Verticale voegen tussen prefab betonwanden worden meestal gevuld met een voegmortel. Deze mortel dient als bouwkundige vulling en heeft verder geen constructieve functie. Krimparme cementgebonden voegmortels hebben echter hoogwaardige constructieve eigenschappen. Die kunnen worden benut door in de aansluitvlakken tussen beton en mortel een profilering aan te brengen. Hierdoor ontstaat een afschuifverbinding voor de overdracht van afschuifkrachten tussen wandelementen. In samenspraak met de prefab betonindustrie zijn een aantal geprofileerde aansluitvlakken voor verticale mortelverbindingen ontwikkeld. In het kader van een promotieonderzoek aan de TU Delft is het afschuifgedrag onderzocht.
1 Prefab betonwanden met een profilering voor de SSK-mortelverbinding
Mortelverbindingen
voor prefab betonnen
wandconstructies (1)
Onderzoek naar het afschuifgedrag van
ongewapende geprofileerde mortelvoegen
1
36?CEMENT?1 2025
Vanwege de thixotrope eigen-
schappen van hedendaagse
mortels is het mogelijk verticale
voegen met een mortelpomp te
vullen, zonder dat daar een tradi-
tionele bekisting voor nodig is.
Foto 2 laat zien hoe de mortel via een slang
in de voegen wordt gedrukt. Bekende mortel-
verbindingen worden gebruikelijk voorzien
van wapening in de voegvulling (haarspel-
den uit de wand en een verticale 'lockbar').
Het is echter niet aan te bevelen verticale
voegen met voegwapening te vullen met een
mortelpomp. Dan is de kans op luchtinslui-
ting te groot. Dit is de reden dat er voor dit
onderzoek ongewapende geprofileerde mor-
telvoegen worden voorgesteld. Er moet ui-
teraard rekening worden gehouden met de
horizontale ontbondene (fig. 3a), die nu niet
door de wapening kan worden opgenomen.
Deze 'wijkende' kracht moet voor een wer-
kende afschuifverbinding worden gecom-
penseerd. Deze krachten kunnen via beide
wandelementen en de trekbandwapening in
de vloeren met elkaar in evenwicht worden
gebracht (fig. 3b). Het is een bestaand con-
cept dat onder meer wordt beschreven in
fib bulletin 74 [1] en Steinle et al. [2].
Mortelverbindingen
Figuur 4 toont de vijf verschillende verbin-
dingen waarvoor het afschuifgedrag is on-
derzocht. Het aansluitvlak heeft voor iedere
verbinding een specifieke profilering en soms
een opruwing. Verbinding Sp 1-x in figuur 4
laat zien dat afschuifkrachten (verticale pij-
len langs de voeg) via diverse schuine druk-
diagonalen in de mortelvulling van de ene
zijde naar de andere worden doorgegeven.
In de codering staat Sp voor 'Specimen', de
1 voor de eerste verbinding en de x voor het
unieke nummer van een proefstuk. Elke
verbinding is in staat 'positieve' en 'negatieve'
afschuifkrachten door te geven. De schuine
pijlen in verbinding Sp 2-x laten zien hoe de
beide afschuifkrachten via drukdiagonalen
worden doorgegeven.
Mortelverbinding Sp 1-x wordt in de
praktijk het meest toegepast en is daarom als
eerste geselecteerd voor het onderzoekspro
-
gramma. Mortelverbinding Sp 2-x heeft de-
zelfde inkepingen (shear keys), maar die
DR.IR. DICK VAN
KEULEN
Adviseur Constructies
Ingenieursstudio DCK
auteur
Verticale voegen tussen prefab betonwanden worden meestal gevuld met een voegmortel. Deze
mortel dient als bouwkundige vulling en heeft verder geen constructieve functie. Krimparme
cementgebonden voegmortels hebben echter hoogwaardige constructieve eigenschappen. Die
kunnen worden benut door in de aansluitvlakken tussen beton en mortel een profilering aan
te brengen. Hierdoor ontstaat een afschuifverbinding voor de overdracht van afschuifkrachten
tussen wandelementen. In samenspraak met de prefab betonindustrie zijn een aantal
geprofileerde aansluitvlakken voor verticale mortelverbindingen ontwikkeld. In het kader van
een promotieonderzoek aan de TU Delft is het afschuifgedrag onderzocht.
CEMENT 1 2025 ?37
zijn aan één zijde 100 mm verticaal verscho-
ven. Deze variant heeft een iets steilere druk-
diagonaal en daardoor mogelijk de potentie
de afschuifkrachten efficiënter door te geven.
Omdat deze verbinding in dit artikel nadruk
-
kelijk aan bod komt, wordt het de SSK-mor-
telverbinding (Staggered Shear Key) genoemd.
Mortelverbinding Sp 3-x met een 'ge-
karteld profiel' heeft als doel het effect van
meer shear keys over dezelfde hoogte te
onderzoeken.
Met mortelverbinding Sp 4-x is het
effect van een opgeruwd aansluitvlak bij een
toepassing met voegmortel in plaats van
beton onderzocht met een 'uitgewassen
betonoppervlak'.
Ten slotte is gekozen voor mortelver-
binding Sp 5-x met een 'kartelprofiel en uit-
wassing', omdat een combinatie van een
opgeruwd aansluitvlak en een profilering
mogelijk een hoge afschuifcapaciteit en een
aanzienlijke afschuifstijfheid zou kunnen
leveren.
Het is de vraag welke van deze verbindingen
het beste kan worden toegepast als verticale
mortelvoegverbinding in het concept met
trekbandwapening in de vloeren.
Afschuiftesten
Het afschuifgedrag van de mortelverbindin-
gen is vastgesteld met behulp van afschuif-
testen aan de TU/e. Hiervoor zijn in totaal 33
proefstukken van het type push-off gemaakt
en beproefd in de proefopstelling uit foto 5.
Met dit type proefstuk worden verticale
drukkrachten omgezet in afschuifkrachten
op de verticale verbinding, zonder dat er sig-
nificante buigende momenten in de voeg
ontstaan. Het mechanisme van de push-off
test is dat de opgelegde kracht de verbinding
via afschuiven en zijdelings wijken uit elkaar
probeert te duwen.
Elk proefstuk bestaat uit twee L-vor-
mige prefab betonelementen met daarin een
profilering en/of uitwassing (foto 6), waar-
tussen de mortelvulling is aangebracht.
