Aan weerszijden van de keerconstructie in de Selectieve Onttrekking bij de Zeesluis IJmuiden, waarmee het zoute en het zoete water worden gescheiden, bevinden zich de landhoofden, die bestaan uit een prefab sponningselement. Deze elementen zijn voorgebouwd op een voorbouwlocatie en vervolgens naar de definitieve locatie gevaren. Diverse constructies zorgen voor een juiste krachstafdracht.
20?CEMENT?7 2025 1 Kantelen prefab element landhoofd op voorbouwlocatie (foto: Van Hattum en Blankevoort/Drone Addicts)
Landhoofden met
prefab sponningen
Hybride constructie draagt horizontale en verticale belastingen af
1
CEMENT 7 2025 ?21 Selectieve Onttrekking
De landhoofden vormen de verti-
cale en horizontale oplegging
voor de scheidende wanden en
zijn geïntegreerd in de kerende
constructie, die zich aan beide
zijden van het Binnenspuikanaal
bevindt.
De landhoofden zijn identiek en
bestaan uit een prefab betonnen element
(de 'prefab sponning') van 15 m lang met
een doorsnede van 3,75 × 2,1 m² (fig. 2). Over
de hoogte van dit element is een sleuf (de
daadwerkelijke sponning) opgenomen van
1,25 × 1,125 m², waarin de betonnen schei-
dende wanden vallen. Onderin het prefab
element bevindt zich een vloer.
De bovenkant van het landhoofd ligt
op NAP +1 m, de onderzijde op NAP -14 m.
Bouwkuip
De prefab sponning is geplaatst in een per-
manente bouwkuip met aan de landzijde
verankerde combiwanden (buispalen Ø1420
× 21) en aan de waterzijde een damwand-
scherm (AZ52-700) (fig. 3). Als waterdichte
afsluiting aan de onderzijde is onderwater-
beton (OWB) aangebracht, verankerd met
verticale GEWI-trekankers. De bouwkuip
maakt deel uit van de permanente dragende
constructie.
Door het toepassen van een bouwkuip
met onderwaterbeton kon het element in
den droge worden geplaatst. Hierdoor is veel
duik- en onderwater laswerk vermeden.
Het onderwaterbeton in de bouwkuip
is in de eindsituatie niet dragend. Verticale
belastingen worden door de combiwanden
afgedragen naar de ondergrond.
In de eindsituatie is de middelste plank
van het damwandscherm van de bouwkuip
afgebrand en verwijderd. Zo is er ruimte
ontstaan om de betonnen scheidingswanden
te plaatsen. Twee rubber omega-profielen
tussen de prefab sponning en het resterende
damwandscherm zorgen voor een water-
dichte afsluiting, waardoor achterloopsheid
niet op kan treden (fig. 3).
Verbindingen
Na het plaatsen van de prefab sponning,
moest hij op drie niveaus worden verbonden
met de combiwanden van de bouwkuip. Dit
ten behoeve van de afdracht van de horizon-
tale belastingen en het op zijn plek houden
van de element.
Allereerst is het prefab element door
middel van twee stalen frames (fig. 2, foto 4)
horizontaal verbonden met de achterste vijf
buispalen van de combiwand, op NAP -8 m
en NAP -12,90 m. Aan de buispalen en het
betonelement zijn bakjes gemaakt waar de
staalframes in vallen (foto 5). Hierbij is zo-
veel mogelijk gebruikgemaakt van verbin-
dingen die enkel drukkrachten overbrengen.
Zodoende wordt een eenduidige en voor-
Aan weerszijden van de keerconstructie in de Selectieve Onttrekking bij de Zeesluis IJmuiden,
waarmee het zoute en het zoete water worden gescheiden, bevinden zich de landhoofden,
die bestaan uit een prefab sponningselement. Deze elementen zijn voorgebouwd op een
voorbouwlocatie en vervolgens naar de definitieve locatie gevaren. Diverse constructies
zorgen voor een juiste krachstafdracht.
