Het constructieve gedrag van gewapende liggers van alkalisch geactiveerd beton (ook wel geopolymeerbeton of GPB genoemd) kreeg de afgelopen jaren steeds meer interesse vanuit de onderzoekswereld. Maar slechts enkele onderzoeken gingen over voorgespannen GPB [2,3]. Het langetermijngedrag van voorgespannen GPB-liggers is nog onbekend.
In 2020 zijn TU Delft, Universiteit
Gent en Haitsma Beton een door
provincie Fryslân gefinancierd
onderzoek gestart naar het toe-
passen van GPB in bruggen.
Dit on-
derzoekproject was gericht op het opschalen
van GPB voor een (mogelijke) toepassing in
een brug voor verkeerswegen, bestaande uit
prefab voorgespannen GPB-liggers en een in
het werk gestort GPB-brugdek.
Voor de voorgespannen ligger werd
een zelfverdichtend geopolymeerbeton-
mengsel ontwikkeld op basis van hoog-
ovenslak, geactiveerd door een alkalische
oplossing op natriumbasis. Dit werd samen
met het testen van het mechanische gedrag,
de volumestabiliteit (o.a. krimp en kruip) en
de duurzaamheidseigenschappen uitge-
voerd in fase I van het project [4]. De haal-
baarheid voor industriële, grootschalige
productie werd in fase II beoordeeld [5]. In
fase III zijn proeven op ware grootte uitge-
voerd om het constructieve gedrag van deze
GPB-brugliggers te verkennen. In dit artikel
wordt ingegaan op het constructieve korte-
en langetermijngedrag.
Voorbereiding
Voor het onderzoek zijn prefab voorgespan-
nen liggers van zelfverdichtend GPB (C45/55)
met een totale lengte van 7350 mm geprodu-
ceerd (fig. 1a). De liggers zijn ontworpen op
basis van elastische berekeningen waarbij
de toegestane betonspanning is begrensd.
Voor de berekeningen zijn de materiaaleigen-
schappen gebruikt zoals beproefd in fase I
Geopolymeerbeton
voor infrastructurele
toepassingen (3)
Constructief gedrag van
voorgespannen geopolymeerbetonliggers
Het constructieve gedrag van gewapende liggers van alkalisch geactiveerd beton (ook wel
geopolymeerbeton of GPB genoemd) kreeg de afgelopen jaren steeds meer interesse vanuit de
onderzoekswereld. Maar slechts enkele onderzoeken gingen over voorgespannen GPB [2,3].
Het langetermijngedrag van voorgespannen GPB-liggers is nog onbekend.
20?CEMENT?8 2025
van het project [4]. Gedetailleerde bereke-
ningen zijn te vinden in [6].
31 dagen na het storten van de liggers
is een druklaag in het werk gestort (fig. 1b),
met een GPB met sterkteklasse C30/37.
Er zijn proeven uitgevoerd op samen-
gestelde liggers om het kortetermijngedrag
(proeven na circa één maand) en het lange-
termijngedrag (proeven na circa negen
maanden) te onderzoeken. Vijf samengestel-
de liggers op ware grootte zijn getest:
één ligger na één maand onder buiging
(STF)
twee liggers na één maand onder afschui-
ving (STS_1 en STS_2)
twee liggers na negen maanden onder
buiging (LTF), waarbij er één aanhoudend
belast werd alvorens te beproeven tot falen
(LTF_LS)
Het experimentele programma, met buig-
proeven en afschuifproeven, is samengevat
in tabel 1. Alle liggers die na één maand wer-
den beproefd, zijn nabehandeld door ze in
vochtige jute lappen en plastic folie te wik-
kelen. De na negen maanden beproefde
liggers zijn gedurende drie dagen afgedicht
met plastic folie en daarna blootgesteld aan
laboratoriumomstandigheden (gemiddelde
temperatuur van 19 °C en relatieve lucht-
vochtigheid van 50%).
Proefopstelling
De buigproeven en de proeven met aanhou-
dende belasting zijn uitgevoerd onder vier-
punts buiging (foto 2 en 3, fig. 4). Om de
scheurontwikkeling te monitoren is Digital
Image Correlation (DIC) toegepast, specifiek
in de zone waar de proefstukken een con-
stant buigend moment hadden, op het on-
dervlak en het zijvlak (fig. 4). Om de door-
buiging in het midden van de overspanning
te meten, zijn er lineair variabele differen-
tiaaltransformatoren (LVDT's) geplaatst aan
de onderkant van de proefstukken.
Alle proeven zijn krachtsgestuurd op-
gestart. Zodra de proefstukken non-lineaire
vervormingen vertoonden, werd de aanstu-
ring verplaatsingsgestuurd.
Afschuifproeven (STS) zijn uitgevoerd
in een driepunts buigconfiguratie (foto 5).
Net als bij de buigproeven werd het scheur-
gedrag gemonitord door DIC (nabij de opleg-
ging) en werd een LVDT gebruikt om de
doorbuiging te meten (fig. 6).
Testresultaten buiging
Tijdsafhankelijke vervorming bij
permanente belasting?
De druklaag voor
LTF en LTF_LS, werd gestort nadat de prefab
liggers op de opleggingen waren geplaatst.
Hierdoor kon de vervorming al vanaf drie
dagen na het storten worden gemeten.
LTF werd alleen aan zijn eigen gewicht
blootgesteld. LTF_LS werd in twee fasen
blootgesteld aan een aanhoudende belasting,
bovenop zijn eigen gewicht: eerst werden na
28 dagen twee puntlasten van 70 kN (Q in
fig. 3) gedurende 158 dagen aangebracht 65%
van scheurbelasting), die vervolgens gedu-
rende 76 dagen werden verhoogd tot 130 kN
(bruikbaarheidsbelastingsniveau volgens
belastingsmodel 1 [7]).
ZHENXU QIAN
TU Delft,
fac. CiTG, Sectie
Betonconstructies
DR.MLADENA
LUKOVI?
TU Delft,
fac. CiTG, Sectie
Betonconstructies
PROF.DR.IR. STIJN
MATTHYS
Universiteit Gent
PROF.DR. GUANG YE
TU Delft,
sectie Materialen en
Milieu, Microlab
auteurs
HENDRIK HERDER
Haitsma Beton
DR.IR. SHIZHE
ZHANG
TU Delft,
sectie Materialen en
Milieu, Microlab
IR. AREND
SCHARRINGA
Provincie Fryslân
Tabel 1?Experimenteel programma
Proefstuk
categorie
Beproevings
methode
Testouderdom
Proefstukvoorbereiding
Nabehandelingsmethode Belasting
STF
Buigproef 28 dagen
Vochtig na behandeld tot
beproeving
Eigen gewicht
Opnieuw beproefd
onder buiging
(STF_R2)
240 dagen
Blootgesteld aan laborato-
riumomstandigheden na 1e
testronde
STS_1
Afschuifproef
30 dagen
Vochtig na behandeld tot
beproeving
Eigen gewicht
STS_2 32 dagen
LTF Buigproef 267 dagen
Vochtige nabehandeling eerste
3 dagen, vervolgens blootge-
steld aan droge laboratorium
omstandigheden
Eigen gewicht
LTF_LS
Aanhoudende
belastingproef
262 dagen
70 kN (158 dagen)
130 kN (76 dagen)
Buigproef 274 dagen
CEMENT 8 2025 ?21
Unbonded s trands
88
17
195
300
354
990
360 270 360
30 30
75
13 2
5
r=15
r=15
1 (a) Dwarsdoorsnede en detaillering van de voorspanstrengen in de prefab ligger;
(b) dwarsdoorsnede en wapeningsdetaillering van de samengestelde ligger
2 Testconfiguratie van (a) buigproef (STF en LTF)?3 Aanhoudende belastingproef (LTF en LTF_LS)
4 Testopstelling van de buigproef met aangegeven gebied voor analyse met DIC: (a) zijvlak en (b) ondervlak
SERIE ARTIKELEN
Dit is het derde deel van een serie
artikelen over een onderzoek naar de
toepassing van geopolymeerbeton in
de infrastructuur. Het eerste artikel ging
in op de ontwikkeling van een beton-
mengsel (fase I van het onderzoek), het
tweede artikel over de mogelijkheden
voor productie op industriële schaal. Dit
derde deel gaat in op de constructieve
eigenschappen van de liggers.