2 Verticale voegen worden gevuld met mortelpomp
TWEE ARTIKELEN OVER
PROMOTIESTUDIE
Dit is het eerste artikel in een tweeluik
naar aanleiding van de promotiestudie
van Dick van Keulen aan de TU Delft,
faculteit Civiele Techniek en Geoweten-
schappen, afdeling Engineering Struc-
tures, sectie betonconstructies. De titel
van het onderzoek: 'Narrow vertical
mortar connections for precast con-
crete shear walls'. De promotoren waren
dr.ir. Dick Hordijk en prof.dr.ir. Max
Hendriks. Het proefschrift is te down-
loaden op https://repository.tudelft.nl.
In dit eerste artikel wordt op hoofdlij-
nen het onderzoek naar het afschuif-
gedrag van een aantal geprofileerde
mortelverbindingen beschreven. Het
tweede artikel gaat in op de modelle-
ring en toepassing van verdiepingshoge
geprofileerde mortelverbindingen in
prefab-betonnen stabiliteitsconstruc-
ties.
2
38?CEMENT?1 2025
b
trekbandwapening
trekbandwapening
wijkende kracht
horizontale
ontbondene
a
Sp 1-x Sp 2-x Sp 3-x Sp 4-x Sp 5-x
3x25 3x25 3x25252020
25
100
100
10°
100
100
14,6°
50
50
31,1°
100
100
3 Wijkende krachten veroorzaakt door horizontale ontbondene
4 De vijf onderzochte geprofileerde mortelverbindingen
5 Proefstuk in testopstelling?6 Geprofileerde en uitgewassen aansluitvlakken
Het afschuif-
gedrag wordt
beïnvloed door
de mate waarin
de mortelvulling
zijdelings is
opgesloten
3
4
5 6
CEMENT 1 2025 ?39
trekbandwapening
trekbandwapening
a
b c
kolom
trekbandwapening
trekbandwapening
trekbandwapening
trekbandwapening
7
7 Mate van opsluiting (horizontale stijfheid) tussen prefab wandelementen
Voor het zijdelings opsluiten van de mortel-
vulling zijn steeds vier draadstangen rond-
om het proefstuk gemonteerd. De afschuif-
krachten werden via vijzeldruk bovenop het
proefstuk vervormingsgestuurd aan de ver-
binding opgelegd. Na iedere belastingstap
zijn de verticale krachten vanuit de vijzel, de
horizontale krachten in de draadstangen en
de horizontale en verticale verplaatsingen
gemeten.
Horizontale stijfheid
Het afschuifgedrag van een mortelverbin-
ding wordt beïnvloed door de mate waarin
de mortelvulling tussen de prefab beton-
wanden zijdelings is opgesloten. Figuur 7
toont schematisch drie verdiepingshoge
mortelverbindingen waarin dat zichtbaar
wordt. In elk van de getekende situaties is de
mate van opsluiting anders. In wandcon-
structie (a) zullen de horizontale wijkende
vervormingen vrijwel volledig afhankelijk
zijn van de verlenging van de trekbandwa-
pening in de (gescheurde) betonvloeren.
Door raamopeningen in wandconstructie (b)
ontstaan kolommen die bij dezelfde af-
schuifkracht zijdelings meer vervormen. In
het geval van een hoekverbinding (c) zijn,
bij dezelfde afschuifkracht, de horizontale
vervormingen het grootst.
De zijdelingse afhankelijkheid is in het
onderzoek gedefinieerd als de horizontale
stijfheid k
h
, waarmee weerstand wordt gebo-
den tegen wijkende krachten. Door draad-
stangen met verschillende diameters rondom
de proefstukken aan te brengen, is het moge
-
lijk verschillende horizontale stijfheden op de
mortelverbindingen te simuleren. Voor de in
figuur 7 getekende situaties zijn de horizon
-
tale stijfheden met eenvoudige analytische
modellen berekend. Het bleek dat deze stijf
-
heden in de proefstukken konden worden
gesimuleerd met drie sets van vier draad
-
stangen met diameters Ø16 mm, Ø24 mm
en Ø38 mm. Hiermee is onderzocht wat het
effect is van de horizontale stijfheid op het
afschuifgedrag van de mortelverbindingen.
Onderzoeksvariabelen
Het effect dat de 'vorm van de profilering'
en de 'horizontale stijfheid' hebben op het
afschuifgedrag, zijn twee voor dit artikel ge-
selecteerde onderzoeksvariabelen. Voor
meer informatie over de werking van 'vezel-
mortel' en 'zijdelingse voordruk' wordt ver-
wezen naar het proefschift.
Afschuifgedrag?Figuur 8 toont foto's van
een SSK-mortelverbinding (Sp 2-4) tijdens
het uitvoeren van de afschuiftest. Ze zijn
genomen op het moment dat de in de foto
aangegeven afschuifkrachten (kN) via de
verbinding worden doorgegeven. De relatie
tussen de afschuifkrachten V
F
en de afschuif-
vervormingen
?
v
is uitgezet in de grafiek van
figuur 9.
De proefneming start in punt A van de
grafiek. In de fase tot punt B zijn visueel
geen veranderingen op het proefstukopper-
vlak waargenomen. In deze fase worden de
afschuifkrachten gelijkmatig verdeeld over
de hoogte van de verbinding doorgegeven,
zoals schematisch weergegeven in figuur 10A.
Dit is mogelijk omdat de afschuifkrachten
via de hechting tussen het prefab beton en
de mortel kunnen worden overgedragen.
40?CEMENT?1 2025
0 kN 75 kN 420 kN 560 kN 340 kN
B: Onthechten aansluitvlakken (75 kN)
C: Diagonale scheuren
(420 kN)
D: Bezwijkscheur (560 kN)
A
E: Residuele afschuifcapaciteit
(340 kN)
C D EBA
In punt B onthechten de aansluitvlakken.
Dit gebeurt bij een vrij lage afschuifkracht
(V
F;B
= 75 kN). Als gevolg van het onthechten
worden de afschuifkrachten daarna vrijwel
alleen nog via drie schuine drukdiagonalen
doorgegeven (figuur 10B).
Gedurende het verder opvoeren van
de afschuifkracht ontstaan er bij punt C in
de mortel en het prefab beton diagonale
scheuren (V
F;C
= 420 kN). In de fase erna
nemen de scheurwijdtes verder toe en ont-
staan ook weer nieuwe scheuren.
