Log in
inloggen bij Cement
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Alle kennis / Artikelen

Betonvoorschriften zitten duurzaamheidsambities in de weg

Opinie Rob Vergoossen - 26 april 2021

In het Betonakkoord [1] is door opdrachtgevers, toeleveranciers en opdrachtnemers afgesproken de betonsector te verduurzamen. Opvallend is dat bij de partijen die het akkoord hebben ondertekend, constructeurs ontbreken. Dat terwijl een constructeur juist een grote invloed heeft op het bereiken van de ambities. Door de ontwikkeling van regelgeving krijgt de constructeur echter te maken met strengere regels, waardoor vaak meer wapening nodig is of nieuwbouw de voorkeur krijgt boven hergebruik. De vraag is of dat altijd terecht is.

In het Betonakkoord zijn diverse ambities vastgelegd, onder meer 30% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990, 100% hoogwaardig hergebruik van vrijkomend beton in 2030 en per direct minimaal 5% vervanging van het totale volume toeslagmaterialen door betonreststromen. Rijkswaterstaat heeft de ambitie om zelfs al in 2030 circulair te werken. De invloed van de constructeur bij deze ambitie reikt verder dan veel mensen denken. Zo speelt hij een rol bij de beoordeling van bestaande constructies. Vaak wordt besloten die te vervangen, waarbij de vraag kan worden gesteld of dat altijd nodig is.

Natuurlijk spelen de betonvoorschriften voor die constructeur een belangrijke rol. Over het algemeen geldt dat door de wijzigingen in die voorschriften door de jaren heen, onder meer op het gebied van dwarskracht, de hoeveelheid toegepaste wapening is toegenomen. En dat door die wijzigingen bestaande constructies eerder worden versterkt of afgekeurd. Uiteraard komt dit de duurzaamheid niet ten goede. Toch bieden die voorschriften soms meer mogelijkheden dan je op het eerste gezicht zou denken.

Door wijzigingen in voorschriften, onder meer op het gebied van dwarskracht, is de hoeveelheid toegepaste wapening toegenomen

Onterecht afkeuren van bestaande constructies

Een constructeur kan impact hebben op duurzaamheid, door een vakkundige beoordeling van bestaande kunstwerken. Naar mijn mening wordt, in het ontwerp en bij de herbeoordeling, onterecht uitgegaan van een levensduur van een constructie. Die levensduur is nodig om de grootte van de representatieve belastingen te bepalen. Deze belastingen worden immers bepaald uit de overschrijdingskans ervan in deze voorziene tijdsperiode. Maar dit betekent niet dat een constructie is overleden nadat deze periode is verstreken. Een constructie leeft niet en sterft dus ook niet.

Als een constructie als oud wordt geclassificeerd, wordt daar (wellicht onbewust) een negatieve classificatie aan gehangen. Oud en versleten, oud en opgegeven. Door gebrek aan kennis over bestaande constructies en de gebruikte ontwerpuitgangspunten, zoals tekeningen en berekeningen, worden ‘conservatieve’ uitgangspunten en modelleringswijzen gekozen. Vervolgens wordt op basis van dit model geconcludeerd dat een bestaande constructie niet aan de huidige eisen voldoet. Hiermee zou dan de technische levensduur geëindigd zijn. Bijkomend voordeel van het opgeven van een bestaande constructie is dat iets nieuws ontworpen kan worden. Waarbij er meer vrijheden zijn en waarbij bovendien de uiteindelijke beslisser (de politicus) bij opening een publiciteitsmoment kan hebben.

Wat goed is om je te realiseren, is dat ten opzichte van de tijd dat veel afgekeurde constructies zijn gebouwd, er nu een grote technologische ontwikkeling ontbreekt: de ontwikkeling in het beton en wapeningsstaal is relatief beperkt. Die ontwikkeling is dus geen reden om tot vervanging over te gaan – wat bij bijvoorbeeld je mobiele telefoon, computer of auto wel het geval is. De huidige staalkwaliteit is weliswaar ongeveer een factor 2 hoger dan in de jaren 50. Ook vragen we als constructeur tegenwoordig hogere betonsterktes. Daar tegenover staat dat door de doorgaande sterkteontwikkeling van het beton de huidige sterkte van bestaande constructies [2] (bijvoorbeeld C35/45), veelal hoger is dan voor nieuwe constructies wordt gevraagd (bijvoorbeeld C25/30 of C30/37).

Verder geldt dat er pas sinds de jaren 90 in de ontwerpnormen wordt gesproken over een referentieperiode voor belastingen. Constructies van vóór die periode zijn dus indirect voor de eeuwigheid ontworpen, zolang de constructie voldoende weerstand kan bieden aan de daarop werkende belastingen.

Volledige bericht lezen?

Het volledige item is gratis beschikbaar voor onze leden.
Nog geen lid? meld u aan bij ons netwerk.

Reacties

Hans de Vries - RWS-GPO 04 mei 2021 09:41

Tegenwoordig lijkt men ook te zijn vergeten waarom er eisen aan de levensduur van een constructie worden gesteld. In de jaren '90 is dit bedacht. Niet omdat de constructie (bijvoorbeeld) 100 jaar mee zou moeten gaan, maar omdat de opdrachtgever een robuuste constructie wilden hebben met zo hoog mogelijke beschikbaarheid. Dat laatste laat zich vertalen naar een minimum aan onderhoud door de kans op schade als gevolg van aantasting te beperken.

x Met het invullen van dit formulier geef je Cement en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Renda ©2021. All rights reserved.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren