In Nederland staan miljoenen naoorlogse gebouwen waarin beton een grote rol speelt. Of je deze gebouwen nu mooi vindt of niet, ze vertegenwoordigen een grote waarde. Op economisch, architectonisch, functioneel, monumentaal en milieutechnisch gebied. Dit, in combinatie met de huidige klimaatcrisis en -doelen, zou moeten leiden tot het uitgangspunt dat hergebruik van bestaande gebouwen en/of gebouwonderdelen vanzelfsprekend is, of op zijn minst altijd zorgvuldig moet worden overwogen.
Waardering voor
betonkolossen
Juiste aanpak bij hergebruik geeft bestaande gebouwen een
welverdiende toekomst
1 Stadhuis Den Helder: zichtbare betonconstructie draagt bij aan industriële uitstraling. Foto: bbn
1
14?CEMENT?3 2025
Sloop gebouwen: terecht of niet?
Renovatie had twintig jaar geleden een wat
stoffig imago. Esthetische en pragmatische
overtuigingen leidden in het verleden vaak
tot de sloop van betonkolossen. Gelukkig
stellen we onszelf steeds vaker de vraag: is
sloop wel de beste keuze? Inzichten ten aan-
zien van duurzaamheid én ontwikkelingen
in technologieën voor renovatie dragen bij
aan een grotere waardering voor bestaande
gebouwen en materialen.
Een alternatief voor sloop is de her-
ontwikkeling van bestaande bouw. Beton-
constructies die beschikbaar komen zijn
meestal naoorlogse gebouwen tot de jaren
80. Ieder decennium heeft zijn eigen ken-
merkende esthetiek en constructieprincipes
(zie kader 'Ontwikkeling in betonconstruc-
ties'). Die esthetiek draagt bij aan het be-
staansrecht van oude gebouwen, zeker in een
tijd dat er steeds minder zichtbaar beton in
nieuwe gebouwen komt. De industriële uit-
straling is de moeite van het 'bewaren' waard
(foto 1).
Roept zo'n betonnen look een milieu-
vriendelijk gevoel op? Niet direct, maar de
bestaande betonconstructies hebben hun
CO?-uitstoot al gehad. Bij sloop gaat dat
milieutechnische voordeel verloren (zie
kader 'Milieu-impact'). Ondanks deze plus-
punten worden er nog steeds gebouwen
gesloopt. Wat zijn hiervoor de overwegingen
en is het terecht?
Uitdagingen hergebruik
Bij het hergebruik van bestaande gebouwen
zijn er een aantal uitdagingen, zoals financi-
ën, flexibiliteit, materiaalkosten en comfort.
Deze worden hierna achtereenvolgens be-
sproken.
Financiën?Afhankelijk van het aantal ingre-
pen kan een grondige renovatie qua kosten
vergelijkbaar zijn met sloop-nieuwbouw,
en dan lijkt de keuze voor sloop-nieuwbouw
logischer. Zeker omdat men bij een klein
prijsverschil, net als bij een auto, liever gaat
voor het nieuwste model dan voor de occasi-
on. Dat is echter vaak niet terecht. Als je het
gebouw goed onderzoekt en de juiste alter-
natieven in kaart brengt, haal je bij het her-
gebruik van een bestaand gebouw vaak het
niveau van nieuwbouw als het gaat om ge-
bruik en comfort. Los daarvan is het zaak
andere criteria dan financiën mee te nemen
in de besluitvorming, zoals architectoni-
IR. EVELINE
GOOTZEN
Ontwerpleider
ABT bv
IR. LARS
HOGENBOOM
Specialist Civiele
Techniek
ABT bv
auteurs
In Nederland staan miljoenen naoorlogse gebouwen waarin beton een grote rol speelt.
Of je deze gebouwen nu mooi vindt of niet, ze vertegenwoordigen een grote waarde.
Op economisch, architectonisch, functioneel, monumentaal en milieutechnisch gebied.
Dit, in combinatie met de huidige klimaatcrisis en ?doelen, zou moeten leiden tot het
uitgangspunt dat hergebruik van bestaande gebouwen en/of gebouwonderdelen
vanzelfsprekend is, of op zijn minst altijd zorgvuldig moet worden overwogen.
CEMENT 3 2025?15
bouw minder dwingend, maar door vanuit
de mogelijkheden van het bestaande gebouw
te denken, is vaak meer mogelijk dan ge-
dacht. Binnen de bestaande kaders valt na-
melijk veel aan te passen; het vraagt alleen
om een andere manier van kijken en den-
ken. En passen de wensen van de gebruikers
toch minder goed? Dan kan er ook deels
nieuwbouw worden toegepast in plaats van
volledige sloop. Ook dat is winst.
Materiaalkosten?Onze welvaart heeft er in
de afgelopen 100 jaar voor gezorgd dat we
nauwelijks meer circulair denken en/of
handelen. Nieuw materiaal is momenteel
(nog) goedkoper dan hergebruik van be-
staand materiaal. Bestaand materiaal vraagt
namelijk vaak om meer organisatie en be-
werkingen voordat het herbruikbaar is. Deze
prijsverhouding zal in de komende jaren
moeten gaan veranderen, bijvoorbeeld door
de invoering van een CO?-tax. Daarnaast
kunnen een toename van hergebruik, de
ontwikkeling van technieken op dit vlak en
schaarste van nieuwe bouwmaterialen gaan
leiden tot een betere prijsverhouding.
Comfort en energieprestatie?Bestaande ge-
bouwen hebben zonder aanpassingen vaak
minder comfort en een slechtere energie-
prestatie dan nieuwbouw. Dit vraagt om
verduurzamingsmaatregelen om de operati-
onele CO?-uitstoot te verkleinen. Deze aan-
passingen zijn in de meeste gevallen prima
door te voeren; zo geef je het gebouw een
tweede leven terwijl je een comfort bereikt
dat vergelijkbaar is met nieuwbouw.
Uitdagingen bouwfase?Als de gebruiker
tijdens de renovatiewerkzaamheden in het
gebouw blijft, kan overlast worden ervaren.
Als gekozen wordt tijdelijk te verhuizen,
moet er twee keer worden verhuisd, met de
bijbehorende kosten en het ongemak. Daar
-
naast is het bij renovaties niet ongebruikelijk
dat tijdens de bouwfase onverwachte tegen
-
vallers aan het licht komen. Je weet nog niet
wat je niet weet en daar kom je alleen in het
werk achter. Door in het voortraject gedegen
onderzoek te doen naar de mogelijke risico's
en beheerswerkzaamheden, kan de impact
van tegenvallers wel worden beperkt.
2 Hugo R. Kruytgebouw in Utrecht, pionier in de toepassing van prefab constructies
ONTWIKKELING IN BETONCONSTRUCTIES
In naoorlogse betonnen gebouwen is de constructie vaak onderdeel van de
esthetiek. De constructie is meestal niet weggewerkt achter verlaagde plafonds
en gevelbekleding. Zichtbare afwerking zoals een plankenbekisting draagt bij
aan de uitstraling. In de jaren 50 was er nog sprake van materiaalschaarste
waardoor materiaalgebruik werd geoptimaliseerd. Zo werden voor betonvloeren
verschillende diktes toegepast bij verschillende overspanningen. Kolomkoppen
en kolomplaten werden toegepast om de maatgevende zone te versterken en de
vloer verder licht te kunnen dimensioneren.
In de jaren 60 was de vlakke plaatvloer in opkomst en verdwenen kolomkoppen
uit beeld. De vloerdikte werd volledig gedimensioneerd op de maatgevende zone
ter plaatse van de kolomaansluiting. Hierdoor is de hedendaagse vlakke plaat-
vloer een stuk dikker dan de versie met kolomkoppen.
De opkomst van prefab betonconstructies zien we in de jaren 70 (foto 2a en 2b).