2
1a 1b
3
4a
4b
22?CEMENT?8 2025
Proeven na
negen maanden
zijn aanzienlijk
minder stijf dan
de kortetermijn-
proeven
5 Kortetermijnafschuifproef op afzonderlijke liggers
6 Testdiagram voor de afschuiftest met aangegeven gebied voor DIC-analyse: (a) zijvlak; (b) ondervlak
5
6a
6b
De doorbuigingen van LTF en LTF_LS zijn
weergegeven in figuur 7. Relatief hogere
drukspanning aan de onderkant van de
ligger in vergelijking met de bovenkant, ge-
combineerd met kruipeffecten, resulteerde
in continue opbolling voor LTF. Overigens
werd continue opbolling na zelfs 5 jaar
waargenomen bij voorgespannen (monoli-
thische) liggers van traditioneel beton [8].
De doorbuiging van LTF_LS bereikte een
plateau kort na het toepassen van 70 kN, en
was daarna vrijwel constant. Er werden
CEMENT 8 2025 ?23
0 50 100 150 200 250 300
-8
-4
0
4
8
12
Deflection (mm)
Age (d)
LTF_LS
LTF
geen buigingsscheuren waargenomen aan
de onderkant van LTF_LS. Na 186 dagen,
toen de belasting werd verhoogd tot 130 kN,
nam de vervorming direct toe (elastische
vervorming) en bleef daarna toenemen.
Tenslotte werd LTF_LS ontlast en trad her-
stel op van de doorbuiging.
De resterende doorbuiging na het ont-
lasten wijst op een lichte vermindering van
de stijfheid. Een horizontale scheur tussen
de prefab liggers en de druklaag voor zowel
LTF als LTF_LS werd waargenomen (fig. 8a),
die begon vanaf de rand van de proefstuk-
ken. Er zijn ook scheuren aangetroffen in de
druklaag van beide proefstukken (fig. 8b).
Delaminatie en scheurvorming zijn
waarschijnlijk het gevolg van het krimpver-
schil tussen de prefab en de druklaag. Het
optreden van uitdrogingsscheuren (en dela-
minatie) kan te wijten zijn aan onvoldoende
nabehandeling. Verder werden tijdens de
tweede belastingsfase (130 kN) kleine scheu-
ren waargenomen aan de onderkant van
LTF_LS in de zone met een constant bui-
gend moment. Het gescheurde/gedelami-
neerde deel leidde tot een afname van de
buigstijfheid en een toename van de door-
buiging.
Korte- en langetermijngedrag bij buiging
Zoals gezegd werden de liggers na één res-
pectievelijk negen maanden onderworpen
aan de buigproeven met belastings-/ontlas-
tingscycli. Figuur 9 toont de relatie tussen
belasting en doorbuiging. Gezien het aan-
zienlijke niet-lineaire gedrag op belasting/
ontlasting cycli van 190 kN, lag de focus bij
de vergelijking van de doorbuigingsrelatie
7
De proefstukken
getest na één
maand en na
negen maanden
lieten ver
schillende faal
mechanismes
zien
7 Langetermijndoorbuiging van de liggers LTF (enkel eigen gewicht) en LTS_LS (eigen gewicht plus aanhoudende belasting).
Een negatieve doorbuigingswaarde betekent een opbolling van de ligger
8 Scheuren waargenomen in LTF en LTF_LS tijdens het monitoren van de vervorming: (a) delaminatie tussen prefab en in het werk
gestort GPB en (b) uitdrogingsscheuren in de in het werk gestorte druklaag (bovenaanzicht)
8a 8b
24?CEMENT?8 2025
9
en het scheurgedrag van de drie liggers vóór
de belastingcycli van 190 kN.
De proeven na negen maanden zijn
aanzienlijk minder stijf. Dit wordt toege-
schreven aan de afname van de elasticiteits-
modulus na verloop van tijd [4]. Scheuren
door krimp en carbonatatie kunnen ook
bijdragen aan de afname [9]. De belastings-
niveaus bij het bereiken van de elastische
naar niet-elastische fase lagen respectieve-
lijk rond 130 kN, 150 kN en 190 kN voor de
proefstukken LTF, LTF_LS en STF. Een ver-
mindering van de buigstijfheid werd ook
waargenomen als gevolg van de ontwikke-
ling van buigscheuren.
Scheuren werden eerst waargenomen in het
ondervlak van de prefab liggers (fig. 10). In
STF ontstond een kleine scheur bij het be-
lastingsniveau van 90 kN, wat aanzienlijk
vroeger is dan de waargenomen stijfheids-
verandering (circa 190 kN). Bij 190 kN heeft
deze scheur zich door de hele breedte van
de ligger voortgezet. Dit kan de stijfheidsver-
andering hebben veroorzaakt.
LTF heeft een scheurmoment dat 44%
lager ligt ten opzichte van STF. Dit zou door
tijdsafhankelijke verliezen van voorspanning
kunnen zijn veroorzaakt, door krimp en
kruip binnen de eerste negen maanden (zie
verderop). Hogere krimp van LTF komt
mogelijk ook door de kortere nabehandeling
in vergelijking met STF.
Het scheurmoment van LTF_LS was
40 kN. De kleine scheuren waren waar-
schijnlijk al veroorzaakt door de aanhou-
dende belasting.
Anders dan bij STF, die slechts kleine
scheuren vertoonde, lieten LTF en LTF_LS
al ernstige scheurvorming zien bij het bere-
kende bruikbaarheidsbelastingsniveau van
130 kN. Meer scheuren, met een kleinere
scheurwijdte en dichter bij elkaar, zijn
waargenomen in STF in vergelijking met
LTF en LTF_LS.
Het scheurenpatroon in het zijvlak van de
proefstukken is een combinatie van vertica-
le buigscheuren en delaminatie tussen de
prefab ligger en druklaag (fig. 11). In LTF
ontstonden er scheuren bij 130 kN en in
LTF_LS bij 160 kN. Dit bevestigt de positieve
invloed van de aanhoudende belasting in
voorgespannen liggers, omdat het de
drukspanning op het niveau van de voor-
spanstrengen reduceert en daarmee ook de
kruipeffecten vermindert. Anders dan bij
LTF en LTF_LS, werd in STF scheurvorming
voorafgegaan door buigingsscheuren in de
druklaag bij 160 kN (fig. 11a). Op dit belas-
tingsniveau ontwikkelden zich significante
buigscheuren aan de onderkant van de pre-
fab liggers LTF en LTF_LS. In vergelijking
met STF heeft LTF minder scheuren (17 vs.
14) met een grotere scheurafstand bij dezelf-
de belastingen.
De toename van de scheurafstand in de lan-
getermijnproeven kan erop duiden dat de
aanhechtingssterkte tussen strengen en
9 Relatie belasting-doorbuiging van STF, STF_R2, LTF en LTF_LS
CEMENT 8 2025 ?25
10 Scheurvorming in het ondervlak van (a) STF, getest na 28 dagen en (b) LTF en (c) LTF_LS, beide getest na circa negen maanden
10
a b c
GPB in de loop der tijd vermindert. De aan-
hechtingssterkte is voornamelijk afhankelijk
van het Hoyer-effect: na het lossnijden van
de strengen verkorten deze axiaal, waardoor
zij door de Poisson-ratio in diameter uitzet-
ten en radiale spanningen op het beton
ontwikkelen, wat de hechting versterkt. Dit
verandert in de loop der tijd vanwege de
tijdsafhankelijke eigenschappen van beton,
zoals krimp en kruip [10]. Door de hogere
kruipvervorming op langtermijn, had het
GPB in proefstuk LTF de neiging om in de
lengterichting meer samen te trekken en in
de radiale richting uit te zetten, wat resul-
teerde in een lagere radiale spanning. De
verminderde bijdrage van de Hoyer-effecten
door kruip en krimp veroorzaakte verder
een vermindering van de aanhechtings-
sterkte. Aangezien de toepassing van een
aanhoudende belasting resulteert in een
lager spanningsniveau en dus lagere kruip
effecten in LTF_LS in vergelijking met LTF,
is de afname van de aanhechtingscapaciteit
in LTF_LS waarschijnlijk minder.
Figuur 12 geeft de relatie tussen scheurwijdte
en belasting. Voor LTF en LTF_LS zijn de
scheurwijdtes tot 190 kN meegenomen, tot
-
dat ontlastingscycli werden toegepast. De
scheurwijdte van 0,2 mm [11] in STF werd be
-
reikt bij 220 kN. Dit is aanzienlijk hoger dan
het berekende bruikbaarheidsbelastingsni
-
26?CEMENT?8 2025
STF ? na 1 maand buigproef
LTF ? na 9 maanden buigproef
LTF_LS ? na 9 maanden buigproef
11b
11c
De elasticiteits-
modulus van
zelfverdichtend
GPB vermindert
in de loop der
tijd
11 Scheurpatroon in het zijvlak van STF, LTF en LTF_LS bij de betreffende belastingsniveaus
11a
veau voor een enkele ligger (~130 kN). Daar-
entegen bereikte de maximumscheurwijdte
van LTF en LTF_LS de grenswaarde eerder,
namelijk bij resp. 160 kN en 180 kN.
In de eindfase vertoonden de liggers ver-
schillend faalgedrag. STF bereikte een maxi-
male belasting van 391 kN, met de gemeten
rek ter hoogte van de voorspanstrengen van
4,1 mm/m. Het begin van het vloeien van de
strengen was verwacht bij circa 4 mm/m (de
voorspanstreng bereikt 0,1% vloeibelasting
bij circa 10 mm/m volgens het trekdiagram
van de strengen, terwijl een voorrek van CEMENT 8 2025 ?27
50 100 150 200 250 300 350 400
0.0
0.2
0.4
0.6
0.8
1.0
1.2
1.4
Max. Crack Width (mm)
Load (kN)
STF
LTF
LTF_LS
12
12 Relatie tussen maximale scheurwijdte en belasting voor de drie onderzochte liggers beproefd op buiging
circa 6 mm/m door de voorspanning was
verwacht). Hoewel de voorspanstrengen het
vloeien benaderde, bezweek het proefstuk
niet omdat de maximale slag van de
vijzel eerder werd bereikt. Om deze redenen
werd het proefstuk opnieuw getest bij een
ouderdom van 240 dagen (STF_R2) samen
met de langtermijn buigproeven.
Figuur 12a, 12b en 12c tonen de be-
zwijktoestanden van respectievelijk STF_R2,
LTF en LTF_LS. In de LTF bezweek de ver-
ankering (slippen van de strengen) bij een
belastingsniveau van 381 kN. Voor de op-
nieuw geteste STF_R2 werd een vergelijk-
baar gedrag waargenomen. Door het gecom-
bineerde effect van de belastingscycli met
hoge belastingsniveaus en vermindering van
materiaaleigenschappen op de lange termijn
(zie verderop), bezweek de opnieuw geteste
ligger STF_R2 op 372 kN zonder het belas-
tingsniveau van de eerste test te halen.
Daarentegen werd in LTF_LS bij 402 kN be-
tonstuik waargenomen (figuur 12c), als een
aanduiding van bezwijking op buiging. Het
slippen van de voorspanstrengen proefstuk
LTF_LS was minder significant als bij proef-
stuk LTF.
Voor alle proefstukken werd een aan-
zienlijke onthechting tussen prefab ligger en
druklaag waargenomen. De verschillende
bezwijktoestanden van de proefstukken kan
worden toegeschreven aan de verschillende
aanhechtingscapaciteiten tussen GPB en
strengen op de lange termijn. Zoals hiervoor
uitgelegd, kunnen kruipeffecten onder radi-
ale druk een rol spelen in de aanhechtings-
capaciteit. Dit kan de vermindering van de
aanhechting in de loop der tijd verklaren,
zoals eerder uit het scheurpatroon is waar-
genomen.
Een lagere scheurbelasting en grotere
scheurwijdtes in LTF en LTF_LS vergeleken
met STF kunnen voortkomen uit de vermin-
dering van de elasticiteitsmodulus, zoals uit
materiaalproeven naar voren is gekomen,
en uit een toenemende rol van krimp en
kruip in de loop der tijd. Daarnaast heeft de
aanhoudende belastingproef een gunstige
invloed, omdat dit de drukspanning ter
hoogte van de voorspanstrengen kan ver-
minderen. Daardoor wordt minder voor-
spanningsverlies verkregen en laat LTF_LS
betere constructieve prestaties zien in ver-
gelijking met LTF. De evaluatie van de con-
structieve prestaties van GPB op basis van
kortetermijnproeven, zoals meestal wordt
gedaan met traditioneel beton, kan leiden
tot onnauwkeurige voorspellingen over
scheurgedrag, maar ook de maximale capa-
citeit die door de aanhechting tussen stren-
gen en beton lijkt te worden aangetast. Het
uitvoeren van proeven op het langetermijn-
gedrag is belangrijk om een betrouwbaar
constructief ontwerp met GPB mogelijk te
maken.
Testresultaten afschuifgedrag
Figuur 14 geeft de belasting-doorbuigings-
kromme weer van twee afschuifproeven,
inclusief de meetgegevens bij kenmerkende
belastingsstappen, zoals bereiken scheur-
28?CEMENT?8 2025
moment. STS_1 werd voorbelast en ontlast
bij 10 kN en vervolgens in een stap getest tot
bezwijking optrad, terwijl STS_2 in meerde-
re toenemende belastings-/ontlastings cicli
werd uitgevoerd. Aangezien een vergelijkbare
scheurvorming in beide proefstukken werd
waargenomen, is de ontwikkeling van scheu-
ren alleen voor STS_2 weergegeven (fig. 15).
De proefstukken gedroegen zich line-
air in de beginfase. Bij 135 kN werden rek-
concentraties waargenomen ter hoogte van
de aanhechting tussen de prefab ligger en
de druklaag (fig. 15a). Er ontstonden geringe
buigscheuren in het ondervlak van de pre-
fab ligger, gevolgd door een delaminatie tus-
sen de prefab ligger en druklaag en een gro-
tere scheur in de druklaag bij circa 400 kN
(fig. 15b). De stijfheid verminderde aanzien-
lijk na het ontstaan van de afschuivings-
scheur. Met toename van de belasting
13 Bezwijktoestanden van (a) STF_R2, (b) LTF en (c) LTF_LS
13a
13b
13b13c
CEMENT 8 2025 ?29
14
15b
werden de scheuren langer en werd het
slippen van de voorspanstrengen duidelijk.
STS_1 en STS_2 bereikten de maximale
belasting van 728 kN en 658 kN.
Het faalmechanisme van zowel STS_1 als
STS_2 kan worden gekenmerkt door de
combinatie van een buigscheur en een ont-
hechtingsscheur tussen de druklaag en de
prefab ligger (foto 16a en fig. 16b). Slippen
van voorspanstrengen werd ook waargeno-
men (foto 16c). Daarnaast werd voor STS_1
plaatselijk betonstuik waargenomen in
de flens aan één einde van het proefstuk
(foto 16d). Verlengde materiaaltests
De mechanische eigenschappen van het
zelfverdichtend GPB tot 90 dagen, zijn in de
eerste publicatie van deze serie vermeld [4].
Voor een beter begrip van het constructieve
langetermijngedrag van voorgespannen
liggers, zijn aanvullende langetermijnmetin-
gen van de elasticiteitsmodulus en vrije
krimp uitgevoerd.