Contour dom biwand
Staalframe 2
Staalframe 1
Contour dam wand
Onderwaterbeton
Prefab sponning
In situ pet
22?CEMENT?7 2025 2 3D-view landhoofd (exclusief groot deel van bouwkuip/combiwand)
3 Doorsnede landhoofd NAP -1,6 (inclusief bouwkuip/combiwand)
4 Staalframe van bovenaf gezien (foto: Dennis Westerink, DW Welding)
De prefab
sponning is
door middel van
2 stalen frames
horizontaal
verbonden met
de combiwand
2
3
4
CEMENT 7 2025 ?23 Selectieve Onttrekking
spelbare krachtswerking gerealiseerd. Het
ontwerp van de stalen bakjes en de krachts-
inleiding in de buispalen is gecontroleerd in
het 3D-eindige-elementenprogramma RFEM.
Hierbij is het globale effect in de buispalen
(buiging en normaalkracht) gecombineerd
met het lokale effect (geconcentreerde
krachtsinleiding).
Aan de bovenzijde is een in situ beton-
nen vloer (de 'pet') gestort, waarmee de
prefab sponning ook aan de bovenzijde met
combiwand is verbonden. Via deze pet kun-
nen zowel horizontale als verticale belastin-
gen worden afgedragen naar de buispalen.
In de eindsituatie ontstaat zo een
hybride constructie van beton, constructie-
staal en een combiwand die de horizontale
en verticale belastingen afdragen naar de
ondergrond. Deze totaalconstructie wordt
het landhoofd genoemd.
Krachtswerking
Verticale belastingen?De totale verticale
belasting bedraagt circa 7000 kN per land-
hoofd. Deze wordt op twee manieren afge-
dragen, afhankelijk van de stap in de bouw-
fasering.
Bij plaatsing van de prefab sponning
in de bouwkuip rust het element op het on-
derwaterbeton en het daaronder aanwezige
draagkrachtige zandpakket.
In de eindsituatie, dus na het gereed-
komen van de pet en het plaatsen van de
scheidende wanden op de vloer onderin het
prefab element, wordt verreweg het grootste
deel van de verticale belasting afgedragen
via de prefab sponning en de pet naar de
buispalen van de combiwand.
Door de aanwezigheid van de pet ont-
staat een stijver systeem, waarbij de con-
structie hangt aan de buispalen. Dankzij het
uitgangspunt dat alle verticale belastingen
via de bovenzijde kunnen worden afgedragen,
kunnen het OWB en de trekankers in het
OWB worden beschouwd als een tijdelijke
constructie.
Horizontale belastingen?In horizontale
richting, haaks op de scheidende wanden
(evenwijdig aan het Binnenspuikanaal),
dragen de wanden via opleggingen de belas-
ting af op de prefab sponning. Iedere wand
heeft vier horizontale opleggingen, twee per
zijde. Deze wordt vervolgens, door de prefab
sponning, afgedragen naar de stalen frames
en de in situ pet, en vervolgens naar de buis-
palen.
In de richting evenwijdig aan de schei-
dende wanden (haaks op het Binnenspuika-
naal) is aan de bovenzijde van de prefab
sponning een oplegging voorzien om hori-
zontale belasting evenwijdig aan de wanden
op te nemen, waarna deze ook via de pet
naar de buispalen wordt afgedragen.
5 Laswerk aan een van de bakjes voor de staalframes (foto: Dennis Westerink, DW Welding)
5
In de eindsituatie
hangt de prefab
sponning via
de pet aan de
buispalen
24?CEMENT?7 2025 6 Krachtsafdracht verticaal in eindsituatie?7 Krachtsafdracht horizontaal in eindsituatie
8 Doorsnede prefab sponning met voorspankabels en hijspunten
9 Doorsnede zijwand verbinding prefab sponning-pet
Meer over deze opleggingen staat in het deel
over de scheidende wanden.
Het principe van de verticale en horizontale
krachtsafdracht in de eindsituatie is weer-
gegeven in figuur 6 en 7.
Om de krachtswerking en de interactie tus-
sen betonconstructie, combiwand en grond
goed te kunnen beschouwen, zijn rekenmo-
dellen gemaakt in Plaxis 3D en Scia Engineer.
Randvoorwaarden en vervormingen zijn
hierbij afgestemd om tot een juiste modelle-
ring te komen. Hierbij zijn ook zaken als
bouwfasering en variaties in grondgedrag
beschouwd. Betonconstructie en wapening
Het prefab betonnen element is uitgevoerd
in voorgespannen beton. De voorspanning is
bedoeld als ophangwapening, maar ook om
de momentcapaciteit bovenin de prefab
sponning te vergroten. Door de grote verti-
cale belasting vervormt de pet en ontstaan
grote opendraaiende momenten in de aan-
sluiting van de prefab sponning en de pet.
