Log in
inloggen bij Cement
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Alle kennis / Artikelen

Dwarskrachtcapaciteit van beton met basaltbeugels

Experimenteel afstudeeronderzoek naar de bijdrage van beugels van basaltvezelcomposiet aan de dwarskrachtcapaciteit Stefan Teeuwen, Pieter Schoutens - 6 oktober 2025

Als alternatief voor traditionele stalen beugels kunnen beugels van basaltvezelcomposiet worden toegepast. Op de TU Delft is onderzoek gedaan naar het gedrag van betonnen balken op dwarskracht bij toepassing van deze basalt-beugelwapening. Daartoe zijn driepuntsbuigproeven uitgevoerd op zes gewapende betonbalken met verschillende beugelconfiguraties.

In het kort

  • Basaltvezel wapeningsstaven zijn na productie niet meer plooibaar en moeten gebogen worden vóór uitharding van de matrix
  • Basaltvezelstaven worden veelal geproduceerd door middel van pultrusie
  • Gebogen pultrusiestaven vertonen een sterke verzwakking ter plaatse van de ombuiging als gevolg van geplooide vezels in de binnenbocht
  • Gevlochten staven en gelamineerde strips zijn minder gevoelig voor deze verzwakking bij ombuiging
  • In een studie aan de TU Delft zijn gevlochten BFRP-beugels en gelamineerde unidirectionele (UD) BFRP-strips vergeleken met traditionele stalen beugels
  • Zes slanke, gewapende betonnen liggers zijn onderworpen aan verplaatsingsgestuurde driepuntsbuigproeven om de dwarskrachtcapaciteit en faalmechanismen te bepalen
  • Zowel beugels van gevlochten strengen basaltvezelcomposiet, als beugels bestaande uit strips van gelamineerd unidirectioneel gewoven basaltvezeldoek zijn in staat om de dwarskrachtcapaciteit van een gewapend betonnen balk te verhogen
  • Door de lage rekstijfheid van basaltvezelcomposiet ontstaan grotere scheurwijdtes dan met stalen beugelwapening met gelijke doorsnede-oppervlakte
  • Als gevolg van de grote scheurwijdtes is de samenwerking tussen beton en beugelwapening minder effectief dan met stalen beugelwapening
  • Per doorsnede-oppervlakte is de bijdrage van basaltvezelbeugels aan de dwarskrachtcapaciteit minder effectief dan stalen beugels
  • Per kg wapening is de bijdrage van basaltvezelbeugels aan de dwarskrachtcapaciteit effectiever dan stalen beugels

Afstudeeronderzoek

Dit artikel is gebaseerd op het afstudeeronderzoek ‘Shear Capacity of Concrete Beams Reinforced with Basalt Fibre-Reinforced Polymer Stirrups’ dat Stefan Teeuwen heeft uitgevoerd aan de TU Delft, faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen, in samenwerking met Witteveen+Bos en met financiering van Rijkswaterstaat. Hij werd voor zijn onderzoek begeleid door dr.ir. Mladena Lukovic, prof.dr.ir. Max Hendriks, ir. Jelle Bezemer, dr.ir. M. Pavlovic (allen TU Delft) en ir. Pieter Schoutens (Witteveen+Bos). Ook dr.ir. Sonja Fennis (Rijkswaterstaat) en dr.ir. Kees Blom (TU Delft / Gemeente Rotterdam) hebben bijgedragen. Een link naar het afstudeerrapport vind je hier.

Door het hoge energieverbruik en de uitstoot van broeikasgassen bij de productie van staal, zorgt de toepassing van traditionele wapening voor een flinke milieu-impact. Daarnaast is staal gevoelig voor corrosie, wat regelmatig leidt tot forse renovatiekosten. Basaltvezelcomposiet wapening (Basalt Fibre Reinforced Polymer, BFRP) is een veelbelovend alternatief, met een hogere treksterkte en betere corrosiebestendigheid.

In een voorgaand Cement-artikel [1] is het buig- en scheurgedrag van beton met BFRP-wapening toegelicht. Dit artikel beschrijft het gedrag van beton met BFRP-beugelwapening onder dwarskracht.

BFRP-beugelwapening

BFRP biedt voordelen zoals hogere treksterkte, corrosiebestendigheid en lage milieu-impact. Ondanks deze voordelen is de toepassing van BFRP als dwarskrachtwapening beperkt. Een van de redenen is dat de kunstvezelcomposietstaven – als gevolg van het uitharden van de kunstharsmatrix – na productie niet meer buigbaar zijn. Het richten van de staven moet dus tijdens het productieproces gebeuren.

Basaltvezelstaven worden veelal geproduceerd door middel van pultrusie (gebruikt voor rechte wapeningsstaven van kunstvezelcomposiet [1, 2]). Deze lenen zich niet voor ombuiging, omdat de vezels in de binnenbocht dan zullen gaan plooien (fig. 2a). Hierdoor kunnen alleen de vezels in de buitenbocht bij belasting goed op spanning worden gebracht. Daarnaast worden de buitenste vezels van een staafbundel in een ombuiging bovengemiddeld zwaar belast als gevolg van de hoge schuifspanning die op deze buitenste vezels aangrijpt (fig. 2b). Deze effecten tezamen, en het gebrek aan een vloeitraject van basaltvezels die voor interne herverdeling kan zorgen, leiden er bij gebogen gepultrudeerde basaltvezelcomposietstaven toe dat de staven een sterke verzwakking in de ombuiging vertonen.

Een andere reden waardoor de toepassing van basaltvezelcomposiet als dwarskrachtwapening twijfelachtig is, is de relatief lage rekstijfheid. Hierdoor ontstaan grotere scheurwijdtes dan met stalen beugelwapening met gelijke doorsnede-oppervlakte. En de wijdte van de dwarskrachtscheuren is sterk bepalend voor de samenwerking tussen beton en beugelwapening en daarmee voor de effectiviteit van de diverse afschuifmechanismen die samen de dwarskrachtcapaciteit bepalen. Het effect van relatief rekslappe basaltvezelcomposietbeugels op deze mechanismen is nog nauwelijks onderzocht.

Beugelontwerpen

In de studie aan de TU Delft zijn twee alternatieve BFRP-beugelontwerpen – gevlochten BFRP-staven en gelamineerde unidirectionele (UD) BFRP-strips – vergeleken met traditionele stalen beugels.

Gevlochten staven

Gevlochten BFRP-staven bestaan uit een bundel vezelstrengen (fig. 3), die tijdens het vlechtproces zijn geïmpregneerd met epoxyhars (foto 4, links en midden). Voordat het opstijven van de hars begint, worden de nog flexibele staven rond een malframe gewikkeld (foto 4, rechts). Daarbij zorgt de vlechtstructuur ervoor dat vezels bij ombuigen gemakkelijker kunnen herschikken en er dus minder knikken.

Gelamineerde unidirectionele strips

Gelamineerde unidirectionele BFRP-strips worden vervaardigd door een aantal lagen gewoven unidirectioneel basaltvezeldoek (foto 5a) te impregneren met vloeibare hars en vervolgens rondom een EPS-kern te wikkelen. Om overtollige epoxy af te voeren en de vezellagen te comprimeren, wordt het laminaat hierna in een vacuümzak geplaatst om uit te harden (foto 5b). Uit dit product zijn individuele beugels met gelijke breedte verkregen door er stroken van te zagen en de EPS-kern te verwijderen. Het eindresultaat is een brede, dunne stripbeugel met een vrijwel identieke buigradius aan zowel de binnen- als buitenzijde om de mate van vezeluitknikking te minimaliseren.
De voltooide BFRP-beugels met de twee alternatieve beugelontwerpen, zoals gebruikt in de balkproeven, zijn weergegeven in foto 6a en 6b.

Materiaaleigenschappen

In voorbereidend onderzoek zijn voor de twee BFRP-beugelvarianten rechte proefstukken gemaakt (code B voor gevlochten beugels en UD voor de gelamineerde UD-stripbeugel). Hiervan zijn de dichtheid en het vezelaandeel bepaald. Dat geldt ook voor een pultrusiestaaf, die als referentie diende (afkomstig van dezelfde leverancier als in [1]). De resultaten hiervan zijn weergegeven in tabel 1.

Op enkele van de proefstukken zijn uniaxiale trekproeven uitgevoerd (foto 7 en 8). De resultaten zijn weergeven in figuur 9 en tabel 2. De resultaten hiervan zijn vergeleken met pultrusiestaven uit het onderzoek in het voorgaande artikel [1]. Voor de methodiek van deze trekproeven wordt verwezen naar dit artikel.