Elasticiteitsmodulus?De metingen zijn uitge-
voerd conform NEN-EN 12390-13 [12]. Hoge-
sterktebeton (HSC) met een sterkteklasse
vergelijkbaar met zelfverdichtend GPB
(f
c,28d
= 64 MPa) en beton van normale
14 Belasting-doorbuigingskromme met indicatie van kenmerkende gebeurtenissen van STS_1 en STS_2
15 Ontwikkeling van scheuren in (a) het zijvlak van STS_2 en (b) het ondervlak van STS_2
15a
30?CEMENT?8 2025
16 Bezwijktoestand van afzonderlijke liggers in de afschuivingstests
17 Ontwikkeling van de elasticiteitsmodulus van zelfverdichtend GPB en cementgebonden beton
16a
16c 16d
16b
17
CEMENT 8 2025 ?31
0100 200 300 400 500 600 700 800 9001000 1100
0
200
400
600
800
1000
1200
Free shrinkage (??)
Time (Days)
After 7d curing
After 14d curing
After 28d curing
18 (a) Vrije krimp van zelfverdichtend GPB met een verharding van 7, 14 en 28 dagen;
(b) kruipmetingen van zelfverdichtend GPB belast na drie en 28 dagen
sterkte, NSC (f
c,28d
= 28 MPa), zijn ook verge-
leken (fig. 17) [9]. Voor HSC- en NSC-mon-
sters, is een vergelijkbare trend waargeno-
men. Voor zelfverdichtend GPB begon de
elasticiteitsmodulus echter te verminderen
zodra de monsters werden blootgesteld aan
uitdroging.
De ontwikkeling van de elasticiteits-
modulus is vergelijkbaar voor monsters die
na 28, 14 en 7 dagen werden blootgesteld.
Hierbij moet worden vermeld dat het proef-
stuk dat na zeven dagen werd gedroogd, bij
de test na 580 dagen bezweek onder 40%
drukspanning van f
c,190d
. Het is nog steeds
niet duidelijk waarom. Door [9] is een ver-
mindering van de splijttreksterkte tussen de
ouderdom van twee en vijf jaar gemeld voor
een op hoogovenslak gebaseerde GPB, ter-
wijl er geen aanzienlijk effect werd waarge-
nomen voor de langetermijndruksterkte.
Deze afname werd toegeschreven aan che-
mische veranderingen in de microstructuur
tijdens uitdroging. In alle monsters die wer-
den blootgesteld aan uitdroging, trad een
aanzienlijke vermindering van de elastici-
teitsmodulus op. Verder is het niet duidelijk
of, en wanneer de elasticiteitsmodulus niet
meer verder terugloopt. Alhoewel het aan
uitdroging gerelateerd lijkt te zijn, is het on-
derliggende mechanisme nog niet duidelijk.
Door de invloed van de afmetingen zal
het droogproces in de volumineuzere liggers
langer duren dan in de kleine testmonsters.
De veroorzaakte constructieve reactie wordt
daardoor uitgesteld, maar zal uiteindelijk de
stijfheid op de lange termijn aantasten en
voorspanningsverliezen in de liggers veroor-
zaken. Opgemerkt moet worden dat de ge-
middelde luchtvochtigheid in Nederland
(2020?2022) circa 80% bedraagt [13], waar-
door het droogeffect bij een brugtoepassing
in Nederland waarschijnlijk minder ernstig
is dan onder laboratoriumomstandigheden.
Conclusie en aanbevelingen
Uit de beproevingen van samengestelde
GPB-liggers op ware grootte kunnen de vol-
gende conclusies worden getrokken:
GPB vertoont tijdafhankelijk gedrag.
Het onbelaste proefstuk (LTF) bleef verder
vervormen, wat onder andere de significan-
tie van de kruipeffecten van GPB aangaf.
In vergelijking met het proefstuk dat na
één maand werd beproefd (STF), vertoon-
den de proefstukken beproefd na negen
maanden (LTF) onder buigingsbelasting een
aanzienlijk lagere stijfheid en lagere scheur-
belasting. In het proefstuk LTF werd een cir-
ca 44% lagere scheurbelasting waargenomen
in vergelijking met de STF. De maximale
scheurwijdte van de prefab liggers van de
proefstukken beproefd na negen maanden
bereikte de bruikbaarheidsgrenstoestand
(0,2 mm scheurwijdte) bij lagere belastings-
niveaus (160 kN voor LTF en 180 kN voor
LTF_LS), dan die van STF (220 kN). Deze
belastingsniveaus waren hoger dan de bere-
kende bruikbaarheidsgrenstoestand (130 kN)
gebaseerd op belastingmodel 1. De signifi-
cante voorspanningsverliezen lijken het
gevolg te zijn van krimp- en kruipeffecten in
voorgespannen GPB.
18a 18b
32?CEMENT?8 2025
REFERENTIES
1?Zhang, P., Wang, K., Li, Q., Wang, J., &
Ling, Y. (2020). Fabrication and engineering
properties of concretes based on
geopolymers/alkali-activated binders-A
review. Journal of Cleaner Production 258,
120896.
2?Liu, H., Lu, Z., & Peng, Z. (2015). Test
research on prestressed beam of inorganic
polymer concrete. Materials and Structures
48, p. 1919-1930.
3?Sonal, T., Urmil, D., & Darshan, B. (2022).
Behaviour of ambient cured prestressed
and non-prestressed geopolymer concrete
beams. Case Studies in Construction Materials
16, e00798.
4?Zhang, S., Ye, G., Lukovi?, M., Hendrik, H.,
& Scharringa, A. (2022). Geopolymeerbeton
voor infrastructurele toepassingen (1):
Ontwikkeling van zelfverdichtende
mengsels. Cement 2022/7, p. 42-50.
5?Ye, G., Zhang, S., Lukovi?, M., Herder, H., &
Scharringa, A. (2023). Geopolymeerbeton
voor infrastructurele toepassingen (2):
Productie op industriële schaal van prefab
voorgespannen brugliggers. Cement 2023/1,
p. 6-12.
6?Ingenieursbureau Mozes en de Boer.
(2021). Constructieberekening (21102-B01).
7?Nederlands Normalisatie Instituut. (2019).
NEN-EN 1991-2+C1/NB: Eurocode 1:
Belastingen op constructies ? Deel 2:
Verkeersbelasting op bruggen.
8?Espion, B., & Halleux, P. (1991). Long Term
Behavior of Pestressed and Partially
Pestressed Concrete Beams: Experimental
and Numerical Results. ACI SP-129, 19?38.
9?Bezemer, H. J., Awasthy, N., & Lukovi?, M.
(2023). Multiscale analysis of long-term
mechanical and durability behaviour of
two alkali-activated slag-based types of
concrete. Construction and Building Materials
407, 133507.
10?Barnes, R. W., Grove, J. W., & Burns, N. H.
(2003). Experimental assessment of factors
affecting transfer length. Structural Journal
100(6), p. 740-748.
11?European Committee. (2005). EN 1992-
1-1 Eurocode 2: Design of Concrete
Structures-Part 1-1: General Rules and
Rules for Buildings. Brussels.
12?Nederlands Normalisatie Instituut.
(2019). NEN-EN 12390-13: Beproeving van
verhard beton - Deel 13: Bepaling van de
secans-elasticiteitsmodulus onder druk.
13?CBS, PBL, RIVM, WUR (2023).
Meteorological data, 1990-2022 (indicator
0004, version 25, March 27, 2023). www.clo.
nl. Centraal Bureau voor de Statistiek
(CBS), Den Haag; Planbureau voor de
Leefomgeving, Den Haag; Rijksinstituut
voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven;
en Wageningen University & Research,
Wageningen.
LTF en LTF_LS lieten verschillende faal-
mechanismes zien. In LTF trad falen van de
verankering op, op een belastingsniveau
lager dan de ondergrens van de belasting
voor STF, terwijl in LTF_LS betonstuik werd
waargenomen als een aanduiding van het
bezwijken bij buiging. Op basis van het
scheurenpatroon en wijziging van het faal-
mechanisme wordt aangenomen dat er een
vermindering van de aanhechting tussen
GPB en wapeningsstaal optreedt. Verminde-
ring van de aanhechting tussen GPB en
wapeningsstaal in combinatie met de signi-
ficante kruipeffecten spelen een rol in het
tijdsafhankelijke constructieve gedrag van
afzonderlijke liggers.