Het bouwproces werd geïndustrialiseerd en betonelementen werden onder
geconditioneerde omstandigheden in de fabriek vervaardigd. Op de bouwplaats
werden de elementen met natte en droge knopen aan elkaar verbonden. Het
toepassen van voorspanning maakte het mogelijk betonconstructies slanker uit
te voeren. In de jaren 80 werd er steeds meer geprefabriceerd en werden de
werkzaamheden op de bouwplaats zo industrieel mogelijk gepland.
2a 2b
sche waarde en duurzaamheid. Een be-
staand gebouw heeft zijn CO?-uitstoot al
gehad; een voordeel dat je niet zomaar mag
weggooien.
Flexibiliteit?Nieuwbouw kan worden ont-
wikkeld als maatpak; geheel naar wens van
de opdrachtgever. Zowel bij nieuwbouw als
bij bestaande bouw heb je te maken met
randvoorwaarden. Vaak zijn deze bij nieuw-
16?CEMENT?3 2025
3 3D-model Strawinskyhuis, kantoorgebouw Amsterdam
4 3D-model SL2, laboratoriumgebouw Universiteit Utrecht
5 3D-model stadhuis Den Helder
Bestaande
betonconstructies
hebben veel
potentie om te
worden
hergebruikt
MILIEU-IMPACT
Door het casco te hergebruiken, kan
een grote milieubesparing worden
behaald ten opzichte van nieuwbouw.
Met name hergebruik van een con-
structie heeft veel milieu-impact; zo'n
60% van de milieu-impact van een
gebouw komt uit de constructie. Om
de potentiële milieuwinst van herge-
bruik van de draagconstructie te
bepalen, kan de carbon footprint van
de originele constructie worden bere-
kend. Voor diverse projecten is bepaald
wat de milieu-impact zou zijn wanneer
de bestaande constructie nieuw zou
worden gebouwd met dezelfde hoe-
veelheden beton en staal. Hierbij is
gebruikgemaakt van de milieu-impact
van hedendaags staal en beton. ABT
zet hiervoor de zelf ontwikkelde MIM-
tool in (Milieu Impact Monitor). Zo kan
een goede onderbouwing worden
gegeven van het belang van herge-
bruik van bestaande gebouwen. Afge-
lopen jaren heeft deze bewijslast
geholpen in besluitvorming en geleid
tot een volgend leven voor verschil-
lende gebouwen.
3
4
5
Behoud betonconstructie 9.500 m² BVO
Milieu-impact bij herbouw bestaande betonconstructie incl. fundering: 1700 ton CO?
Behoud betonconstructie 9.000 m² BVO
Milieu-impact bij herbouw bestaande constructie incl. fundering en gevel: 1800 ton CO?
Behoud betonconstructie 3440 m² BVO
Milieu-impact bij herbouw bestaande betonconstructie incl. fundering: 245 ton CO?
CEMENT 3 2025?17
Daarnaast is een goede fasering van belang
om overlast zoveel mogelijk te beperken.
Aanpak hergebruik
Als iets duidelijk is, is het dat het rijp maken
van gebouwen voor een tweede, derde of nog
langer leven vraagt om een andere manier
van denken. Én om een andere manier van
ontwerpen en engineeren. Om construc-
teurs en opdrachtgevers te helpen bij het
maken van de juiste, duurzame, keuzes ont-
wikkelden dr.ir. Karel Terwel van TU Delft /
IMd Raadgevende Ingenieurs en ir. Roy
Crielaard van TU Delft / Arup een stappen-
plan met vier kernstrategieën [1]. De kern:
door direct duurzame keuzes te maken in
het ontwerp wordt de milieu-impact maxi-
maal beperkt. De eerste stap die moet wor-
den gezet, is het vergroten van de waarde
van bestaande gebouwen.