In punt D bezwijkt de verbinding om-
dat drie met mortel gevulde inkassingen van
de mortelvulling afscheuren (V
F;D
= 560 kN).
Daardoor ontstaat een verticale afschuif-
scheur. Vanwege het ruwe oppervlak in de
scheur is de verbinding na bezwijken nog
steeds in staat afschuifkrachten door te
geven. Dat gebeurt bij een veel lagere residu-
ele afschuifkracht (V
F;E
= 340 kN) in fase E.
Behalve de afschuifkrachten en afschuifver-
vormingen zijn ook de zijdelingse krachten
en vervormingen gemeten. Door alle relaties
in één gecombineerde grafiek van figuur 11
af te drukken, ontstaat een overzichtelijke
weergave van het gemeten verbindingsge-
drag. De grafiek toont de testresultaten van
twee SSK-mortelverbindingen (Sp 2-1 en
Sp 2-2). De mortelverbindingen in deze
proefstukken zijn gelijk aan elkaar. Ze zijn
beproefd met dezelfde draadstangen en zij-
delingse voordruk. In het algemeen kan
worden vastgesteld dat het verbindingsge-
drag van de beide verbindingen ongeveer
hetzelfde is. Ook kan worden waargenomen
dat bij een toename van de afschuif- De vorm en
ruwheid van de
aansluitvlakken
beïnvloeden het
afschuifgedrag
8 Proefstuk 2-4 met SSK-mortelverbinding tijdens de afschuiftest, bij verschillende afschuifkrachten
9 Grafiek met meetresultaten van de SSK-mortelverbinding in proefstuk 2-4
10 Overdracht van afschuifkrachten via de SSK-mortelverbinding
8
9 10
CEMENT 1 2025 ?41
300 kN,
0,5 mm
52 kN,
0,82 mm
krachten V
F
de afschuifvervormingen ?
v
, de
zijdelingse krachten F?
n;sum
en zijdelingse
vervormingen
??
n
toenemen.
Effect van de horizontale stijfheid
Over het effect dat de horizontale stijfheid
heeft op het afschuifgedrag van de SSK-
mortelverbinding kan het volgende worden
vastgesteld. Voor elke set horizontale draad-
stangen met diameters 4Ø16, 4 Ø24 en 4Ø38,
zijn steeds twee SSK-mortelverbindingen
beproefd. De meetresultaten van deze proef-
stukken zijn afgedrukt in de grafiek van
figuur 12.
Uit de relatie tussen de afschuifkracht
V
F
en zijdelingse kracht F?
n
blijkt dat de ho-
rizontale stijfheid de krachtsverdeling niet
beïnvloedt. Dit is te begrijpen omdat de hel-
lingshoek van een drukdiagonaal van een
mortelverbinding met dezelfde profilering
en afmetingen hetzelfde is.
In de tweede plaats kan worden vast-
gesteld dat met een verhoging van de hori-
zontale stijfheid de afschuifstijfheid toe-
neemt. Dit is af te lezen uit de helling van de
relatie tussen de afschuifkracht V
F
en af-
schuifvervorming
?
v
. Deze relaties laten ook
zien dat de afschuifcapaciteit V
F;U
bij een
verhoging van de horizontale stijfheid toe-
neemt.
Het derde is dat er een grote spreiding
is voor de residuele afschuifcapaciteit na het
bezwijken van de mortelverbindingen. Dit
laat zien dat de ruwheid in de hoofdscheur
van de mortelvulling meer invloed op de
residuele afschuifcapaciteit heeft dan de
horizontale stijfheid.
In de laatste plaats blijkt uit de relatie
tussen zijdelingse krachten F?
n
en vervor-
mingen
??
n
dat bij een hogere horizontale
stijfheid de zijdelingse vervormingen kleiner
zijn. Het is duidelijk dat dit komt door de af-
hankelijkheid tussen de zijdelingse vervor-
mingen en de stijfheden van de horizontale
draadstangen.
Effect van de profilering
Het is te verwachten dat de vorm en ruw-
heid van de aansluitvlakken tussen prefab
beton en mortel het afschuifgedrag beïn-
De SSK-mortel-
verbinding geeft
de afschuif-
krachten op de
meest effectieve
manier door
11 Gecombineerde grafiek met gemeten krachten en vervormingen
11
42?CEMENT?1 2025
vloeden. Dit wordt beschouwd met behulp
van de grafiek in figuur 13. Hierin zijn de
relaties van vijf mortelverbindingen met
verschillende combinaties van profielen en
opruwing afgedrukt. Ze zijn allemaal be-
proefd met draadstangen 4Ø38. Behalve de
vorm en de ruwheid zijn deze vijf verbindin-
gen dus gelijk aan elkaar.
Uit de meetresultaten blijkt dat de aan-
sluitvlakken tussen mortel en prefab beton
bij verbindingen Sp1-3, Sp 2-5 en Sp 2-6 bij
lage afschuifkrachten V
F
vrijwel direct ont-
hechten. Dit gebeurt omdat de aansluitvlak-
ken niet zijn voorzien van een opruwing of
profilering om de hechting te verbeteren.
Bij de andere verbindingen Sp 3-9 en Sp 4-3
vond onthechten plaats bij een hogere af-
schuifkracht V
F
. Bij Sp 4-3 heeft de verbin-
ding ook gelijk de afschuifcapaciteit V
F;U
=
177 kN bereikt. Er volgt daarna alleen nog
een fase met een lagere residuele afschuif-
capaciteit. Bij verbinding Sp 5-6 is geen
onthechten waargenomen. Er is wel een
terugval zichtbaar bij V
F
= 260 kN, maar die
ontstaat door het ontstaan van diagonale
scheuren in de mortelvulling. Bij de andere
verbindingen ontstaan de eerste scheuren
in de mortel en het prefab beton bij V
F
=
380 kN (Sp 1-3), V
F
= 401/505 kN (Sp 2-5/2-6)
en V
F
= 187 kN (Sp 3-9). Tijdens het verder
toenemen van de afschuifkracht ontstonden
nieuwe scheuren en werd de bestaande
scheurwijdten groter.
De uiterst opneembare afschuifkracht is
gedefinieerd als de afschuifcapaciteit V
F;U
.
De eerste drie verbindingen bezwijken door-
dat de met mortel gevulde inkassingen van
de mortelvulling afscheuren. Dit is een ver-
ticale hoofdscheur waarvan het principe is
getekend in figuur 10D/E. Bij verbinding
Sp 5-6 ontstond eveneens een min of meer
verticale hoofdscheur. Die begint in het aan-
sluitvlak tussen prefab beton en mortel en
steekt vervolgens via de mortelvulling over
naar het andere aansluitvlak.
12 Effect van de horizontale stijfheid
12
CEMENT 1 2025 ?43
Beoordeling van de
mortelverbindingen
Het is de vraag welke van de voorgestelde ver-
ticale mortelverbinding het meest geschikt
is. Dit wordt bepaald door het afschuifgedrag
van de verschillende verbindingen onder-
ling te vergelijken. De testresultaten in de
grafiek van figuur 13 zijn exemplarisch voor
de vijf verbindingen. De verbindingen Sp 3-9,
Sp 4-3 en Sp 5-6 leveren in deze grafiek initi-
eel een hoge afschuifstijfheid als gevolg van
de adhesieve hechting tussen prefab beton
en mortel. De gevoeligheid voor onthechten
is echter een bedreiging. De mortelvulling
zal krimpen. Zettingen, die in een prefab be-
tonconstructie altijd aanwezig zijn, kunnen
ook een ongewenste horizontale wijking aan
de mortelverbinding opleggen. Daarom
moet worden vastgesteld dat de gemeten
initiële afschuifstijfheid niet kan worden
benut. Het betekent ook dat de mortelver-
binding zonder profilering (Sp 4-x) niet kan
worden gebruikt voor een verticale toepas-
sing. Deze verbinding daarmee valt af.
Omdat de afschuifstijfheid een belangrijke
constructieve eigenschap voor de toepassing
van een mortelverbinding is, zijn in tabel 1
de gemeten secant stijfheden afgedrukt. Op-
merkelijk is dat de waarden van de gekartel-
de verbinding (Sp 3-x) bij de lagere horizon-
tale stijfheden (draadstangen 4Ø16 en 4Ø24)
lager zijn dan bij de andere verbindingen.
Deze liggen tussen de 166-350 kN/mm. Voor
de 4Ø38 draadstangen was de secant stijf-
heid van deze verbinding vergelijkbaar met
de anderen. Deze stijfheden liggen tussen
de 400-900 kN/mm. Hieruit kan worden ge-
concludeerd dat de gekartelde verbinding
(Sp 3-x) minder geschikt is als verticale
mortelverbinding. Voor de overige drie ver-
bindingen kan op basis van de secant stijf-
heid geen voorkeur worden uitgesproken.
In de grafiek van figuur 14 zijn met punten
de afschuifcapaciteiten V
F;U
van alle ver-
bindingen uitgezet tegen de zijdelingse
krachten F?
n;sum
. Aan elke groep resultaten is
een lineaire trendlijn toegevoegd. Uitgangs-
punt is dat de zijdelingse krachten zo klein
mogelijk moeten zijn om de benodigde hori-
zontale compensatie door de omliggende
prefab betonconstructie te minimaliseren.
De grafiek laat zien dat met de SSK-mortel-
verbinding (Sp 2-x) bij lage zijdelingse
krachten F?
n;sum
de hoogste afschuifcapaci-
teiten V
F;U
levert. Deze verbinding presteert
op dit uitgangspunt het beste.
Het effect dat de horizontale stijfheid
k
h
heeft op de afschuifcapaciteiten V
F;U
is
eveneens bepalend voor een zo gunstig mo-
gelijke inzet van een verticale mortelverbin-
ding. In de grafiek van figuur 15 zijn de ge-
meten waarden met punten tegen elkaar
uitgezet. Er zijn opnieuw per verbinding
trendlijnen aan toegevoegd. De verbinding
presteert het beste wanneer het de hoogste
afschuifcapaciteit biedt met een lage behoef-
te aan horizontale stijfheid k
h
. De grafiek
laat zien dat de hoogste afschuifcapaciteit
wordt geleverd door de 'geprofileerde en
opgeruwde' mortelverbinding (Sp 5-x). Een
goede tweede is de SSK-mortelverbinding
(Sp 2-x).
Uit het laatste vergelijk blijken de goede
prestaties van de 'geprofileerde en opgeruw-
13 Testresultaten van de vijf mortelverbindingen met verschillende aansluitvlakken
LITERATUUR
1?fib bulletin 74 (2014). Planning and
design handbook, Manual ? textbook,
fib bulletin 74. International Federation
for Structural Concrete.
2?Steinle et al., Precast concrete
structures. Ernst & Sohn, 2019.
3?Keulen, D.C. van, Narrow vertical
mortar connections for precast
concrete shear walls. Proefschrift
Technische Universiteit Delft, 2023.
13
44?CEMENT?1 2025
de' mortelverbinding (Sp 5-x). Daarbij moet
wel een kanttekening worden geplaatst. Ten
eerste bleek dat de hoge afschuifcapacitei-
ten alleen worden geleverd als de hoofd-
scheur door de mortelvulling loopt. Bij
proefstuk Sp 5-2 liep de hoofdscheur alleen
door het aansluitvlak en dat gaf een signifi-
cant lagere afschuifcapaciteit (fig. 15). Er kan
helaas niet worden gegarandeerd dat de
hoofdscheur altijd door de mortel loopt. Bo-
vendien is het alleen met nauwkeurig wer-
ken mogelijk een reproduceerbaar ruw be-
tonoppervlak te maken. Die nauwkeurigheid
is bij de meeste betonfabrieken niet zonder-
meer beschikbaar. Het derde is dat bij deze
verbinding de zichtbare scheuren bij relatief
lage afschuifkrachten ontstaan. Hoewel de
mortel mag scheuren, is het toch beter dat
de eerste scheuren pas bij een hogere af-
schuifkracht ontstaan. Geconcludeerd kan
worden dat deze verbinding ondanks de
hoge afschuifcapaciteiten V
F;U
bij lage hori-
zontale stijfheden k
h
minder aantrekkelijk is
voor toepassing in de praktijk.
Conclusies
Er kan worden geconcludeerd dat de
SSK-mortelverbinding (Sp 2-x) de afschuif-
krachten op de meest effectieve manier
doorgeeft. De verbinding levert hoge af-
schuifcapaciteiten voor relatief lage zijde-
lingse krachten en horizontale stijfheden.
Ook blijkt dat de secant afschuifstijfheid niet
minder is dan die van de overige verbindin-
gen. Uit het onderzoek blijkt dat van de vijf
onderzochte verbindingen, de SSK-mortel-
verbinding de meest geschikte verticale
mortelverbinding is. In het tweede artikel
wordt de werking van deze verbinding na-
der bestudeerd, het voorzien van een model-
leringsmethode en een case studie uitgewerkt
voor toepassing tussen verdiepingshoge
prefab betonnen wandelementen.?14 Relaties tussen afschuifcapaciteiten V
F;U
en zijdelingse krachten F
?n;sum
15 Relaties tussen afschuifcapaciteiten V
F;U
en horizontale stijfheid k
h
Tabel 1?Secant afschuifstijfheden
proefstuk draadstang afschuifstijfheid
[N/mm²]
proefstuk draadstang afschuifstijfheid
[N/mm²]
1-1 (M24) 420 3-1 (M16) 166
1-2 (M24) 451 3-2 (M16) 205
1-3 (M38) 626 3-3 (M16) 197
3-4 (M16) 204
2-1 (M16) 401 3-5 (M24) 264
2-2 (M16) 403 3-6 (M24) 350
2-3 (M24) 406 3-7 (M38) 530
2-4 (M24) 552 3-8 (M38) 645
2-5 (M38) 514 3-9 (M38) 910
2-6 (M38) 718 5-1 (M16) 388
2-9 (M24) 356 5-2 (M24) 464
5-3 (M38) 548
5-6 (M38) 908
14 15
CEMENT 1 2025 ?45
In het kort
- Door in de verticale aansluitvlakken tussen betonwanden en mortel een profilering aan te brengen, ontstaat een afschuifverbinding
- Voor het onderzoek zijn vijf verschillende geprofileerde aansluitvlakken ontwikkeld
- Het afschuifgedrag van de mortelverbindingen is vastgesteld met behulp van afschuiftesten
- Het afschuifgedrag wordt beïnvloed door de mate waarin de mortelvulling zijdelings is opgesloten
- Met een verhoging van de horizontale wijkstijfheid nemen de afschuifcapaciteit en de afschuifstijfheid toe
- De vorm en ruwheid van de aansluitvlakken beïnvloeden het afschuifgedrag
- Door het afschuifgedrag van de verschillende verbindingen onderling te vergelijken wordt bepaald welke van de voorgestelde verticale mortelverbindingen het meest geschikt is
- De SSK-mortelverbinding geeft de afschuifkrachten op de meest effectieve manier door
Twee artikelen over promotiestudie
Dit is het eerste artikel in een tweeluik naar aanleiding van de promotiestudie van Dick van Keulen aan de TU Delft, faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen, afdeling Engineering Structures, sectie betonconstructies. De titel van het onderzoek: ‘Narrow vertical mortar connections for precast concrete shear walls’. De promotoren waren dr.ir. Dick Hordijk en prof.dr.ir. Max Hendriks. Het proefschrift is te downloaden op https://repository.tudelft.nl.
In dit eerste artikel wordt op hoofdlijnen het onderzoek naar het afschuifgedrag van een aantal geprofileerde mortelverbindingen beschreven. Het tweede artikel gaat in op de modellering en toepassing van verdiepingshoge geprofileerde mortelverbindingen in prefab-betonnen stabiliteitsconstructies.
Foto 1. Prefab betonwanden met een profilering voor de SSK-mortelverbinding
Vanwege de thixotrope eigenschappen van hedendaagse mortels is het mogelijk verticale voegen met een mortelpomp te vullen, zonder dat daar een traditionele bekisting voor nodig is. Foto 2 laat zien hoe de mortel via een slang in de voegen wordt gedrukt. Bekende mortelverbindingen worden gebruikelijk voorzien van wapening in de voegvulling (haarspelden uit de wand en een verticale ‘lockbar’). Het is echter niet aan te bevelen verticale voegen met voegwapening te vullen met een mortelpomp. Dan is de kans op luchtinsluiting te groot. Dit is de reden dat er voor dit onderzoek ongewapende geprofileerde mortelvoegen worden voorgesteld. Er moet uiteraard rekening worden gehouden met de horizontale ontbondene (fig. 3a), die nu niet door de wapening kan worden opgenomen. Deze ‘wijkende’ kracht moet voor een werkende afschuifverbinding worden gecompenseerd. Deze krachten kunnen via beide wandelementen en de trekbandwapening in de vloeren met elkaar in evenwicht worden gebracht (fig. 3b). Het is een bestaand concept dat onder meer wordt beschreven in fib bulletin 74 [1] en Steinle et al. [2].
Foto 2. Verticale voegen worden gevuld met mortelpomp
Figuur 3. Wijkende krachten veroorzaakt door horizontale ontbondene
Mortelverbindingen
Figuur 4 toont de vijf verschillende verbindingen waarvoor het afschuifgedrag is onderzocht. Het aansluitvlak heeft voor iedere verbinding een specifieke profilering en soms een opruwing. Verbinding Sp 1-x in figuur 4 laat zien dat afschuifkrachten (verticale pijlen langs de voeg) via diverse schuine drukdiagonalen in de mortelvulling van de ene zijde naar de andere worden doorgegeven. In de codering staat Sp voor ‘Specimen’, de 1 voor de eerste verbinding en de x voor het unieke nummer van een proefstuk. Elke verbinding is in staat ‘positieve’ en ‘negatieve’ afschuifkrachten door te geven. De schuine pijlen in verbinding Sp 2-x laten zien hoe de beide afschuifkrachten via drukdiagonalen worden doorgegeven.
Mortelverbinding Sp 1-x wordt in de praktijk het meest toegepast en is daarom als eerste geselecteerd voor het onderzoeksprogramma. Mortelverbinding Sp 2-x heeft dezelfde inkepingen (shear keys), maar die zijn aan één zijde 100 mm verticaal verschoven. Deze variant heeft een iets steilere drukdiagonaal en daardoor mogelijk de potentie de afschuifkrachten efficiënter door te geven. Omdat deze verbinding in dit artikel nadrukkelijk aan bod komt, wordt het de SSK-mortelverbinding (Staggered Shear Key) genoemd.
Mortelverbinding Sp 3-x met een ‘gekarteld profiel’ heeft als doel het effect van meer shear keys over dezelfde hoogte te onderzoeken.
Met mortelverbinding Sp 4-x is het effect van een opgeruwd aansluitvlak bij een toepassing met voegmortel in plaats van beton onderzocht met een ‘uitgewassen betonoppervlak’.