De trekproeven laten zien dat zowel gevlochten staven als de gelamineerde UD-strips een lagere sterkte en stijfheid vertonen dan de gepultrudeerde staven. Dit wordt toegeschreven aan het lagere vezelaandeel (tabel 1) en de niet-axiale oriëntatie (golvigheid) van de vezels in de vlechtstaven en strippen, in tegenstelling tot de parallelle uitlijning in gepultrudeerde staven. Desalniettemin tonen alle BFRP-trekproefstukken een hogere treksterkte dan staal (B500B), zij het met een aanzienlijk lagere stijfheid van ongeveer 40 GPa in plaats van 200 GPa.

In tegenstelling tot staal, dat kan vloeien, vertoont BFRP een bijna lineair elastisch gedrag tot het breekpunt. Enige afwijking hiervan wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door vervormingen in de staafverankering en afwijkend faalgedrag als delaminatie en langsscheuren in de gelamineerde vezelstrips.

Balkproeven

Zes slanke, gewapende betonnen liggers met betonsterkteklasse C30/37 met verschillende beugelconfiguraties zijn onderworpen aan verplaatsingsgestuurde driepuntsbuigproeven om de dwarskrachtcapaciteit en faalmechanismen te bepalen (foto 10). Om de effecten van de BFRP-beugels te isoleren, is ervoor gekozen om in alle balken traditionele stalen trek- en drukwapening B500B te gebruiken. De balken zijn zo ontworpen dat er voldoende momentweerstand aanwezig was om de proefstukken op dwarskracht te laten falen.

Twee balken zijn versterkt met respectievelijk vier gevlochten BFRP-beugels (proefstuk B4) en vier gelamineerde BFRP UD-stripbeugels (proefstuk UD4). In proefstukken B8 en UD8 is het aantal BFRP-beugels verdubbeld (tot acht). Twee balken dienden als referentie: één zonder beugels (proefstuk NS) en één gewapend met vier stalen beugels (proefstuk S4). De details van de beugelconfiguraties per proefstuk zijn weergegeven in tabel 3 en een typische langsdoorsnede is weergegeven in figuur 11.

Meetmethodes

Voor de analyse van de vervorming en het scheurgedrag van de proefstukken is gebruikgemaakt van Digital Image Correlation (DIC). Hiertoe is de zijkant van de balkproefstukken voorzien van een willekeurig zwart spikkelpatroon. Tijdens de belasting van de proefstukken zijn periodiek foto’s gemaakt van dit patroon. De gemaakte foto’s zijn vervolgens ingeladen in gespecialiseerde software, waarmee het vervormingsgedrag van de proefstukken is geanalyseerd. Hierbij zijn de relatieve verplaatsingen van de spikkels in het patroon vergeleken met hun oorspronkelijke posities in de onbelaste toestand. Hierdoor is op nauwkeurige wijze inzicht verkregen in de vervormingen en scheurvorming van het materiaal.

Om het rekgedrag van de beugels inzichtelijk te maken, is gebruikgemaakt van Distributed Fibre Optic Sensing (DFOS). Deze techniek maakt gebruik van optische glasvezels en de principes van lichtverstrooiing om vervormingen over de hele lengte van de vezel te meten. In dit onderzoek zijn de optische vezels aan de buitenzijde van de beugels verlijmd, zodat de rek in de beugels periodiek kon worden gemeten. De verlijmde vezels zijn gesegmenteerd in gebieden A t/m E (fig. 12) om meer inzicht te krijgen in de locatie van eventuele piekspanningen.

Resultaten balkproeven

De kracht-verplaatsingsdiagrammen voor alle proefstukken zijn weergegeven in figuur 13. Hieruit blijkt dat alle balken dezelfde initiële stijfheid vertonen tot een kracht van ongeveer 90 kN. Rond deze belasting beginnen de eerste dwarskrachtscheuren te ontstaan. Vanaf dit punt verschilt de kracht-verplaatsingsrespons per balk, afhankelijk van de specifieke configuratie van de beugels en de effectiviteit waarmee deze de propagatie van de dwarskrachtscheuren beheerst.

Om de prestatie van de BFRP-beugels te bepalen, is de toegenomen dwarskrachtcapaciteit ten opzichte van de balkproef zonder beugels (NS) bepaald. De toename aan dwarskrachtcapaciteit is toegekend aan de beugelwapening. Vervolgens is deze capaciteitstoename als gevolg van de BFRP-beugels vergeleken met de variant met stalen beugelwapening (S4 = 1,0). Hierbij is de relatieve prestatie van de BFRP-beugels zowel bepaald naar rato van doorsnede-oppervlakte van de beugelwapening als naar rato van massa aan beugelwapening (tabel 4).