Deze andere manier van denken kun
je ontwerpend onderzoeken of onderzoe-
kend ontwerpen noemen. Het is hierbij zaak
dat de ingenieurs al vroeg in het proces
worden betrokken, al in initiatieffase. Door
vanuit het bestaande gebouw te ontwerpen,
kunnen mogelijk relevante technische as-
pecten worden meegewogen in de ontwik-
kelvisie. Hoe zit het gebouwskelet exact in
6
6 Het nieuwe Stadskantoor Heerlen en het gerenoveerde monumentale Raadhuis vullen elkaar aan. Foto: Ossip van Duivebode
elkaar en welke mogelijkheden en onmoge-
lijkheden biedt het? Hoe is het gebouw inge-
deeld en wat zijn de stramienmaten en
verdiepingshoogtes? Kan volume worden
toegevoegd? Door het gebouw zowel tech-
nisch als functioneel in beeld te brengen,
kan een weloverwogen beslissing worden
genomen over hergebruik of nieuwbouw
(deels of geheel).
Het is hierbij belangrijk keuzes voor
(verduurzamings)ingrepen te maken op
basis van effectiviteit, milieu-impact, kosten
en terugverdientijd. Door te denken in vari-
anten ? van minimale tot vergaande ver-
duurzaming ? komen alle consequenties
helder in beeld. Dat je hierbij niet alleen de
constructie in ogenschouw moet nemen,
mag duidelijk zijn. Het vraagt om een inte-
grale aanpak en integrale samenwerking
binnen de bouwsector. Een gebouw renove-
ren en/of herbestemmen, is nu eenmaal
een kennis intensieve opgave. Door alle disci-
plines en onderdelen, zoals de gevel en
installatieonderdelen ? mee te nemen in het
onderzoek komen we samen tot het beste
ontwerp. Dit vraagt om een integrale mind-
set bij alle partijen en de opdrachtgever.
Gelukkig zien we die mindset in toenemende
mate ontstaan.
18?CEMENT?3 2025
gebouw te beschermen tijdens de bouw-
periode om degradatie van de constructie te
voorkomen.
Met deze gegevens kunnen de moge-
lijkheden om aanpassingen aan het gebouw
te doen, worden bepaald. Door zoveel moge-
lijk binnen de randvoorwaarden van de be-
staande constructie te blijven, kunnen de
benodigde voorzieningen om bijvoorbeeld
sparingen te maken, worden beperkt of zelfs
voorkomen. Uit constructief onderzoek volgt
dat constructies vaak voldoende capaciteit
hebben voor functiewijzigingen en in-/uit-
breidingen. Zeker als het naoorlogse con-
structies betreft, gebouwd voor de utiliteits-
bouw. Beton in goede omstandigheden
wordt alleen maar sterker. Dit geeft moge-
lijkheden om binnen de veiligheidsmarges
de grenzen op te zoeken van de capaciteit
van de constructie.
Maximaal benutten en uitbreiden
capaciteit
Om goed advies te kunnen geven over het
gebruik van bestaande gebouwen, zijn vaak
rekenkundige onderbouwingen nodig. Bij-
voorbeeld omdat aanpassingen leiden tot
andere uitgangspunten voor bestaande ge-
bouwelementen of omdat er twijfels bestaan
over de huidige werking van elementen.
Kennis en ervaring zijn nodig om de resulta-
ten van de archiefonderzoeken, reken-
7
Door het casco
te hergebruiken,
kan een grote
milieubesparing
worden behaald
ten opzichte van
nieuwbouw
7 Hoog Lindoduin Den Haag: grootschalige vernieuwing en verduurzaming galerijflat. Foto: Luuk Kramer
Constructief onderzoek
Om de bestaande constructie optimaal te
kunnen benutten, is het van belang de op-
zet, kwaliteit en prestatie vast te stellen. Bij
constructiematerialen zijn de sterkte en
stijfheid van belang voor het constructief be-
oordelen van bestaande bouwwerken. Deze
informatie kan worden herleid op basis van
archieftekeningen. Hoe nieuwer het gebouw
hoe vaker archiefgegevens beschikbaar zijn
met daarop belastingsuitgangspunten, be-
ton- en wapeningskwaliteit en toegepaste
dekking. De meeste gegevens kunnen wor-
den geverifieerd met visuele inspecties. Tij-
dens deze inspecties kan ook de conditie
van de betonconstructie worden vastgesteld.