Ten slotte is gekozen voor mortelverbinding Sp 5-x met een ‘kartelprofiel en uitwassing’, omdat een combinatie van een opgeruwd aansluitvlak en een profilering mogelijk een hoge afschuifcapaciteit en een aanzienlijke afschuifstijfheid zou kunnen leveren.
Het is de vraag welke van deze verbindingen het beste kan worden toegepast als verticale mortelvoegverbinding in het concept met trekbandwapening in de vloeren.
Figuur 4. De vijf onderzochte geprofileerde mortelverbindingen
Afschuiftesten
Het afschuifgedrag van de mortelverbindingen is vastgesteld met behulp van afschuiftesten aan de TU/e. Hiervoor zijn in totaal 33 proefstukken van het type push-off gemaakt en beproefd in de proefopstelling uit foto 5. Met dit type proefstuk worden verticale drukkrachten omgezet in afschuifkrachten op de verticale verbinding, zonder dat er significante buigende momenten in de voeg ontstaan. Het mechanisme van de push-off test is dat de opgelegde kracht de verbinding via afschuiven en zijdelings wijken uit elkaar probeert te duwen.
Elk proefstuk bestaat uit twee L-vormige prefab betonelementen met daarin een profilering en/of uitwassing (foto 6), waartussen de mortelvulling is aangebracht. Voor het zijdelings opsluiten van de mortelvulling zijn steeds vier draadstangen rondom het proefstuk gemonteerd. De afschuifkrachten werden via vijzeldruk bovenop het proefstuk vervormingsgestuurd aan de verbinding opgelegd. Na iedere belastingstap zijn de verticale krachten vanuit de vijzel, de horizontale krachten in de draadstangen en de horizontale en verticale verplaatsingen gemeten.
Foto 5. Proefstuk in testopstelling
Foto 6. Geprofileerde en uitgewassen aansluitvlakken
Het afschuifgedrag wordt beïnvloed door de mate waarin de mortelvulling zijdelings is opgesloten
Horizontale stijfheid
Het afschuifgedrag van een mortelverbinding wordt beïnvloed door de mate waarin de mortelvulling tussen de prefab betonwanden zijdelings is opgesloten. Figuur 7 toont schematisch drie verdiepingshoge mortelverbindingen waarin dat zichtbaar wordt. In elk van de getekende situaties is de mate van opsluiting anders. In wandconstructie (a) zullen de horizontale wijkende vervormingen vrijwel volledig afhankelijk zijn van de verlenging van de trekbandwapening in de (gescheurde) betonvloeren. Door raamopeningen in wandconstructie (b) ontstaan kolommen die bij dezelfde afschuifkracht zijdelings meer vervormen. In het geval van een hoekverbinding (c) zijn, bij dezelfde afschuifkracht, de horizontale vervormingen het grootst.
De zijdelingse afhankelijkheid is in het onderzoek gedefinieerd als de horizontale stijfheid kh, waarmee weerstand wordt geboden tegen wijkende krachten. Door draadstangen met verschillende diameters rondom de proefstukken aan te brengen, is het mogelijk verschillende horizontale stijfheden op de mortelverbindingen te simuleren. Voor de in figuur 7 getekende situaties zijn de horizontale stijfheden met eenvoudige analytische modellen berekend. Het bleek dat deze stijfheden in de proefstukken konden worden gesimuleerd met drie sets van vier draadstangen met diameters Ø16 mm, Ø24 mm en Ø38 mm. Hiermee is onderzocht wat het effect is van de horizontale stijfheid op het afschuifgedrag van de mortelverbindingen.
Figuur 7. Mate van opsluiting (horizontale stijfheid) tussen prefab wandelementen
Onderzoeksvariabelen
Het effect dat de ‘vorm van de profilering’ en de ‘horizontale stijfheid’ hebben op het afschuifgedrag, zijn twee voor dit artikel geselecteerde onderzoeksvariabelen. Voor meer informatie over de werking van ‘vezelmortel’ en ‘zijdelingse voordruk’ wordt verwezen naar het proefschift.
Afschuifgedrag
Figuur 8 toont foto’s van een SSK-mortelverbinding (Sp 2-4) tijdens het uitvoeren van de afschuiftest. Ze zijn genomen op het moment dat de in de foto aangegeven afschuifkrachten (kN) via de verbinding worden doorgegeven. De relatie tussen de afschuifkrachten VF en de afschuifvervormingen δv is uitgezet in de grafiek van figuur 9.
De proefneming start in punt A van de grafiek. In de fase tot punt B zijn visueel geen veranderingen op het proefstukoppervlak waargenomen. In deze fase worden de afschuifkrachten gelijkmatig verdeeld over de hoogte van de verbinding doorgegeven, zoals schematisch weergegeven in figuur 10A. Dit is mogelijk omdat de afschuifkrachten via de hechting tussen het prefab beton en de mortel kunnen worden overgedragen.
In punt B onthechten de aansluitvlakken. Dit gebeurt bij een vrij lage afschuifkracht (VF;B = 75 kN). Als gevolg van het onthechten worden de afschuifkrachten daarna vrijwel alleen nog via drie schuine drukdiagonalen doorgegeven (figuur 10B).
Gedurende het verder opvoeren van de afschuifkracht ontstaan er bij punt C in de mortel en het prefab beton diagonale scheuren (VF;C = 420 kN). In de fase erna nemen de scheurwijdtes verder toe en ontstaan ook weer nieuwe scheuren.
In punt D bezwijkt de verbinding omdat drie met mortel gevulde inkassingen van de mortelvulling afscheuren (VF;D = 560 kN). Daardoor ontstaat een verticale afschuifscheur. Vanwege het ruwe oppervlak in de scheur is de verbinding na bezwijken nog steeds in staat afschuifkrachten door te geven. Dat gebeurt bij een veel lagere residuele afschuifkracht (VF;E = 340 kN) in fase E.