Uit de metingen en waarnemingen aan de proefstukken blijkt het volgende:

  • De variant zonder beugelwapening vertoont twee duidelijke primaire dwarskrachtscheuren. De variant met stalen beugelwapening laat een fijner verdeeld scheurpatroon zien, terwijl de varianten met BFRP-beugels veelal een duidelijke primaire en secundaire dwarskrachtscheur hebben (fig. 14).
  • De maximale rek concentreert zich bij stalen beugels op de verticale beugelsecties en neemt sterk toe bij overschrijden van de vloeispanning. Bij BFRP-beugels verdeelt de rek zich meer over de omtrek van de beugel, wat duidt op een slechtere aanhechting aan het beton (fig. 15).
  • Het falen van de balken met BFRP-beugels werd geïnitieerd door het bezwijken van één van de beugels in een hoeksectie (foto 16).

Conclusies

Uit de resultaten van de proeven is het volgende te concluderen.

  • Stalen beugels bevorderen de krachtsherverdeling tussen de individuele beugels, doordat ze kunnen vloeien, met een meer gelijkmatige bijdrage aan de afschuifcapaciteit tot gevolg. De BFRP-beugels, die geen vloeigedrag vertonen, hebben een ongelijke krachtsverdeling over de beugels.
  • In het geval van BFRP-beugels verspreidt de rek zich over de volledige omtrek van de beugel. Dit suggereert dat de aanhechting tussen BFRP en beton minder effectief is. Daarentegen concentreert de maximale rek zich bij stalen beugels in de verticale secties; vooral wanneer de vloeigrens wordt overschreden, neemt de rek in deze zones snel toe.
  • De lagere rekstijfheid in BFRP-beugels leidt tot wijdere dwarskrachtscheuren dan bij reguliere stalen beugels. Dit verzwakt de interne afschuifmechanismen in het beton, zoals aggregate interlock en deuvelwerking. Hierdoor bereiken balken met BFRP-beugels hun maximale afschuifcapaciteit ruim voordat de uniaxiale treksterkte van de beugels volledig is benut. Doordat hierna nog enige herverdeling kan plaatsvinden (in dit geval van beton naar beugels), is het bezwijkgedrag redelijk ductiel.

Discussie

Om zeker te zijn dat de liggers zouden bezwijken op dwarskracht, is een grote hoeveelheid buigtrekwapening (3,3%) en relatief veel drukwapening toegepast. Deze langswapening heeft geresulteerd in aanzienlijke deuvelwerking, wat een forse bijdrage heeft geleverd aan de dwarskrachtcapaciteit van de liggers. Dit effect is deels geïsoleerd door het beproeven van de balk zonder dwarskrachtwapening, maar de interactie van dit mechanisme met andere afschuifmechanismen (met name aggregate interlock en de effectiviteit van beugelwapening) is verder niet onderzocht. In het onderzoek is elke capaciteitsverhoging bovenop de capaciteit van de ligger zonder beugels, toegeschreven aan de beugelwapening.

Hoewel dit onderzoek de potentie van BFRP als dwarskrachtwapening in betonnen constructies laat zien, moet worden opgemerkt dat in deze studie geen aandacht is besteed aan de effecten op lange termijn of aan vermoeiingsverschijnselen. Het meenemen van deze factoren zal mogelijk tot afwijkende bevindingen kunnen leiden.

Tot slot

Het onderzoek laat zien dat staal niet langer de enige keuze is voor beugelwapening in beton; door onder meer de gunstige sterkte-gewichtsverhouding en corrosiebestendigheid biedt BFRP een veelbelovend toekomstperspectief. De praktijk wijst echter uit dat BFRP niet zomaar een directe vervanger is voor stalen beugels: de grotere scheurwijdtes en ongelijke krachtsverdeling over de beugels resulteren in een fundamenteel ander dwarskrachtgedrag. De toekomstige Eurocode 2 zal constructeurs houvast bieden voor het ontwerpen van betonconstructies met vezelcomposietwapening, maar vooralsnog beperkt deze zich tot buigtrekwapening. Voordat vanuit de normen met BFRP-beugelwapening kan worden ontworpen, is aanvullend onderzoek noodzakelijk; de puzzel is nog niet helemaal gelegd.

Literatuur

Reacties

x Met het invullen van dit formulier geef je Cement en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Cement ©2026. All rights reserved.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren