Log in
inloggen bij Cement
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Alle kennis / Blogs

Weg met de VODO-constructeur

Blog Remko Wiltjer en Patrick van Dodewaard - 20 april 2-26

Elke fase in het bouwproces, van schetsontwerp tot realisatie, heeft haar eigen uitdagingen. In al die fases is de inbreng van de constructieadviseur essentieel. Voor het beste eindresultaat hoort die rol bij één en dezelfde partij te liggen.

De constructieadviseur ontwerpt, berekent en werkt constructies uit en borgt de constructieve veiligheid, in elke fase van het bouwproces. Vanaf het Voorlopig Ontwerp (VO) tot en met het Definitief Ontwerp (DO) heet het de ontwerpend constructeur en vanaf het Technisch Ontwerp (TO) de coördinerend constructeur. In die laatste fase spelen ook deelconstructeurs (vanuit toeleveranciers) een rol.

De rollen van ontwerpend constructeur en coördinerend constructeur kunnen door hetzelfde bureau worden uitgevoerd – we spreken dan van een hoofdconstructeur. Maar dat hoeft niet. Wij zien steeds meer bureaus die slechts tot het DO actief zijn. We noemen dat ook wel de ‘VODO-constructeur’ (spreek uit: voedoe). Een constructeur die na het DO verdwijnt.

Als de opdrachtgever de ontwerpverantwoordelijkheid overdraagt aan een aannemer, verdwijnt de ontwerpend constructeur vaak vanzelf uit beeld. Maar er zijn ook nogal wat adviesbureaus die bewust kiezen om alleen opdrachten tot het DO aan te nemen. In die vroege fase kun je de meeste invloed uitoefenen, zijn de meeste creativiteit en expertise nodig en zijn de marges het hoogst, zo is de gedachte.

Dit is een slechte ontwikkeling. Veel beter zou het zijn als één constructeur van begin tot eind betrokken blijft. Waarom? Daar zijn verschillende argumenten voor.

Als een bureau zich slechts richt op het ontwerp, heeft dat de nodige risico’s. Heeft de ontwerpend constructeur bijvoorbeeld gekozen voor onlogische, slecht uitvoerbare of zelfs foute oplossingen, hoeft hij daar niet voor op te draaien. Het is de coördinerend constructeur die het moet oplossen. Je kunt zelfs stellen dat je zonder ervaring in de TO-, UO- of realisatiefase geen goede ontwerpen kunt maken. Je weet niet wat er mis kan gaan, waar risico’s zitten en wat wel en niet uitvoerbaar is. Die kennis ontbreekt bij veel VODO-constructeurs.

Het maakt het werk gevarieerder en betekenisvoller

Wanneer na het DO taken en verantwoordelijkheden verschuiven, vraagt dat om een intensieve en zorgvuldige informatieoverdracht. De coördinerend constructeur moet niet alleen begrijpen wát is ontworpen, maar ook waarom. Hij moet het niveau toetsen, risico’s inschatten en keuzes kunnen verantwoorden. Dat kost tijd, geld en energie. En bij elke overdracht gaat informatie verloren. Met hogere faalkosten en mindere bouwwerken tot mogelijk gevolg. Het zorgt voor extra fragmentatie, een probleem dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid niet voor niets al meerdere malen heeft geadresseerd.

Genoemde argumenten zijn niet nieuw. Wat je veel minder vaak hoort is dat het werk voor een constructeur vele malen leuker is als je tot en met de realisatie betrokken bent. Het maakt het werk gevarieerder en betekenisvoller.

Dus als van begin tot eind dezelfde constructeur betrokken is, verkleint dat niet alleen de kans op fouten en vergroot het de efficiëntie; het geeft ook nog eens meer voldoening. Pas dan kan hij of zij met recht zeggen: dit is mijn gebouw.

Reacties

Leo Molenbroek - Heijmans Infra 23 april 2026 10:11

Beste Remko en Patrick, Ik ben het helemaal met jullie eens. één constructeur van begin tot eind is beter voor de kwaliteit van het ontwerp, de constructieve veiligheid en zeker ook voor de constructeur zelf!

Cement ©2026. All rights reserved.