De voorspanning bestaat uit 11 rechte
kabels, bestaande uit 15- en 7-strengs kabels
(fig. 8). Voor de verbinding tussen de prefab
sponning en de pet wordt gebruikgemaakt
van mechanische koppelingen.
De knoop aan de bovenzijde is uitda-
gend. De aanwezigheid van de grote open-
6 7
8
9
CEMENT 7 2025 ?25 Selectieve Onttrekking
draaiende momenten, grote dwarskrachten,
splijtkrachten, de hijspunten en de veranke-
ring van de voorspanning levert een inge-
wikkelde wapeningsknoop op, waarbij door
het gebruik van T-heads zoveel mogelijk
werkruimte is gecreëerd (fig. 9).
De maakbaarheid is gewaarborgd
door een stappenplan op te stellen waarbij
de wapening clashvrij in 3D is uitgewerkt
(fig. 10 en 11). Deze inspanning tijdens het
ontwerptraject heeft zich uitbetaald door
een vlotte uitvoering van het vlechtwerk.
Montage en hijspunten
De prefab sponningen zijn in horizontaal
liggende positie voorgebouwd. Om ze te kun-
nen plaatsten zijn ze gekanteld en met een
drijvende bok vervoerd naar de definitieve
positie.
Om het kantelen en inhijsen mogelijk
te maken zijn vier hijspunten voorzien, met
ingestorte shearkeys, die werken als afschuif-
verbinding, en acht M36 voorspanankers
(foto 1 en 12). De hijspunten zijn ontworpen
op het opnemen van zowel een grote dwars-
kracht als een trekkracht (vanwege het kan-
telen), als gevolg van het eigen gewicht van
240 ton. Door de wijze van voorbouwen en
transporteren kent iedere fase zijn eigen
specifieke ontwerpbelastingen en krachts-
werking.?
10 3D-wapening bovenzijde prefab sponning met hijspunten
11 3D-wapening pet
12 Hijspunten onderzijde prefab sponning (foto: Hugo Vlieland)
11
12
10
In de
wapeningsknoop
is door het
gebruik van
T-heads zoveel
mogelijk werk-
ruimte gecreëerd
In het kort
- De landhoofden bestaan uit een prefab betonnen element van 15 m lang, de prefab sponning
- De prefab sponning is geplaatst in een permanente bouwkuip
- In de eindsituatie is de middelste plank van het damwandscherm van de bouwkuip afgebrand om ruimte te maken voor de betonnen scheidingswanden
- De prefab sponning is door middel van twee stalen frames horizontaal verbonden met de combiwand
- Aan de bovenzijde is een in situ betonnen ‘pet’ gestort waarmee de prefab sponning ook aan de bovenzijde met combiwand is verbonden
- In de eindsituatie hangt de prefab sponning via de pet aan de buispalen
- Voorspanning is nodig om de momentcapaciteit bovenin de prefab sponning te vergroten
- In de wapeningsknoop is door het gebruik van T-heads zoveel mogelijk werkruimte gecreëerd
- Om de prefab sponningen te kunnen plaatsten zijn ze gekanteld en met een drijvende bok vervoerd naar de definitieve positie
Foto 1. Kantelen prefab element landhoofd op voorbouwlocatie (foto: Van Hattum en Blankevoort / Drone Addicts)
Projectgegevens
Project: Selectieve Onttrekking
Opdrachtgever: Rijkswaterstaat
Constructeur: Van Hattum en Blankevoort (beton- en kerende constructies), SPIE (zakdeur)
Aannemer: Van Hattum en Blankevoort, Volker Staal Funderingen, Van den Herik, SPIE
Leverancier(s): Trelleborg (oplegmateriaal), Diepstraten (wapening), Dywidag (voorspanning)
Oplevering: Eind 2024
De landhoofden vormen de verticale en horizontale oplegging voor de scheidende wanden en zijn geïntegreerd in de kerende constructie, die zich aan beide zijden van het Binnenspuikanaal bevindt. De landhoofden zijn identiek en bestaan uit een prefab betonnen element (de ‘prefab sponning’) van 15 m lang met een doorsnede van 3,75 × 2,1 m2 (fig. 2). Over de hoogte van dit element is een sleuf (de daadwerkelijke sponning) opgenomen van 1,25 × 1,125 m2, waarin de betonnen scheidende wanden vallen. Onderin het prefab element bevindt zich een vloer.