In de kortetermijnafschuifproeven bezwe-
ken beide proefstukken STS_1 en STS_2
door de ontwikkeling van buig- en afschuif-
scheuren en een onthechtingsscheur tussen
prefab ligger en de druklaag (gecombineer-
de faalmechanismes). Er werd een lagere
uiterste opneembare capaciteit vastgelegd
voor STS_2, waarschijnlijk door kruipeffecten
afkomstig van langere belastingsduur met
belastings-/ontlastingscicli.
De elasticiteitsmodulus van zelfverdichtend
GPB, die na een bepaalde nabehandelings-
tijd worden blootgesteld aan uitdroging,
vermindert in de loop der tijd. Eveneens, de
krimp van zelfverdichtend GPB is na 2,7 jaar
aan het toenemen.
Op basis van de hiervoor genoemde conclu-
sies, kunnen de volgende aanbevelingen
worden gedaan:
Het gebruik van constructieve proeven na
28 dagen en toepassen van ontwerprichtlij-
nen voor traditionele betonelementen op
basis van de materiaaleigenschappen na 28
dagen, om de constructieve weerstand van
GPB te controleren, kan resulteren in een
onveilig ontwerp. Het is essentieel om het
constructieve en materiaalgedrag op de
lange termijn van GPB te onderzoeken en
het is duidelijk dat de regels voor traditioneel
beton niet onvoorwaardelijk kunnen worden
toegepast.
Zowel de elasticiteitsmodulus als de druk-
sterkte, krimp en kruip, moeten langer dan
twee jaar worden gemonitord. Daarnaast is
er verder onderzoek nodig om het mecha-
nisme achter de mogelijke vermindering
van mechanische eigenschappen te begrij-
pen, alvorens GPB grootschalig kan worden
toegepast.?
CEMENT 8 2025 ?33
In het kort
- In fase III zijn proeven op ware grootte uitgevoerd om het constructieve gedrag van GPB-brugliggers te verkennen
- Er zijn proeven uitgevoerd op samengestelde liggers om het kortetermijngedrag (na 1 maand) en het langetermijngedrag (na 9 maanden) te onderzoeken
- De buigproeven zijn uitgevoerd onder vierpunts buiging en de afschuifproeven in een driepunts buigconfiguratie
- Proeven na 9 maanden zijn aanzienlijk minder stijf dan de kortetermijnproeven
- De toename van de scheurafstand in de langetermijnproeven kan erop duiden dat de aanhechtingssterkte tussen strengen en GPB in de loop der tijd verslechtert
- De proefstukken getest na 1 maand en na 9 maanden lieten verschillende faalmechanismes zien
- De stijfheid verminderde aanzienlijk na het ontstaan van de afschuivingsscheur
- Voor een beter begrip van het langetermijngedrag, zijn aanvullende langetermijnmetingen van de elasticiteitsmodulus en vrije krimp uitgevoerd
- De elasticiteitsmodulus van zelfverdichtend GPB vermindert in de loop der tijd
In 2020 zijn TU Delft, Universiteit Gent en Haitsma Beton een door provincie Fryslân gefinancierd onderzoek gestart naar het toepassen van GPB in bruggen. Dit onderzoekproject was gericht op het opschalen van GPB voor een (mogelijke) toepassing in een brug voor verkeerswegen, bestaande uit prefab voorgespannen GPB-liggers en een in het werk gestort GPB-brugdek.
Voor de voorgespannen ligger werd een zelfverdichtend geopolymeerbetonmengsel ontwikkeld op basis van hoogovenslak, geactiveerd door een alkalische oplossing op natriumbasis. Dit werd samen met het testen van het mechanische gedrag, de volumestabiliteit (o.a. krimp en kruip) en de duurzaamheidseigenschappen uitgevoerd in fase I van het project [4]. De haalbaarheid voor industriële, grootschalige productie werd in fase II beoordeeld [5]. In fase III zijn proeven op ware grootte uitgevoerd om het constructieve gedrag van deze GPB-brugliggers te verkennen. In dit artikel wordt ingegaan op het constructieve korte- en langetermijngedrag.
Voorbereiding
Voor het onderzoek zijn prefab voorgespannen liggers van zelfverdichtend GPB (C45/55) met een totale lengte van 7350 mm geproduceerd (fig. 1a). De liggers zijn ontworpen op basis van elastische berekeningen waarbij de toegestane betonspanning is begrensd. Voor de berekeningen zijn de materiaaleigenschappen gebruikt zoals beproefd in fase I van het project [4]. Gedetailleerde berekeningen zijn te vinden in [6].
31 dagen na het storten van de liggers is een druklaag in het werk gestort (fig. 1b), met een GPB met sterkteklasse C30/37.
Er zijn proeven uitgevoerd op samengestelde liggers om het kortetermijngedrag (proeven na circa één maand) en het langetermijngedrag (proeven na circa negen maanden) te onderzoeken. Vijf samengestelde liggers op ware grootte zijn getest:
- één ligger na één maand onder buiging (STF)
- twee liggers na één maand onder afschuiving (STS_1 en STS_2)
- twee liggers na negen maanden onder buiging (LTF), waarbij er één aanhoudend belast werd alvorens te beproeven tot falen (LTF_LS)
Het experimentele programma, met buigproeven en afschuifproeven, is samengevat in tabel 1. Alle liggers die na één maand werden beproefd, zijn nabehandeld door ze in vochtige jute lappen en plastic folie te wikkelen. De na negen maanden beproefde liggers zijn gedurende drie dagen afgedicht met plastic folie en daarna blootgesteld aan laboratoriumomstandigheden (gemiddelde temperatuur van 19 °C en relatieve luchtvochtigheid van 50%).
Figuur 1a Dwarsdoorsnede en detaillering van de voorspanstrengen in de prefab ligger
Figuur 1b Dwarsdoorsnede en wapeningsdetaillering van de samengestelde ligger
Proefopstelling
De buigproeven en de proeven met aanhoudende belasting zijn uitgevoerd onder vierpunts buiging (foto 2 en 3, fig. 4). Om de scheurontwikkeling te monitoren is Digital Image Correlation (DIC) toegepast, specifiek in de zone waar de proefstukken een constant buigend moment hadden, op het ondervlak en het zijvlak (fig. 4). Om de doorbuiging in het midden van de overspanning te meten, zijn er lineair variabele differentiaaltransformatoren (LVDT's) geplaatst aan de onderkant van de proefstukken.
Alle proeven zijn krachtsgestuurd opgestart. Zodra de proefstukken non-lineaire vervormingen vertoonden, werd de aansturing verplaatsingsgestuurd.
Afschuifproeven (STS) zijn uitgevoerd in een driepunts buigconfiguratie (foto 5). Net als bij de buigproeven werd het scheurgedrag gemonitord door DIC (nabij de oplegging) en werd een LVDT gebruikt om de doorbuiging te meten (fig. 6).
Foto 2 Testconfiguratie van (a) buigproef (STF en LTF)
Foto 3 Aanhoudende-belastingproef (LTF en LTF_LS)
Figuur 4 Testopstelling van de buigproef met aangegeven gebied voor analyse met DIC: zijvlak (boven) en ondervlak (onder)
Foto 5 Kortetermijn afschuifproef op afzonderlijke liggers
Figuur 6 Testdiagram voor de afschuiftest met aangegeven gebied voor DIC-analyse: zijvlak (boven); ondervlak (boven)
Testresultaten buiging
Tijdsafhankelijke vervorming bij permanente belasting
De druklaag voor LTF en LTF_LS, werd gestort nadat de prefab liggers op de opleggingen waren geplaatst. Hierdoor kon de vervorming al vanaf drie dagen na het storten worden gemeten.
LTF werd alleen aan zijn eigen gewicht blootgesteld. LTF_LS werd in twee fasen blootgesteld aan een aanhoudende belasting, bovenop zijn eigen gewicht: eerst werden na 28 dagen twee puntlasten van 70 kN (Q in fig. 3) gedurende 158 dagen aangebracht 65% van scheurbelasting), die vervolgens gedurende 76 dagen werden verhoogd tot 130 kN (bruikbaarheidsbelastingsniveau volgens belastingsmodel 1 [7]).