Zoals het Kennisportaal Constructieve
Veiligheid aangeeft, moet per project wor-
den gekeken of deze informatie voldoende is
om de benodigde berekeningen en beschou-
wingen uit te voeren. Soms is het nodig aan-
vullend destructief onderzoek uit te voeren
bij het gebouw, bijvoorbeeld om uitgangs-
punten zoals de betonkwaliteit te verifiëren
en carbonatatiediepte vast te stellen. Deze
informatie kan worden gebruikt om de rest-
levensduur van het gebouw en het degrada-
tierisico vast te stellen. Dit is met name van
belang als een gebouw tijdens de renovatie
in buitenconditie komt te staan. Afhankelijk
van de eigenschappen en conditie van de
betonconstructie, kan het beter zijn het
CEMENT 3 2025?19
kundige analyses en gebouwinspecties te
kunnen interpreteren.
Afhankelijk van de situatie kunnen
eenvoudige of geavanceerde rekenmethodes
worden ingezet. Met niet-lineaire berekenin-
gen kan het werkelijke gedrag van gebouwe-
lementen beter worden benaderd. Door dit
gericht in te zetten op kritieke elementen,
kan de maximale capaciteit uit gebouwele-
menten worden gehaald en kunnen verster-
kingsmaatregelen worden voorkomen.
Is de capaciteit van de constructie toch
onvoldoende dan is lijmwapening vaak een
eenvoudige maatregel om balken, vloeren
en wanden te versterken. Dit kan bijvoor-
beeld worden ingezet wanneer er sprake is
van grote sparingen in een vloer bij bijvoor-
beeld de transformatie van een kantoorge-
bouw naar een appartementencomplex. Of
bij wijzigingen van het statisch systeem van
de vloer door bijvoorbeeld de toepassing van
vides. Daarnaast is het een effectieve oplos-
sing wanneer een gebouw in de nieuwe
functie een hogere gebruiksbelasting heeft.
Door het toepassen van lamellen in twee
richtingen met een totale dikte van slechts
1 tot 2 cm kan de ontwerpfilosofie van de
constructieve vloer gehandhaafd blijven en
toch op een veilige manier een tot tweemaal
hogere gebruiksbelasting worden toegepast.
Aandachtspunten bij de toepassing van lijm-
wapening zijn de verankering van de lamel-
Afhankelijk van
de situatie
kunnen voor
hergebruik
geavanceerde
rekenmethodes
en versterkingen
nodig zijn
8
8 Bij SL2 Utrecht worden constructieve ingrepen geminimaliseerd door het ontwerp in te passen in de bestaande betonconstructie.
Foto: ABT bv
20?CEMENT?3 2025
len en de benodigde voorzichtigheid bij de
afbouwwerkzaamheden, zodat de lamellen
niet beschadigd raken.
Via integrale aanpak naar
maximale benutting
De ervaring is dat bestaande betonconstruc-
ties veel potentie hebben om te worden her-
gebruikt. Bovendien blijven door hergebruik
de waardes van het gebouw behouden: op
economisch, architectonisch, functioneel,
monumentaal en milieutechnisch gebied.
Aangezien elk gebouw uniek is, vraagt het
maximaal benutten van de potentie van een
bouw om een specifieke en integrale aan-
pak. Het benutten van deze potentie past bij
de huidige duurzaamheidsfilosofie. Want
zelfs wanneer je een bestaand gebouw sloopt
en er met de huidige technieken een super
duurzame constructie voor terugzet, leidt
het nog steeds tot meer milieubelasting dan
hergebruik.
LITERATUUR
1?Terwel, K., Crielaard, R., De rol van de
constructeur in de aanpak van de
klimaatcrisis. Cement 2023/1.
