Tand-nokverbindingen staan erom bekend gevoelig te zijn voor degradatie. De grootste kwetsbaarheid bevindt zich in de inwendige hoek, die door zijn locatie in de voeg bijna onmogelijk visueel te inspecteren is. Een monitoringssysteem biedt een veelbelovend alternatief voor visuele inspectie, maar het interpreteren van de meetdata om de status van de tand-nokverbinding te bepalen is niet eenvoudig. Het monitoringssysteem op de Naardertrekvaartbrug en het afstudeeronderzoek naar meetdata, geeft een eerste inzicht in hoe schade aan de tand-nokverbindingen uit de meetdata kan worden bepaald. Ook biedt het inzicht in de potentie van verschillende meetstrategieën.
Dit artikel is gebaseerd op de Master Thesis ‘Assessing Structural Integrity of Concrete Half-joints Using Sensor Data’ dat Amco de Jong schreef voor zijn masterstudie aan de TU Delft, faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen. In de afstudeercommissie hadden zitting: dr.ir. Y. Yang (TU Delft), dr. I.B.C.M. Rocha (TU Delft), dr.ir. S.A.A.M. Fennis (Rijkswaterstaat), ing. A. Gorter, (CT deBoer), ing. G.E. Knoppers (Somni Solutions) en dr.ir. M. Poliotti (Witteveen+Bos). Het afstudeerrapprot is te raadplegen op repository.tudelft.nl.
De tand-nokverbinding werd voor het eerst geïntroduceerd door Heinrich Gottfried Gerber, een Duitse ingenieur [1 en 2]. Deze constructieve verbinding bestaat uit een nok die verbonden is met het steunpunt (onder) en een tand (boven) die verbonden is met de overspanning. Op die manier ontstaat een scharnierende verbinding. De krachtsafdracht vindt plaats via een rubberen oplegblok.
Scharnierende verbindingen worden veel toegepast in betonnen bruggen, vanwege meerdere voordelen. Zo verkleint het de constructie-onderdelen waardoor prefabricage makkelijker wordt, zorgt het in de constructie voor vrije thermische uitzetting van de brugdelen en voorkomt het het ontstaan van spanningen door zettingsverschillen in de steunpunten.
Tand-nokverbindingen kunnen buiten de steunpunten worden geplaatst, met als kenmerkende voordeel het verlagen van het veldmoment (fig. 2). Hierdoor kan een slankere bovenbouw worden gecreëerd. Dit type verbinding was met name tussen 1960 en 1970 populair. Momenteel zijn er meer dan 100 bruggen in beheer bij Rijkswaterstaat die gebruik maken van tand-nokverbindingen [3].
Reacties