De doorbuigingen van LTF en LTF_LS zijn weergegeven in figuur 7. Relatief hogere drukspanning aan de onderkant van de ligger in vergelijking met de bovenkant, gecombineerd met kruipeffecten, resulteerde in continue opbolling voor LTF. Overigens werd continue opbolling na zelfs 5 jaar waargenomen bij voorgespannen (monolithische) liggers van traditioneel beton [8].
De doorbuiging van LTF_LS bereikte een plateau kort na het toepassen van 70 kN, en was daarna vrijwel constant. Er werden geen buigingsscheuren waargenomen aan de onderkant van LTF_LS. Na 186 dagen, toen de belasting werd verhoogd tot 130 kN, nam de vervorming direct toe (elastische vervorming) en bleef daarna toenemen. Tenslotte werd LTF_LS ontlast en trad herstel op van de doorbuiging.
De resterende doorbuiging na het ontlasten wijst op een lichte vermindering van de stijfheid. Een horizontale scheur tussen de prefab liggers en de druklaag voor zowel LTF als LTF_LS werd waargenomen (fig. 8a), die begon vanaf de rand van de proefstukken. Er zijn ook scheuren aangetroffen in de druklaag van beide proefstukken (fig. 8b).
Delaminatie en scheurvorming zijn waarschijnlijk het gevolg van het krimpverschil tussen de prefab en de druklaag. Het optreden van uitdrogingsscheuren (en delaminatie) kan te wijten zijn aan onvoldoende nabehandeling. Verder werden tijdens de tweede belastingsfase (130 kN) kleine scheuren waargenomen aan de onderkant van LTF_LS in de zone met een constant buigend moment. Het gescheurde/gedelamineerde deel leidde tot een afname van de buigstijfheid en een toename van de doorbuiging.
Figuur 7 Langetermijndoorbuiging van de liggers LTF (enkel eigen gewicht) en LTS_LS (eigen gewicht plus aanhoudende belasting). Een negatieve doorbuigingswaarde betekent een opbolling van de ligger
Figuur 8 Scheuren waargenomen in LTF en LTF_LS tijdens het monitoren van de vervorming: (a) delaminatie tussen prefab en in het werk gestort GPB en (b) uitdrogingsscheuren in de in het werk gestorte druklaag (bovenaanzicht)
Proeven na 9 maanden zijn aanzienlijk minder stijf dan de kortetermijnproeven
Korte- en langetermijngedrag bij buiging
Zoals gezegd werden de liggers na één respectievelijk negen maanden onderworpen aan de buigproeven met belastings-/ontlastingscycli. Figuur 9 toont de relatie tussen belasting en doorbuiging. Gezien het aanzienlijke niet-lineaire gedrag op belasting/ontlasting cycli van 190 kN, lag de focus bij de vergelijking van de doorbuigingsrelatie en het scheurgedrag van de drie liggers vóór de belastingcycli van 190 kN.
De proeven na negen maanden zijn aanzienlijk minder stijf. Dit wordt toegeschreven aan de afname van de elasticiteitsmodulus na verloop van tijd [4]. Scheuren door krimp en carbonatatie kunnen ook bijdragen aan de afname [9]. De belastingsniveaus bij het bereiken van de elastische naar niet-elastische fase lagen respectievelijk rond 130 kN, 150 kN en 190 kN voor de proefstukken LTF, LTF_LS en STF. Een vermindering van de buigstijfheid werd ook waargenomen als gevolg van de ontwikkeling van buigscheuren.
Scheuren werden eerst waargenomen in het ondervlak van de prefab liggers (fig. 10). In STF ontstond een kleine scheur bij het belastingsniveau van 90 kN, wat aanzienlijk vroeger is dan de waargenomen stijfheidsverandering (circa 190 kN). Bij 190 kN heeft deze scheur zich door de hele breedte van de ligger voortgezet. Dit kan de stijfheidsverandering hebben veroorzaakt.
LTF heeft een scheurmoment dat 44% lager ligt ten opzichte van STF. Dit zou door tijdsafhankelijke verliezen van voorspanning kunnen zijn veroorzaakt, door krimp en kruip binnen de eerste negen maanden (zie verderop). Hogere krimp van LTF komt mogelijk ook door de kortere nabehandeling in vergelijking met STF.
Het scheurmoment van LTF_LS was 40 kN. De kleine scheuren waren waarschijnlijk al veroorzaakt door de aanhoudende belasting.
Anders dan bij STF, die slechts kleine scheuren vertoonde, lieten LTF en LTF_LS al ernstige scheurvorming zien bij het berekende bruikbaarheidsbelastingsniveau van 130 kN. Meer scheuren, met een kleinere scheurwijdte en dichter bij elkaar, zijn waargenomen in STF in vergelijking met LTF en LTF_LS.
Figuur 9 Relatie belasting-doorbuiging van STF, STF_R2, LTF en LTF_LS
Figuur 10 Scheurvorming in het ondervlak van (a) STF, getest na 28 dagen en (b) LTF en (c) LTF_LS, beide getest na circa negen maanden
Het scheurenpatroon in het zijvlak van de proefstukken is een combinatie van verticale buigscheuren en delaminatie tussen de prefab ligger en druklaag (fig. 11). In LTF ontstonden er scheuren bij 130 kN en in LTF_LS bij 160 kN. Dit bevestigt de positieve invloed van de aanhoudende belasting in voorgespannen liggers, omdat het de drukspanning op het niveau van de voorspanstrengen reduceert en daarmee ook de kruipeffecten vermindert. Anders dan bij LTF en LTF_LS, werd in STF scheurvorming voorafgegaan door buigingsscheuren in de druklaag bij 160 kN (fig. 11a). Op dit belastingsniveau ontwikkelden zich significante buigscheuren aan de onderkant van de prefab liggers LTF en LTF_LS. In vergelijking met STF heeft LTF minder scheuren (17 vs. 14) met een grotere scheurafstand bij dezelfde belastingen.
De toename van de scheurafstand in de langetermijnproeven kan erop duiden dat de aanhechtingssterkte tussen strengen en GPB in de loop der tijd vermindert. De aanhechtingssterkte is voornamelijk afhankelijk van het Hoyer-effect: na het lossnijden van de strengen verkorten deze axiaal, waardoor zij door de Poisson-ratio in diameter uitzetten en radiale spanningen op het beton ontwikkelen, wat de hechting versterkt. Dit verandert in de loop der tijd vanwege de tijdsafhankelijke eigenschappen van beton, zoals krimp en kruip [10]. Door de hogere kruipvervorming op langtermijn, had het GPB in proefstuk LTF de neiging om in de lengterichting samen te trekken en in de radiale richting uit te zetten, wat resulteerde in een lagere radiale spanning. De verminderde bijdrage van de Hoyer-effecten door kruip en krimp veroorzaakte verder een vermindering van de aanhechtingssterkte. Aangezien de toepassing van een aanhoudende belasting resulteert in een lager spanningsniveau en dus lagere kruipeffecten in LTF_LS in vergelijking met LTF, is de afname van de aanhechtingscapaciteit in LTF_LS waarschijnlijk minder.
Figuur 11 Scheurpatroon in het zijvlak van (a) STF, (b) LTF en (c) LTF_LS bij de betreffende belastingsniveaus
Figuur 12 geeft de relatie tussen scheurwijdte en belasting. Voor LTF en LTF_LS zijn de scheurwijdtes tot 190 kN meegenomen, totdat ontlastingscycli werden toegepast. De scheurwijdte van 0,2 mm [11] in STF werd bereikt bij 220 kN. Dit is aanzienlijk hoger dan het berekende bruikbaarheidsbelastingsniveau voor een enkele ligger (~130 kN). Daarentegen bereikte de maximumscheurwijdte van LTF en LTF_LS de grenswaarde eerder, namelijk bij resp. 160 kN en 180 kN.