Figuur 8. Proefstuk 2-4 met SSK-mortelverbinding tijdens de afschuiftest, bij verschillende afschuifkrachten
Figuur 9. Grafiek met meetresultaten van de SSK-mortelverbinding in proefstuk 2-4
Figuur 10. Overdracht van afschuifkrachten via de SSK-mortelverbinding
Behalve de afschuifkrachten en afschuifvervormingen zijn ook de zijdelingse krachten en vervormingen gemeten. Door alle relaties in één gecombineerde grafiek van figuur 11 af te drukken, ontstaat een overzichtelijke weergave van het gemeten verbindingsgedrag. De grafiek toont de testresultaten van twee SSK-mortelverbindingen (Sp 2-1 en Sp 2-2). De mortelverbindingen in deze proefstukken zijn gelijk aan elkaar. Ze zijn beproefd met dezelfde draadstangen en zijdelingse voordruk. In het algemeen kan worden vastgesteld dat het verbindingsgedrag van de beide verbindingen ongeveer hetzelfde is. Ook kan worden waargenomen dat bij een toename van de afschuifkrachten VF de afschuifvervormingen δv, de zijdelingse krachten Fσn;sum en zijdelingse vervormingen δσn toenemen.
Figuur 11. Gecombineerde grafiek met gemeten krachten en vervormingen
Effect van de horizontale stijfheid
Over het effect dat de horizontale stijfheid heeft op het afschuifgedrag van de SSK-mortelverbinding kan het volgende worden vastgesteld. Voor elke set horizontale draadstangen met diameters 4Ø16, 4 Ø24 en 4Ø38, zijn steeds twee SSK-mortelverbindingen beproefd. De meetresultaten van deze proefstukken zijn afgedrukt in de grafiek van figuur 12.
Uit de relatie tussen de afschuifkracht VF en zijdelingse kracht Fσn blijkt dat de horizontale stijfheid de krachtsverdeling niet beïnvloedt. Dit is te begrijpen omdat de hellingshoek van een drukdiagonaal van een mortelverbinding met dezelfde profilering en afmetingen hetzelfde is.
In de tweede plaats kan worden vastgesteld dat met een verhoging van de horizontale stijfheid de afschuifstijfheid toeneemt. Dit is af te lezen uit de helling van de relatie tussen de afschuifkracht VF en afschuifvervorming δv. Deze relaties laten ook zien dat de afschuifcapaciteit VF;U bij een verhoging van de horizontale stijfheid toeneemt.
Het derde is dat er een grote spreiding is voor de residuele afschuifcapaciteit na het bezwijken van de mortelverbindingen. Dit laat zien dat de ruwheid in de hoofdscheur van de mortelvulling meer invloed op de residuele afschuifcapaciteit heeft dan de horizontale stijfheid.
In de laatste plaats blijkt uit de relatie tussen zijdelingse krachten Fσn en vervormingen δσn dat bij een hogere horizontale stijfheid de zijdelingse vervormingen kleiner zijn. Het is duidelijk dat dit komt door de afhankelijkheid tussen de zijdelingse vervormingen en de stijfheden van de horizontale draadstangen.
Figuur 12. Effect van de horizontale stijfheid
De vorm en ruwheid van de aansluitvlakken beïnvloeden het afschuifgedrag
Effect van de profilering
Het is te verwachten dat de vorm en ruwheid van de aansluitvlakken tussen prefab beton en mortel het afschuifgedrag beïnvloeden. Dit wordt beschouwd met behulp van de grafiek in figuur 13. Hierin zijn de relaties van vijf mortelverbindingen met verschillende combinaties van profielen en opruwing afgedrukt. Ze zijn allemaal beproefd met draadstangen 4Ø38. Behalve de vorm en de ruwheid zijn deze vijf verbindingen dus gelijk aan elkaar.
Uit de meetresultaten blijkt dat de aansluitvlakken tussen mortel en prefab beton bij verbindingen Sp1-3, Sp 2-5 en Sp 2-6 bij lage afschuifkrachten VF vrijwel direct onthechten. Dit gebeurt omdat de aansluitvlakken niet zijn voorzien van een opruwing of profilering om de hechting te verbeteren. Bij de andere verbindingen Sp 3-9 en Sp 4-3 vond onthechten plaats bij een hogere afschuifkracht VF. Bij Sp 4-3 heeft de verbinding ook gelijk de afschuifcapaciteit VF;U = 177 kN bereikt. Er volgt daarna alleen nog een fase met een lagere residuele afschuifcapaciteit. Bij verbinding Sp 5-6 is geen onthechten waargenomen. Er is wel een terugval zichtbaar bij VF = 260 kN, maar die ontstaat door het ontstaan van diagonale scheuren in de mortelvulling. Bij de andere verbindingen ontstaan de eerste scheuren in de mortel en het prefab beton bij VF = 380 kN (Sp 1-3), VF = 401/505 kN (Sp 2-5/2-6) en VF = 187 kN (Sp 3-9). Tijdens het verder toenemen van de afschuifkracht ontstonden nieuwe scheuren en werd de bestaande scheurwijdten groter.
De uiterst opneembare afschuifkracht is gedefinieerd als de afschuifcapaciteit VF;U. De eerste drie verbindingen bezwijken doordat de met mortel gevulde inkassingen van de mortelvulling afscheuren. Dit is een verticale hoofdscheur waarvan het principe is getekend in figuur 10D/E. Bij verbinding Sp 5-6 ontstond eveneens een min of meer verticale hoofdscheur. Die begint in het aansluitvlak tussen prefab beton en mortel en steekt vervolgens via de mortelvulling over naar het andere aansluitvlak.
Figuur 13. Testresultaten van de vijf mortelverbindingen met verschillende aansluitvlakken
Beoordeling van de mortelverbindingen
Het is de vraag welke van de voorgestelde verticale mortelverbinding het meest geschikt is. Dit wordt bepaald door het afschuifgedrag van de verschillende verbindingen onderling te vergelijken. De testresultaten in de grafiek van figuur 13 zijn exemplarisch voor de vijf verbindingen. De verbindingen Sp 3-9, Sp 4-3 en Sp 5-6 leveren in deze grafiek initieel een hoge afschuifstijfheid als gevolg van de adhesieve hechting tussen prefab beton en mortel. De gevoeligheid voor onthechten is echter een bedreiging. De mortelvulling zal krimpen. Zettingen, die in een prefab betonconstructie altijd aanwezig zijn, kunnen ook een ongewenste horizontale wijking aan de mortelverbinding opleggen. Daarom moet worden vastgesteld dat de gemeten initiële afschuifstijfheid niet kan worden benut. Het betekent ook dat de mortelverbinding zonder profilering (Sp 4-x) niet kan worden gebruikt voor een verticale toepassing. Deze verbinding daarmee valt af.
