Bij de sloop van Stationsplein 107 in Leiden vormde het in-situ betonskelet met circa 4200 m3 verreweg het grootste volume aan vrijkomend materiaal. Om aan de ambities voor circulair slopen van de gemeente te voldoen, lag de lat voor de bestemming van dit materiaal dan ook hoog. Met het uitzagen van constructieve elementen uit de verdiepingsvloeren is aangetoond dat ook een in-situ constructie hoogwaardig kan worden hergebruikt.
Project: Circulair sloopproject Stationsplein 107
Opdrachtgever: Gemeente Leiden
Sloopvoorbereiding: Witteveen+Bos en IDDS Bouw- en Sloopmanagement BV
Sloopaannemer: Dusseldorp
Constructeur sloopaannemer: Ingenieursbureau Rabouw-Kuyf
Ontwikkelaar nieuwbouw kavel M1a: Portaal en ERA Contour
Architect nieuwbouw kavel M1a: Geurts & Schulze
Constructeur nieuwbouw kavel M1a: Goudstikker - De Vries
Aannemer nieuwbouw kavel M1a: onbekend
Betonrecycling: Urban Mine
Het gebouw ‘Stationsplein 107’ was een bestaand kantoorpand uit de jaren 60 (foto 2) en was eigendom van de gemeente Leiden. Het lag in het Morspoortgebied, waarvoor plannen bestaan voor de ontwikkeling van een groot aantal woningen, een sociaal pension en een ondergrondse parkeergarage. De kavel, vlakbij station Leiden, moet daartoe efficiënter worden ingedeeld en er lag al een besluit tot sloop van het bestaande pand. Omdat de gemeente Leiden zichzelf een ambitieus circulair sloopbeleid heeft opgelegd, was het streven alle materialen in het gebouw zoveel mogelijk hoogwaardig te hergebruiken. Het gaat dus om re-use, na refuse, rethink en reduce de volgende stap op de R-ladder (R3). Stationsplein 107 was een van de eerste projecten voor de gemeente Leiden die volgens dit nieuwe sloopbeleid worden uitgevoerd, met een door de gemeente geformuleerde ambitie van maar liefst 90% hoogwaardig hergebruik. Een definitie voor ‘hoogwaardig hergebruik’ was echter nog niet ontwikkeld en moest daarom nog worden opgesteld. Voor dit project wordt R3 t/m R8 toegestaan als ‘hoogwaardig hergebruik’ (tabel 1), waarbij het streven is om zo hoog mogelijk op de circulariteitsladder te scoren. Een volgende stap zou kunnen zijn om ook de streefpercentages per laddertrede te definiëren.
Reacties