Figuur 12 Relatie tussen maximale scheurwijdte en belasting voor de drie onderzochte liggers beproefd op buiging
In de eindfase vertoonden de liggers verschillend faalgedrag. STF bereikte een maximale belasting van 391 kN, met de gemeten rek ter hoogte van de voorspanstrengen van 4,1 mm/m. Het begin van het vloeien van de strengen was verwacht bij circa 4 mm/m (de voorspanstreng bereikt 0,1% vloeibelasting bij circa 10 mm/m volgens het trekdiagram van de strengen terwijl een voorrek van circa 6 mm/m bij de voorspanning was toegepast). Hoewel de voorspanstrengen het vloeien benaderde, bezweek het proefstuk niet omdat de maximale slag van de vijzel eerder werd bereikt. Om deze redenen werd het proefstuk opnieuw getest bij een ouderdom van 240 dagen (STF_R2) samen met de langtermijn buigproeven.
Figuur 12a, 12b en 12c tonen de bezwijktoestanden van respectievelijk STF_R2, LTF en LTF_LS. In de LTF bezweek de verankering (slippen van de strengen) bij een belastingsniveau van 381 kN. Voor de opnieuw geteste STF_R2 werd een vergelijkbaar gedrag waargenomen. Door het gecombineerde effect van de belastingscycli met hoge belastingsniveaus en vermindering van materiaaleigenschappen op de lange termijn (zie verderop), bezweek de opnieuw geteste ligger STF_R2 op 372 kN zonder het belastingsniveau van de eerste test te halen. Daarentegen werd in LTF_LS bij 402 kN betonstuik waargenomen (figuur 12c), als een aanduiding van bezwijking op buiging. Het slippen van de voorspanstrengen proefstuk LTF_LS was minder significant als bij proefstuk LTF.
Voor alle proefstukken werd een aanzienlijke onthechting tussen prefab ligger en druklaag waargenomen. De verschillende bezwijktoestanden van de proefstukken kan worden toegeschreven aan de verschillende aanhechtingscapaciteiten tussen GPB en strengen op de lange termijn. Zoals hiervoor uitgelegd, kunnen kruipeffecten onder radiale druk een rol spelen in de aanhechtingscapaciteit. Dit kan de vermindering van de aanhechting in de loop der tijd verklaren, zoals eerder uit het scheurpatroon is waargenomen.
Figuur 13 Bezwijktoestanden van (a) STF_R2, (b) LTF en (c) LTF_LS
Een lagere scheurbelasting en grotere scheurwijdtes in LTF en LTF_LS vergeleken met STF kunnen voortkomen uit de vermindering van de elasticiteitsmodulus, zoals uit materiaalproeven naar voren is gekomen, en uit een toenemende rol van krimp en kruip in de loop der tijd. Daarnaast heeft de aanhoudende belastingproef een gunstige invloed, omdat dit de drukspanning ter hoogte van de voorspanstrengen kan verminderen. Daardoor wordt minder voorspanningsverlies verkregen en laat LTF_LS betere constructieve prestaties zien in vergelijking met LTF. De evaluatie van de constructieve prestaties van GPB op basis van kortetermijnproeven, zoals meestal wordt gedaan met traditioneel beton, kan leiden tot onnauwkeurige voorspellingen over scheurgedrag, maar ook de maximale capaciteit die door de aanhechting tussen strengen en beton lijkt te worden aangetast. Het uitvoeren van proeven op het langetermijngedrag is belangrijk om een betrouwbaar constructief ontwerp met GPB mogelijk te maken.
De proefstukken getest na 1 maand en na 9 maanden lieten verschillende faalmechanismes zien
Testresultaten afschuifgedrag
Figuur 14 geeft de belasting-doorbuigingskromme weer van twee afschuifproeven, inclusief de meetgegevens bij kenmerkende belastingsstappen, zoals bereiken scheurmoment. STS_1 werd voorbelast en ontlast bij 10 kN en vervolgens in een stap getest tot bezwijking optrad, terwijl STS_2 in meerdere toenemende belastings-/ontlastingscicli werd uitgevoerd. Aangezien een vergelijkbare scheurvorming in beide proefstukken werd waargenomen, is de ontwikkeling van scheuren alleen voor STS_2 weergegeven (fig. 15).
De proefstukken gedroegen zich lineair in de beginfase. Bij 135 kN werden rekconcentraties waargenomen ter hoogte van de aanhechting tussen de prefab ligger en de druklaag (fig. 15a). Er ontstonden geringe buigscheuren in het ondervlak van de prefab ligger, gevolgd door een delaminatie tussen de prefab ligger en druklaag en een grotere scheur in de druklaag bij circa 400 kN (fig. 15b). De stijfheid verminderde aanzienlijk na het ontstaan van de afschuivingsscheur. Met toename van de belasting werden de scheuren langer en werd het slippen van de voorspanstrengen duidelijk. STS_1 en STS_2 bereikten de maximale belasting van 728 kN en 658 kN.
Figuur 14 Belasting-doorbuigingskromme met indicatie van kenmerkende gebeurtenissen van STS_1 en STS_2
Figuur 15 Ontwikkeling van scheuren in (a) het zijvlak van STS_2 en (b) het ondervlak van STS_2
Het faalmechanisme van zowel STS_1 als STS_2 kan worden gekenmerkt door de combinatie van een buigscheur en een onthechtingsscheur tussen de druklaag en de prefab ligger (foto 16a en fig. 16b). Slippen van voorspanstrengen werd ook waargenomen (foto 16c). Daarnaast werd voor STS_1 plaatselijk betonstuik waargenomen in de flens aan één einde van het proefstuk (foto 16d).
Foto 16 Bezwijktoestand van afzonderlijke liggers in de afschuivingstests: (a) kritieke afschuivingsscheur onder
het belastingspunt
(c) slippen van voorspanstreng
(d) plaatselijke betonstuik
De elasticiteitsmodulus van zelfverdichtend GPB vermindert in de loop der tijd
Verlengde materiaaltests
De mechanische eigenschappen van het zelfverdichtend GPB tot 90 dagen, zijn in de eerste publicatie van deze serie vermeld [4]. Voor een beter begrip van het constructieve langetermijngedrag van voorgespannen liggers, zijn aanvullende langetermijnmetingen van de elasticiteitsmodulus en vrije krimp uitgevoerd.
Elasticiteitsmodulus
De metingen zijn uitgevoerd conform NEN-EN 12390-13 [12]. Hogesterktebeton (HSC) met een sterkteklasse vergelijkbaar met zelfverdichtend GPB (fc,28d= 64 MPa) en beton van normale sterkte, NSC (fc,28d = 28 MPa), zijn ook vergeleken (fig. 17) [9]. Voor HSC- en NSC-monsters, is een vergelijkbare trend waargenomen. Voor zelfverdichtend GPB begon de elasticiteitsmodulus echter te verminderen zodra de monsters werden blootgesteld aan uitdroging.
De ontwikkeling van de elasticiteitsmodulus is vergelijkbaar voor monsters die na 28, 14 en 7 dagen werden blootgesteld. Hierbij moet worden vermeld dat het proefstuk dat na zeven dagen werd gedroogd, bij de test na 580 dagen bezweek onder 40% drukspanning van fc,190d. Het is nog steeds niet duidelijk waarom. Door [9] is een vermindering van de splijttreksterkte tussen de ouderdom van twee en vijf jaar gemeld voor een op hoogovenslak gebaseerde GPB, terwijl er geen aanzienlijk effect werd waargenomen voor de langetermijndruksterkte. Deze afname werd toegeschreven aan chemische veranderingen in de microstructuur tijdens uitdroging. In alle monsters die werden blootgesteld aan uitdroging, trad een aanzienlijke vermindering van de elasticiteitsmodulus op. Verder is het niet duidelijk of, en wanneer de elasticiteitsmodulus niet meer verder terugloopt. Alhoewel het aan uitdroging gerelateerd lijkt te zijn, is het onderliggende mechanisme nog niet duidelijk.
Door de invloed van de afmetingen zal het droogproces in de volumineuzere liggers langer duren dan in de kleine testmonsters. De veroorzaakte constructieve reactie wordt daardoor uitgesteld, maar zal uiteindelijk de stijfheid op de lange termijn aantasten en voorspanningsverliezen in de liggers veroorzaken. Opgemerkt moet worden dat de gemiddelde luchtvochtigheid in Nederland (2020–2022) circa 80% bedraagt [13], waardoor het droogeffect bij een brugtoepassing in Nederland waarschijnlijk minder ernstig is dan onder laboratoriumomstandigheden.
Figuur 17 Ontwikkeling van de elasticiteitsmodulus van zelfverdichtend GPB en cementgebonden beton
Krimp en kruip
Figuur 18 geeft de ontwikkeling van de vrije krimp en kruip weer. Het lijkt erop dat de vrije krimp bij een ouderdom van 2,7 jaar nog steeds toeneemt.
Figuur 18 Vrije krimp van zelfverdichtend GPB met een verharding van 7, 14 en 28 dagen en kruipmetingen van zelfverdichtend GPB belast na drie en 28 dagen
Conclusies en aanbevelingen
Uit de beproevingen van samengestelde GPB-liggers op ware grootte kunnen de volgende conclusies worden getrokken:
- GPB vertoont tijdafhankelijk gedrag.
- Het onbelaste proefstuk (LTF) bleef verder vervormen, wat onder andere de significantie van de kruipeffecten van GPB aangaf.
- In vergelijking met het proefstuk dat na één maand werd beproefd (STF), vertoonden de proefstukken beproefd na negen maanden (LTF) onder buigingsbelasting een aanzienlijk lagere stijfheid en lagere scheurbelasting. In het proefstuk LTF werd een circa 44% lagere scheurbelasting waargenomen in vergelijking met de STF. De maximale scheurwijdte van de prefab liggers van de proefstukken beproefd na negen maanden bereikte de bruikbaarheidsgrenstoestand (0,2 mm scheurwijdte) bij lagere belastingsniveaus (160 kN voor LTF en 180 kN voor LTF_LS), dan die van STF (220 kN). Deze belastingsniveaus waren hoger dan de berekende bruikbaarheidsgrenstoestand (130 kN) gebaseerd op belastingmodel 1. De significante voorspanningsverliezen lijken het gevolg te zijn van krimp- en kruipeffecten in voorgespannen GPB.
- LTF en LTF_LS lieten verschillende faalmechanismes zien. In LTF trad falen van de verankering op, op een belastingsniveau lager dan de ondergrens van de belasting voor STF, terwijl in LTF_LS betonstuik werd waargenomen als een aanduiding van het bezwijken bij buiging. Op basis van het scheurenpatroon en wijziging van het faalmechanisme wordt aangenomen dat er een vermindering van de aanhechting tussen GPB en wapeningsstaal optreedt. Vermindering van de aanhechting tussen GPB en wapeningsstaal in combinatie met de significante kruipeffecten spelen een rol in het tijdsafhankelijke constructieve gedrag van afzonderlijke liggers.
- In de kortetermijnafschuifproeven bezweken beide proefstukken STS_1 en STS_2 door de ontwikkeling van buig- en afschuifscheuren en een onthechtingsscheur tussen prefab ligger en de druklaag (gecombineerde faalmechanismes). Er werd een lagere uiterste opneembare capaciteit vastgelegd voor STS_2, waarschijnlijk door kruipeffecten afkomstig van langere belastingsduur met belastings-/ontlastingscicli.
- De elasticiteitsmodulus van zelfverdichtend GPB, die na een bepaalde nabehandelingstijd worden blootgesteld aan uitdroging, vermindert in de loop der tijd. Eveneens, de krimp van zelfverdichtend GPB is na 2,7 jaar aan het toenemen.
Op basis van de hiervoor genoemde conclusies, kunnen de volgende aanbevelingen worden gedaan:
- Het gebruik van constructieve proeven na 28 dagen en toepassen van ontwerprichtlijnen voor traditionele betonelementen op basis van de materiaaleigenschappen na 28 dagen, om de constructieve weerstand van GPB te controleren, kan resulteren in een onveilig ontwerp. Het is essentieel om het constructieve en materiaalgedrag op de lange termijn van GPB te onderzoeken en het is duidelijk dat de regels voor traditioneel beton niet onvoorwaardelijk kunnen worden toegepast.
- Zowel de elasticiteitsmodulus als de druksterkte, krimp en kruip, moeten langer dan twee jaar worden gemonitord. Daarnaast is er verder onderzoek nodig om het mechanisme achter de mogelijke vermindering van mechanische eigenschappen te begrijpen, alvorens GPB grootschalig kan worden toegepast.
Referenties
- Zhang, P., Wang, K., Li, Q., Wang, J., & Ling, Y. (2020). Fabrication and engineering properties of concretes based on geopolymers/alkali-activated binders-A review. Journal of Cleaner Production 258, 120896.
- Liu, H., Lu, Z., & Peng, Z. (2015). Test research on prestressed beam of inorganic polymer concrete. Materials and Structures, 48, 1919-1930.
- Sonal, T., Urmil, D., & Darshan, B. (2022). Behaviour of ambient cured prestressed and non-prestressed geopolymer concrete beams. Case Studies in Construction Materials, 16, e00798.
- Zhang, S., Ye, G., Lukovic, M., Herder, H., & Scharringa, A. (2022). Geopolymeerbeton voor infrastructurele toepassingen (1): Ontwikkeling van zelfverdichtende mengsels. Cement 2022/7, p. 42-50.
- Ye, G., Zhang, S., Lukovic, M., Herder, H., & Scharringa, A. (2023). Geopolymeerbeton voor infrastructurele toepassingen (2): Productie op industriële schaal van prefab voorgespannen brugliggers. Cement 2023/1, p. 6-12.
- Ingenieursbureau Mozes en de Boer. (2021). Constructieberekening. (21102-B01).
- Nederlands Normalisatie Instituut. (2019). NEN-EN 1991-2+C1/NB: Eurocode 1: Belastingen op constructies – Deel 2: Verkeersbelasting op bruggen.
- Espion, B., & Halleux, P. (1991). Long Term Behavior of Pestressed and Partially Pestressed Concrete Beams: Experimental and Numerical Results. ACI SP-129, 19–38.
- Bezemer, H. J., Awasthy, N., & Lukovic, M. (2023). Multiscale analysis of long-term mechanical and durability behaviour of two alkali-activated slag-based types of concrete. Construction and Building Materials 407, 133507.
- Barnes, R. W., Grove, J. W., & Burns, N. H. (2003). Experimental assessment of factors affecting transfer length. Structural Journal 100(6), p. 740-748.
- European Committee. (2005). EN 1992-1-1 Eurocode 2: Design of Concrete Structures-Part 1-1: General Rules and Rules for Buildings. Brussels.
- Nederlands Normalisatie Instituut. (2019). NEN-EN 12390-13: Beproeving van verhard beton - Deel 13: Bepaling van de secans-elasticiteitsmodulus onder druk.
- CBS, PBL, RIVM, WUR (2023). Meteorological data, 1990-2022 (indicator 0004, version 25, March 27, 2023). www.clo.nl. Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Den Haag; Planbureau voor de Leefomgeving, Den Haag; Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven; en Wageningen University & Research, Wageningen.
Reacties
Martin Verweij - Sqape 14 januari 2026 14:30
Graag wijs ik er op dat alle resultaten, conclusies en aanbevelingen in dit artikel betrekking hebben op een mengsel dat door TU Delft is ontwikkeld. Dit is een mengsel voor zelfverdichtend beton, dat een relatief groot aandeel pasta/vloeistof bevat. Het is daarom niet juist om hier conclusies over geopolymeerbeton in het algemeen aan te verbinden. Voor de prestaties van Sqape geopolymeerbeton verwijs ik dan ook naar onze productinformatie en naar artikelen in Betoniek en Cement hierover; de voorgespannen fietsbrug van Boskalis, de kademuur van het Havenbedrijf Rotterdam en de pijlers van de Galgenveldbrug van Van Hattum en Blankevoort.
Pieter Lanser 08 januari 2026 17:38
Moet even glimlachen. Elf jaar geleden zou dit artikel door de redactieraad van Cement waarschijnlijk nog een jaar of tien zijn 'aangehouden' .... -:)