Omdat de afschuifstijfheid een belangrijke constructieve eigenschap voor de toepassing van een mortelverbinding is, zijn in tabel 1 de gemeten secant stijfheden afgedrukt. Opmerkelijk is dat de waarden van de gekartelde verbinding (Sp 3-x) bij de lagere horizontale stijfheden (draadstangen 4Ø16 en 4Ø24) lager zijn dan bij de andere verbindingen. Deze liggen tussen de 166-350 kN/mm. Voor de 4Ø38 draadstangen was de secant stijfheid van deze verbinding vergelijkbaar met de anderen. Deze stijfheden liggen tussen de 400-900 kN/mm. Hieruit kan worden geconcludeerd dat de gekartelde verbinding (Sp 3-x) minder geschikt is als verticale mortelverbinding. Voor de overige drie verbindingen kan op basis van de secant stijfheid geen voorkeur worden uitgesproken.
Tabel 1 Secant afschuifstijfheden
|
proefstuk
|
draadstang
|
afschuifstijfheid
[N/mm2]
|
proefstuk
|
draadstang
|
afschuifstijfheid
[N/mm2]
|
|
Sp 1-1
|
(M24)
|
420
|
Sp 3-1
|
(M16)
|
166
|
|
Sp 1-2
|
(M24)
|
451
|
Sp 3-2
|
(M16)
|
205
|
|
Sp 1-3
|
(M38)
|
626
|
Sp 3-3
|
(M16)
|
197
|
|
|
|
|
Sp 3-4
|
(M16)
|
204
|
|
Sp 2-1
|
(M16)
|
401
|
Sp 3-5
|
(M24)
|
264
|
|
Sp 2-2
|
(M16)
|
403
|
Sp 3-6
|
(M24)
|
350
|
|
Sp 2-3
|
(M24)
|
406
|
Sp 3-7
|
(M38)
|
530
|
|
Sp 2-4
|
(M24)
|
552
|
Sp 3-8
|
(M38)
|
645
|
|
Sp 2-5
|
(M38)
|
514
|
Sp 3-9
|
(M38)
|
910
|
|
Sp 2-6
|
(M38)
|
718
|
Sp 5-1
|
(M16)
|
388
|
|
Sp 2-9
|
(M24)
|
356
|
Sp 5-2
|
(M24)
|
464
|
|
|
|
|
Sp 5-3
|
(M38)
|
548
|
|
|
|
|
Sp 5-6
|
(M38)
|
908
|
In de grafiek van figuur 14 zijn met punten de afschuifcapaciteiten VF;U van alle verbindingen uitgezet tegen de zijdelingse krachten Fσn;sum. Aan elke groep resultaten is een lineaire trendlijn toegevoegd. Uitgangspunt is dat de zijdelingse krachten zo klein mogelijk moeten zijn om de benodigde horizontale compensatie door de omliggende prefab betonconstructie te minimaliseren. De grafiek laat zien dat met de SSK-mortelverbinding (Sp 2-x) bij lage zijdelingse krachten Fσn;sum de hoogste afschuifcapaciteiten VF;U levert. Deze verbinding presteert op dit uitgangspunt het beste.
Het effect dat de horizontale stijfheid kh heeft op de afschuifcapaciteiten VF;U is eveneens bepalend voor een zo gunstig mogelijke inzet van een verticale mortelverbinding. In de grafiek van figuur 15 zijn de gemeten waarden met punten tegen elkaar uitgezet. Er zijn opnieuw per verbinding trendlijnen aan toegevoegd. De verbinding presteert het beste wanneer het de hoogste afschuifcapaciteit biedt met een lage behoefte aan horizontale stijfheid kh. De grafiek laat zien dat de hoogste afschuifcapaciteit wordt geleverd door de ‘geprofileerde en opgeruwde’ mortelverbinding (Sp 5-x). Een goede tweede is de SSK-mortelverbinding (Sp 2-x).
Figuur 14. Relaties tussen afschuifcapaciteiten VF;U en zijdelingse krachten Fσn;sum
Uit het laatste vergelijk blijken de goede prestaties van de ‘geprofileerde en opgeruwde’ mortelverbinding (Sp 5-x). Daarbij moet wel een kanttekening worden geplaatst. Ten eerste bleek dat de hoge afschuifcapaciteiten alleen worden geleverd als de hoofdscheur door de mortelvulling loopt. Bij proefstuk Sp 5-2 liep de hoofdscheur alleen door het aansluitvlak en dat gaf een significant lagere afschuifcapaciteit (fig. 15). Er kan helaas niet worden gegarandeerd dat de hoofdscheur altijd door de mortel loopt. Bovendien is het alleen met nauwkeurig werken mogelijk een reproduceerbaar ruw betonoppervlak te maken. Die nauwkeurigheid is bij de meeste betonfabrieken niet zondermeer beschikbaar. Het derde is dat bij deze verbinding de zichtbare scheuren bij relatief lage afschuifkrachten ontstaan. Hoewel de mortel mag scheuren, is het toch beter dat de eerste scheuren pas bij een hogere afschuifkracht ontstaan. Geconcludeerd kan worden dat deze verbinding ondanks de hoge afschuifcapaciteiten VF;U bij lage horizontale stijfheden kh minder aantrekkelijk is voor toepassing in de praktijk.
Figuur 15. Relaties tussen afschuifcapaciteiten VF;U en horizontale stijfheid kh
De SSK-mortelverbinding geeft de afschuifkrachten op de meest effectieve manier door
Conclusies
Er kan worden geconcludeerd dat de SSK-mortelverbinding (Sp 2-x) de afschuifkrachten op de meest effectieve manier doorgeeft. De verbinding levert hoge afschuifcapaciteiten voor relatief lage zijdelingse krachten en horizontale stijfheden. Ook blijkt dat de secant afschuifstijfheid niet minder is dan die van de overige verbindingen. Uit het onderzoek blijkt dat van de vijf onderzochte verbindingen, de SSK-mortelverbinding de meest geschikte verticale mortelverbinding is. In het tweede artikel wordt de werking van deze verbinding nader bestudeerd, het voorzien van een modelleringsmethode en een case studie uitgewerkt voor toepassing tussen verdiepingshoge prefab betonnen wandelementen.
Literatuur
- fib bulletin 74 (2014). Planning and design handbook, Manual – textbook, fib bulletin 74. International Federation for Structural Concrete.
- Steinle et al., Precast concrete structures. Ernst & Sohn, 2019.
- Keulen, D.C. van, Narrow vertical mortar connections for precast concrete shear walls. Proefschrift Technische Universiteit Delft, 2023.
Reacties