"Je constructeursgevoel moet zich nog verder ontwikkelen." Het is een typische zin van een senior constructeur tegen een startende collega. Goed bedoeld, maar ook vaag. Want wat is dat constructeursgevoel nou eigenlijk precies?
In juni van dit jaar werden Rob Doomen en Rayaan Ajouz uitgeroepen tot respectievelijk Constructeur en Talent van het Jaar. In een serie columns in Cement laten zij hun licht schijnen over een aantal belangwekkende thema's in het vakgebied. Ze vragen daarbij onder meer aandacht voor de toegevoegde waarde van de constructeur en de zichtbaarheid daarvan. In deze zevende aflevering is het de beurt aan Rayaan Ajouz.
Is het zonder te rekenen weten dat een bepaalde overspanning met een bepaalde belasting een IPE300 vereist? Of aanvoelen welke wapening en vloerdikte nodig zijn voor een bepaalde momentcapaciteit? Dat lijkt vaak het beeld, maar voelt als een te beperkte uitleg.
Je zou kunnen zeggen dat het constructeursgevoel juist zit in maakbaarheid. Het rekenmodel dat je opstelt moet zich uiteindelijk vertalen naar een constructie die ook echt gebouwd kan worden. Daar zit het verschil tussen een kloppend model en een goed ontwerp. Of is het nog fundamenteler? Gaat het om logisch nadenken? Een vorm van boerenverstand toegepast op constructies?
Een adviseur gebruikte ooit de metafoor van een deurklink. Wanneer je die klink naar beneden drukt, zet je krachten op de deur. Die gaan via de scharnieren naar het kozijn, vervolgens naar de wand en uiteindelijk naar de vloer. Een eenvoudige, goed te volgen keten, maar wel een waarin elk onderdeel een rol speelt. Als ergens in die keten iets niet klopt, heb je een probleem.
Het kunnen volgen van die krachten en het begrijpen van die samenhang komt misschien dichter in de buurt van wat we constructeursgevoel noemen. Niet het gokken van een profielmaat, maar het zien van het geheel.
Reacties