De bovenkant van het landhoofd ligt op NAP +1 m, de onderzijde op NAP -14 m.
Figuur 2 . 3D-view landhoofd (exclusief groot deel van bouwkuip / combiwand)
Bouwkuip
De prefab sponning is geplaatst in een permanente bouwkuip met aan de landzijde verankerde combiwanden (buispalen Ø1420 × 21) en aan de waterzijde een damwandscherm (AZ52-700) (fig. 3). Als waterdichte afsluiting aan de onderzijde is onderwaterbeton (OWB) aangebracht, verankerd met verticale GEWI-trekankers. De bouwkuip maakt deel uit van de permanente dragende constructie.
Door het toepassen van een bouwkuip met onderwaterbeton kon het element in den droge worden geplaatst. Hierdoor is veel duik- en onderwater laswerk vermeden.
Het onderwaterbeton in de bouwkuip is in de eindsituatie niet dragend. Verticale belastingen worden door de combiwanden afgedragen naar de ondergrond.
In de eindsituatie is de middelste plank van het damwandscherm van de bouwkuip afgebrand en verwijderd. Zo is er ruimte ontstaan om de betonnen scheidingswanden te plaatsen. Twee rubber omega-profielen tussen de prefab sponning en het resterende damwandscherm zorgen voor een waterdichte afsluiting, waardoor achterloopsheid niet op kan treden (fig. 3).
Figuur 3. Doorsnede landhoofd NAP -1,6 (inclusief bouwkuip / combiwand)
De prefab sponning is door middel van twee stalen frames horizontaal verbonden met de combiwand
Verbindingen
Na het plaatsen van de prefab sponning, moest hij op drie niveaus worden verbonden met de combiwanden van de bouwkuip. Dit ten behoeve van de afdracht van de horizontale belastingen en het op zijn plek houden van de element.
Allereerst is het prefab element door middel van twee stalen frames (fig. 2 en foto 4) horizontaal verbonden met de achterste vijf buispalen van de combiwand, op NAP -8 m en NAP -12,90 m. Aan de buispalen en het betonelement zijn bakjes gemaakt waar de staalframes in vallen (foto 5). Hierbij is zoveel mogelijk gebruikgemaakt van verbindingen die enkel drukkrachten overbrengen. Zodoende wordt een eenduidige en voorspelbare krachtswerking gerealiseerd. Het ontwerp van de stalen bakjes en de krachtsinleiding in de buispalen is gecontroleerd in het 3D-eindige-elementenprogramma RFEM. Hierbij is het globale effect in de buispalen (buiging en normaalkracht) gecombineerd met het lokale effect (geconcentreerde krachtsinleiding).
Aan de bovenzijde is een in situ betonnen vloer (de ‘pet’) gestort, waarmee de prefab sponning ook aan de bovenzijde met combiwand is verbonden. Via deze pet kunnen zowel horizontale als verticale belastingen worden afgedragen naar de buispalen.
In de eindsituatie ontstaat zo een hybride constructie van beton, constructiestaal en een combiwand die de horizontale en verticale belastingen afdragen naar de ondergrond. Deze totaalconstructie wordt het landhoofd genoemd.
Foto 4. Staalframe van bovenaf gefotografeerd (foto: Dennis Westerink, DW Welding)
Foto 5. Laswerk aan één van de bakjes voor de staalframes (foto: Dennis Westerink, DW Welding)
In de eindsituatie hangt de prefab sponning via de pet aan de buispalen
Krachtswerking
Verticale belastingen
De totale verticale belasting bedraagt circa 7000 kN per landhoofd. Deze wordt op twee manieren afgedragen, afhankelijk van de stap in de bouwfasering.
Bij plaatsing van de prefab sponning in de bouwkuip rust het element op het onderwaterbeton en het daaronder aanwezige draagkrachtige zandpakket.
In de eindsituatie, dus na het gereedkomen van de pet en het plaatsen van de scheidende wanden op de vloer onderin het prefab element, wordt verreweg het grootste deel van de verticale belasting afgedragen via de prefab sponning en de pet naar de buispalen van de combiwand.
