Een van de meest effectieve manieren om duurzaam te construeren is hergebruik [1]. Of het nu gaat om hergebruik van de hele draagconstructie of van delen van de draagconstructie, het vraagt om grote creativiteit van constructief ontwerpers. In de praktijk is de keuze voor hergebruik vaak nog een afweging tussen bouwkosten en baten. Maar er zijn meer redenen voor hergebruik. Zo blijft er een stuk (bouw)geschiedenis behouden en gaan we dankzij hergebruik zuinig om met schaarse primaire grondstoffen. Dit wordt bij de keuze niet of te weinig meegewogen. Hier moet verandering in komen.
Dat we zuinig om moeten gaan met primaire grondstoffen en dat we de CO2-uitstoot moeten reduceren is evident. Hergebruik in de bouw levert een belangrijke bijdrage aan beide doelstellingen. Het moet dus hoog op de agenda komen van opdrachtgevers, architecten en constructeurs. Een eerste stap hiervoor is gezet met het zogenoemde Bouwwaardenmodel, opgenomen in zowel het Betonakkoord als het Bouwakkoord Staal (zie kader Bouwwaardenmodel). Dit model helpt om grondstoffen hun waarde zo veel mogelijk te laten behouden. Bovenaan in dit model staat het hergebruik van een volledig casco.
Foto 1 Het Kantoor Vol Afval (KaVA) van het Rijksvastgoedbedrijf, een circulair renovatieproject waarbij 90 procent van alle gebruikte materialen is hergebruikt (foto: Stijn Poelstra)
Het Bouwwaardenmodel (fig. 2) benadert circulariteit van bouwmateriaal over de hele levenscyclus van een bouwwerk. In de ontwikkel- en ontwerpfase wordt waarde gecreëerd door toekomstbestendig, aanpasbaar en demontabel te ontwerpen. In de gebruiksfase draait het om waardebehoud, bijvoorbeeld door goed beheer, onderhoud en levensduurverlenging. Na de gebruiksfase staat hoogwaardig hergebruik van bouwwerk, onderdelen en materialen voorop. Recycling volgt pas wanneer hergebruik niet meer mogelijk is. Zo worden keuzes in elke fase gekoppeld aan het zo lang mogelijk behouden van de hoogste waarde.
Reacties