De Nederlandse bouwsector staat voor een uitdaging: een grote bouw- en renovatieopgave realiseren en tegelijkertijd in 2050 volledig klimaatneutraal zijn. Dit maakt een transitie naar circulair bouwen noodzakelijk. Waar hergebruik bij staal en prefab beton al vaker de praktijk is, blijft in-situ beton achter. Dit komt vooral door de monolithische verbindingen. Een afstudeeronderzoek aan de TU Delft toont aan dat het direct hergebruiken van in-situ betonwanden, -liggers, -vloeren en -kolommen constructief én praktisch haalbaar is, mits de elementtransitie van monoliet naar modulair slim wordt gedetailleerd.
Dit artikel is gebaseerd op de Master Thesis ‘The reuse of cast-in-situ concrete elements in new building structures’ die Femke Middeldorp schreef voor haar studie Structural Engineering aan de TU Delft (faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen). Lid van haar begeleidingscommissie waren: Sander Pasterkamp (TU Delft), Sandre Barbosa Nunes (TU Delft) en Maartje Dijk (Witteveen+Bos).
Het volledige afstudeerrapport is te raadplegen op repository.tudelft.nl.
Hoewel recycling, het vermalen van beton tot toeslagmateriaal, een geaccepteerde methode is, scoort hergebruik van elementen aanzienlijk hoger op de circulariteitsladder (R8 versus R3). Uit literatuuronderzoek blijkt dat het hergebruiken van gezaagde in-situ vloerelementen tot 71% CO2-reductie kan leiden ten opzichte van traditionele nieuwbouw [4]. De kern van deze circulaire opgave ligt bij de systeemtransformatie: hoe transformeren we een constructie die nooit ontworpen is om te worden gedemonteerd tot een veilig nieuw bouwsysteem?
Aan de TU Delft is een afstudeeronderzoek uitgevoerd dat hiermee verband houdt. Het richtte zich op het ontwikkelen van verbindingsmethoden voor hergebruikte betonelementen (verder: ‘herverbindingen’) die technisch haalbaar zijn én aansluiten bij de huidige uitvoeringspraktijk.
Reacties