Door de aanwezigheid van de pet ontstaat een stijver systeem, waarbij de constructie hangt aan de buispalen. Dankzij het uitgangspunt dat alle verticale belastingen via de bovenzijde kunnen worden afgedragen, kunnen het OWB en de trekankers in het OWB worden beschouwd als een tijdelijke constructie.
Horizontale belastingen
In horizontale richting, haaks op de scheidende wanden (evenwijdig aan het Binnenspuikanaal), dragen de wanden via opleggingen de belasting af op de prefab sponning. Iedere wand heeft vier horizontale opleggingen, twee per zijde. Deze wordt vervolgens, door de prefab sponning, afgedragen naar de stalen frames en de in situ pet, en vervolgens naar de buispalen.
In de richting evenwijdig aan de scheidende wanden (haaks op het Binnenspuikanaal) is aan de bovenzijde van de prefab sponning een oplegging voorzien om horizontale belasting evenwijdig aan de wanden op te nemen, waarna deze ook via de pet naar de buispalen wordt afgedragen.
Meer over deze opleggingen staat in het deel over de scheidende wanden.
Het principe van de verticale en horizontale krachtsafdracht in de eindsituatie is weergegeven in figuur 6 en 7.
Om de krachtswerking en de interactie tussen betonconstructie, combiwand en grond goed te kunnen beschouwen, zijn rekenmodellen gemaakt in Plaxis 3D en Scia Engineer. Randvoorwaarden en vervormingen zijn hierbij afgestemd om tot een juiste modellering te komen. Hierbij zijn ook zaken als bouwfasering en variaties in grondgedrag beschouwd.
Figuur 6. Krachtsafdracht verticaal in eindsituatie
Figuur 7. Krachtsafdracht horizontaal in eindsituatie
In de wapeningsknoop is door het gebruik van T-heads zoveel mogelijk werkruimte gecreëerd
Betonconstructie en wapening
Het prefab betonnen element is uitgevoerd in voorgespannen beton. De voorspanning is bedoeld als ophangwapening, maar ook om de momentcapaciteit bovenin de prefab sponning te vergroten. Door de grote verticale belasting vervormt de pet en ontstaan grote opendraaiende momenten in de aansluiting van de prefab sponning en de pet.
De voorspanning bestaat uit 11 rechte kabels, bestaande uit 15- en 7-strengs kabels (fig. 8). Voor de verbinding tussen de prefab sponning en de pet wordt gebruikgemaakt van mechanische koppelingen.
De knoop aan de bovenzijde is uitdagend. De aanwezigheid van de grote opendraaiende momenten, grote dwarskrachten, splijtkrachten, de hijspunten en de verankering van de voorspanning levert een ingewikkelde wapeningsknoop op, waarbij door het gebruik van T-heads zoveel mogelijk werkruimte is gecreëerd (fig. 9).
De maakbaarheid is gewaarborgd door een stappenplan op te stellen waarbij de wapening clashvrij in 3D is uitgewerkt (fig. 10 en 11). Deze inspanning tijdens het ontwerptraject heeft zich uitbetaald door een vlotte uitvoering van het vlechtwerk.
Figuur 8. Doorsnede prefab sponning met voorspankabels en hijspunten
Figuur 9. Doorsnede zijwand verbinding prefab sponning – pet
Figuur 10. 3D-wapening bovenzijde prefab sponning met hijspunten
Figuur 11. 3D-wapening pet
Montage en hijspunten
De prefab sponningen zijn in horizontaal liggende positie voorgebouwd. Om ze te kunnen plaatsten zijn ze gekanteld en met een drijvende bok vervoerd naar de definitieve positie.
Om het kantelen en inhijsen mogelijk te maken zijn vier hijspunten voorzien, met ingestorte shearkeys, die werken als afschuifverbinding, en acht M36 voorspanankers (foto 1 en 12). De hijspunten zijn ontworpen op het opnemen van zowel een grote dwarskracht als een trekkracht (vanwege het kantelen), als gevolg van het eigen gewicht van 240 ton. Door de wijze van voorbouwen en transporteren kent iedere fase zijn eigen specifieke ontwerpbelastingen en krachtswerking.
Foto 12. Hijspunten onderzijde prefab sponning (foto: Hugo Vlieland)
Reacties