). Een indrukwekkend project waarbij alle beroemde fjorden worden gekruist. Er lopen nu ongeveer 50 promotie- en postdocprojecten.”

En nu dus hoogleraar betonconstructies. Wat heeft je gemotiveerd in die keuze?

“In alle eerlijkheid: hoogleraar betonconstructies was bepaald geen jeugddroom. Maar ik ben nooit een carrièreplanner geweest. Wel wist ik op ieder moment wat me aantrok en wat me niet aantrok. Toen ik in Delft begon in 2007, op de zesde verdieping (bij de vakgroep Mechanica, red.), ben ik vrijwel direct gaan samenwerken met de afdeling betonconstructies beneden in het Stevin Lab. Dat puur omdat ik het leuk en interessant vond wat daar gebeurde. De samenwerking werkte heel goed, eerst met Joost Walraven en later met Dick Hordijk. Zij met hun specifieke mechanicakennis voor betonconstructies en hun experimenten en wij met onze kennis van numerieke mechanica.

Ik merkte pas later eigenlijk dat die samenwerking bijzonder was. De focus ligt eerder op verdieping. Verbreding door samenwerking lijkt minder in de natuur van medewerkers binnen de universiteit te liggen.

Belangrijk in mijn keuze was ook dat beton een fantastisch materiaal is, dat grandioze constructies mogelijk maakt. Hoewel het soms een stempel krijgt van iets uit de vorige eeuw, is het een boeiend onderzoeksveld met enorme wetenschappelijke uitdagingen. Het doet 200% recht aan mijn nieuwsgierigheid. Beton heeft bovendien een belangrijke rol voor de maatschappij en daar wil ik graag aan bijdragen.”

Hoogleraar betonconstructies was bepaald geen jeugddroom

Er is vóór jou zo’n twee jaar geen hoogleraar betonconstructies geweest. Wat is daarvan de ‘schade’?

“Die valt heel erg mee. Een groep met relatief jonge en enthousiaste mensen heeft enorm goed op de winkel gepast. Dat is hun verdienste én de verdienste van mijn voorganger. Het dwingt mij tot bescheidenheid. Maar als ik dan toch ‘schade’ wil benoemen, dan is dat imagoschade. Ik merk dat sommige gesprekpartners de indruk hadden dat ik in een soort sterfhuis terecht zou komen. Maar dat is absoluut onterecht. We zijn als groep nu weer op oorlogssterkte (foto 5) en daar ben ik heel blij om. Met name het aantal promovendi is enorm toegenomen, grotendeels al voor mijn tijd. Dus ook daar moet ik bescheiden over zijn.

Je ziet ook wel dat mensen op een latere leeftijd willen gaan promoveren, terwijl ze hun reguliere baan behouden. Mijn ervaring is dat dit bijna altijd tot een zware bevalling leidt. Onder meer vanwege de tijdsbesteding. Het bedrijf waar ze werken zal altijd hard aan ze blijven trekken. Vanwege de urgentie wint het bedrijf meestal. Bovendien blijkt het heel moeilijk om telkens je mind om te zetten. Gelukkig zie ik ook dat het goed kan gaan, met hele mooie baby’s als resultaat!

Wat hier misschien aardig is om te noemen is de opkomst van PDEng’s. Dat zijn tweejarige projecten, meestal uitgevoerd door iemand die binnen een bedrijf werkt. Het zijn projecten die minder fundamenteel zijn dan promotieprojecten, maar wél een hoger technology readiness level hebben, zoals we dat nu in NASA-taal noemen. Hiermee kunnen we een goede brug met de praktijk slaan. Want voor de maatschappij is vier jaar gigantisch lang. En de vraag is er. Je ziet nu bijvoorbeeld dat ProRail een aantal PDEng’s binnen hun organisatie wil hebben.”

In hoeverre komt jouw kennis van FEM van pas in de groep betonconstructies?

“Het doet mij goed om te zien dat eindige-elementenmodelleringen gemeengoed zijn geworden in zowel de praktijk als bij onderzoek aan betonconstructies. Wereldwijd zijn ze een integraal onderdeel van onderzoeksprojecten aan betonconstructies. Net zoals experimenten overigens.

In die experimenten is wel het nodige veranderd. Traditioneel werden ze vooral gebruikt voor de validatie van modellen, om te toetsen of wat je in je FEM-model hebt veronderstelt waar is en om dat model indien nodig bij te stellen. Tegenwoordig zit er veel meer wisselwerking tussen experimenten en modellen. Hier is een anekdote op zijn plaats. Toen ik als jonge onderzoeker begin jaren 90 met mijn toenmalige baas over het onderzoeksterrein van TNO Bouw in Rijswijk liep, vertelde hij me dat die laboratoria zouden verdwijnen en dat alles vervangen zou worden door geavanceerde numerieke mechanica. Wat ben ik nu, 30 jaar later, blij dat dit niet waar is. In tegendeel zelfs: numerieke modellen geven richting aan experimenteel onderzoek en vice versa.”

Volledige bericht lezen?

Het volledige item is gratis beschikbaar voor onze leden.
Nog geen lid? meld u aan bij ons netwerk.

Reacties

x Met het invullen van dit formulier geef je Cement en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Renda ©2022. All rights reserved.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren