Internationaal is veel onderzoek verricht naar tand-nokconstructies, maar die kennis is niet zonder meer toepasbaar op Nederlandse kunstwerken. Specifiek in Nederland toegepaste wapeningsdetails, in combinatie met mogelijke degradatie, maken de beoordeling complex. Een onderzoeksprogramma aan de TU Delft moet meer inzicht geven in het werkelijke gedrag van deze constructies en in de manier waarop schade betrouwbaar kan worden vastgesteld en beoordeeld. Onderdeel van het programma is een experimentele proevenserie op ware schaal.
In bruggen en viaducten met tand-nokconstructies vormt deze verbinding een kritisch onderdeel. Bij falen ervan kan plotseling bezwijken optreden doordat een alternatieve draagweg ontbreekt. Dit blijkt onder meer uit het instorten van het viaduct De la Concorde in Laval, Canada, op 30 september 2006 en de Ponte di Annone in Brianza, Italië, op 28 oktober 2016. Vanwege het potentieel voor een bros bezwijkmechanisme zijn zowel de constructieve beoordeling als periodieke inspectie van bruggen met tand-nokverbindingen cruciaal.
In Nederland zijn in de tand-nokconstructies van bruggen en viaducten op grote schaal wapeningsdetails toegepast die volgens huidige normen en richtlijnen als ontoereikend worden beschouwd. Voorbeelden zijn beperkte verankeringslengten nabij de keel, ongunstig omgebogen ophangwapening en het ontbreken van gesloten beugels.
Daarnaast zijn vooral nokken kwetsbaar voor corrosieschade. Via de voeg kan afvoerwater, eventueel met dooizouten, de keel bereiken. Juist daar is de scheurgevoeligheid verhoogd door spanningsconcentraties bij de abrupte geometrische overgang. Bovendien is inspectie van scheuren en corrosie over de volledige keelsnede vaak lastig, kostbaar of slechts beperkt uitvoerbaar. Doordat de inspecties slechts op beperkte locaties plaatsvinden en er geen gevalideerde methode beschikbaar is om deze inspectiedata naar de volledige brug te extrapoleren, blijft de constructieve beoordeling een uitdaging.
Reacties