9
10
9 Bij Stadskantoor Westnieuwland in Vlaardingen zijn voor de cascadetrap nieuwe vloersparingen aangebracht tussen wapeningsbanen
zodat versterkingen niet nodig zijn. Bron: Kraaijvanger
10 Bij het nieuwe hoofdkantoor van dsm-firmenich is hogere toelaatbare belastingen op poeren bereikt door geavanceerd rekenen
CEMENT 3 2025?21
In het kort
- Bestaande betonconstructies hebben veel potentie om te worden hergebruikt
- Esthetische en pragmatische overtuigingen leidden in het verleden vaak tot de sloop van betonkolossen
- Door het casco te hergebruiken, kan een grote milieubesparing worden behaald ten opzichte van nieuwbouw
- Bij het hergebruik van bestaande gebouwen zijn er een aantal uitdagingen, zoals financiën, flexibiliteit, materiaalkosten en comfort
- Het rijp maken van gebouwen voor een tweede, derde of nog langer leven vraagt om een integrale aanpak
- Om de bestaande constructie optimaal te kunnen benutten, is het van belang de opzet, kwaliteit en prestatie vast te stellen
- Afhankelijk van de situatie kunnen voor hergebruik geavanceerde rekenmethodes en versterkingen nodig
Thema Transformatie
Dit artikel is onderdeel van een themanummer van Cement over transformatie. Bekijk voor alle andere artikelen dit dossier.
Sloop gebouwen: terecht of niet?
Renovatie had twintig jaar geleden een wat stoffig imago. Esthetische en pragmatische overtuigingen leidden in het verleden vaak tot de sloop van betonkolossen. Gelukkig stellen we onszelf steeds vaker de vraag: is sloop wel de beste keuze? Inzichten ten aanzien van duurzaamheid én ontwikkelingen in technologieën voor renovatie dragen bij aan een grotere waardering voor bestaande gebouwen en materialen.
Een alternatief voor sloop is de herontwikkeling van bestaande bouw. Betonconstructies die beschikbaar komen zijn meestal naoorlogse gebouwen tot de jaren 80. Ieder decennium heeft zijn eigen kenmerkende esthetiek en constructieprincipes (zie kader ‘Ontwikkeling in betonconstructies’). Die esthetiek draagt bij aan het bestaansrecht van oude gebouwen, zeker in een tijd dat er steeds minder zichtbaar beton in nieuwe gebouwen komt. De industriële uitstraling is de moeite van het ‘bewaren’ waard (foto 1).
Roept zo’n betonnen look een milieuvriendelijk gevoel op? Niet direct, maar de bestaande betonconstructies hebben hun CO2-uitstoot al gehad. Bij sloop gaat dat milieutechnische voordeel verloren (zie kader ‘Milieu-impact’). Ondanks deze pluspunten worden er nog steeds gebouwen gesloopt. Wat zijn hiervoor de overwegingen en is het terecht?
1. Stadhuis Den Helder: zichtbare betonconstructie draagt bij aan industriële uitstraling. Foto: bbn
Bestaande betonconstructies hebben hun CO2-uitstoot al gehad
Ontwikkeling in betonconstructies
In naoorlogse betonnen gebouwen is de constructie vaak onderdeel van de esthetiek. De constructie is meestal niet weggewerkt achter verlaagde plafonds en gevelbekleding. Zichtbare afwerking zoals een plankenbekisting draagt bij aan de uitstraling. In de jaren 50 was er nog sprake van materiaalschaarste waardoor materiaalgebruik werd geoptimaliseerd. Zo werden voor betonvloeren verschillende diktes toegepast bij verschillende overspanningen. Kolomkoppen en kolomplaten werden toegepast om de maatgevende zone te versterken en de vloer verder licht te kunnen dimensioneren.
In de jaren 60 was de vlakke plaatvloer in opkomst en verdwenen kolomkoppen uit beeld. De vloerdikte werd volledig gedimensioneerd op de maatgevende zone ter plaatse van de kolomaansluiting. Hierdoor is de hedendaagse vlakke plaatvloer een stuk dikker dan de versie met kolomkoppen.
De opkomst van prefab betonconstructies zien we in de jaren 70 (foto 2a en 2b). Het bouwproces werd geïndustrialiseerd en betonelementen werden onder geconditioneerde omstandigheden in de fabriek vervaardigd. Op de bouwplaats werden de elementen met natte en droge knopen aan elkaar verbonden. Het toepassen van voorspanning maakte het mogelijk betonconstructies slanker uit te voeren. In de jaren 80 werd er steeds meer geprefabriceerd en werden de werkzaamheden op de bouwplaats zo industrieel mogelijk gepland.
Foto 2. Hugo R. Kruytgebouw in Utrecht, pionier in de toepassing van prefab constructies
Milieu-impact
Door het casco te hergebruiken, kan een grote milieubesparing worden behaald ten opzichte van nieuwbouw. Met name hergebruik van een constructie heeft veel milieu-impact; zo'n 60% van de milieu-impact van een gebouw komt uit de constructie. Om de potentiële milieuwinst van hergebruik van de draagconstructie te bepalen, kan de carbon footprint van de originele constructie worden berekend. Voor diverse projecten is bepaald wat de milieu-impact zou zijn wanneer de bestaande constructie nieuw zou worden gebouwd met dezelfde hoeveelheden beton en staal. Hierbij is gebruikgemaakt van de milieu-impact van hedendaags staal en beton. ABT zet hiervoor de zelf ontwikkelde MIM-tool in (Milieu Impact Monitor). Zo kan een goede onderbouwing worden gegeven van het belang van hergebruik van bestaande gebouwen. Afgelopen jaren heeft deze bewijslast geholpen in besluitvorming en geleid tot een volgend leven voor verschillende gebouwen.
Figuur 3. 3D-model Strawinskyhuis, kantoorgebouw Amsterdam.
Behoud betonconstructie 9.500 m2 BVO. Milieu-impact bij herbouw bestaande betonconstructie incl. fundering: 1700 ton CO2
Figuur 4. 3D-model SL2, Laboratoriumgebouw Universiteit Utrecht. Behoud betonconstructie 9000 m2 BVO.
Milieu-impact bij herbouw bestaande constructie incl. fundering en gevel: 1800 ton CO2
Figuur 5. 3D-model stadhuis Den Helder. Behoud betonconstructie 3440 m2 BVO.
Milieu-impact bij herbouw bestaande betonconstructie incl. fundering: 245 ton CO2
Door het casco te hergebruiken, kan een grote milieubesparing worden behaald ten opzichte van nieuwbouw
Uitdagingen hergebruik
Bij het hergebruik van bestaande gebouwen zijn er een aantal uitdagingen, zoals financiën, flexibiliteit, materiaalkosten en comfort. Deze worden hierna achtereenvolgens besproken.
Financiën
Afhankelijk van het aantal ingrepen kan een grondige renovatie qua kosten vergelijkbaar zijn met sloop-nieuwbouw, en dan lijkt de keuze voor sloop-nieuwbouw logischer. Zeker omdat men bij een klein prijsverschil, net als bij een auto, liever gaat voor het nieuwste model dan voor de occasion. Dat is echter vaak niet terecht. Als je het gebouw goed onderzoekt en de juiste alternatieven in kaart brengt, haal je bij het hergebruik van een bestaand gebouw vaak het niveau van nieuwbouw als het gaat om gebruik en comfort. Los daarvan is het zaak andere criteria dan financiën mee te nemen in de besluitvorming, zoals architectonische waarde en duurzaamheid. Een bestaand gebouw heeft zijn CO2-uitstoot al gehad; een voordeel dat je niet zomaar mag weggooien.
Flexibiliteit
Nieuwbouw kan worden ontwikkeld als maatpak; geheel naar wens van de opdrachtgever. Zowel bij nieuwbouw als bij bestaande bouw heb je te maken met randvoorwaarden. Vaak zijn deze bij nieuwbouw minder dwingend, maar door vanuit de mogelijkheden van het bestaande gebouw te denken, is vaak meer mogelijk dan gedacht. Binnen de bestaande kaders valt namelijk veel aan te passen; het vraagt alleen om een andere manier van kijken en denken. En passen de wensen van de gebruikers toch minder goed? Dan kan er ook deels nieuwbouw worden toegepast in plaats van volledige sloop. Ook dat is winst.
Foto 6. Het nieuwe Stadskantoor Heerlen en het gerenoveerde monumentale Raadhuis vullen elkaar aan. Foto: Ossip van Duivebode
Materiaalkosten
Onze welvaart heeft er in de afgelopen 100 jaar voor gezorgd dat we nauwelijks meer circulair denken en/of handelen. Nieuw materiaal is momenteel (nog) goedkoper dan hergebruik van bestaand materiaal. Bestaand materiaal vraagt namelijk vaak om meer organisatie en bewerkingen voordat het herbruikbaar is. Deze prijsverhouding zal in de komende jaren moeten gaan veranderen, bijvoorbeeld door de invoering van een CO2-tax. Daarnaast kunnen een toename van hergebruik, de ontwikkeling van technieken op dit vlak en schaarste van nieuwe bouwmaterialen gaan leiden tot een betere prijsverhouding.
Comfort en energieprestatie
Bestaande gebouwen hebben zonder aanpassingen vaak minder comfort en een slechtere energieprestatie dan nieuwbouw. Dit vraagt om verduurzamingsmaatregelen om de operationele CO2-uitstoot te verkleinen. Deze aanpassingen zijn in de meeste gevallen prima door te voeren; zo geef je het gebouw een tweede leven terwijl je een comfort bereikt dat vergelijkbaar is met nieuwbouw.
Foto 7. Hoog Lindoduin Den Haag: grootschalige vernieuwing en verduurzaming galerijflat. Foto: Luuk Kramer
Uitdagingen bouwfase
Als de gebruiker tijdens de renovatiewerkzaamheden in het gebouw blijft, kan overlast worden ervaren. Als gekozen wordt tijdelijk te verhuizen, moet er twee keer worden verhuisd, met de bijbehorende kosten en het ongemak. Daarnaast is het bij renovaties niet ongebruikelijk dat tijdens de bouwfase onverwachte tegenvallers aan het licht komen. Je weet nog niet wat je niet weet en daar kom je alleen in het werk achter. Door in het voortraject gedegen onderzoek te doen naar de mogelijke risico’s en beheerswerkzaamheden, kan de impact van tegenvallers wel worden beperkt. Daarnaast is een goede fasering van belang om overlast zoveel mogelijk te beperken.
Aanpak hergebruik
Als iets duidelijk is, is het dat het rijp maken van gebouwen voor een tweede, derde of nog langer leven vraagt om een andere manier van denken. Én om een andere manier van ontwerpen en engineeren. Om constructeurs en opdrachtgevers te helpen bij het maken van de juiste, duurzame, keuzes ontwikkelden dr.ir. Karel Terwel van TU Delft / IMd Raadgevende Ingenieurs en ir. Roy Crielaard van TU Delft / Arup een stappenplan met vier kernstrategieën [1]. De kern: door direct duurzame keuzes te maken in het ontwerp wordt de milieu-impact maximaal beperkt. De eerste stap die moet worden gezet, is het vergroten van de waarde van bestaande gebouwen.
Deze andere manier van denken kun je ontwerpend onderzoeken of onderzoekend ontwerpen noemen. Het is hierbij zaak dat de ingenieurs al vroeg in het proces worden betrokken, al in initiatieffase. Door vanuit het bestaande gebouw te ontwerpen, kunnen mogelijk relevante technische aspecten worden meegewogen in de ontwikkelvisie. Hoe zit het gebouwskelet exact in elkaar en welke mogelijkheden en onmogelijkheden biedt het? Hoe is het gebouw ingedeeld en wat zijn de stramienmaten en verdiepingshoogtes? Kan volume worden toegevoegd? Door het gebouw zowel technisch als functioneel in beeld te brengen, kan een weloverwogen beslissing worden genomen over hergebruik of nieuwbouw (deels of geheel).
Het is hierbij belangrijk keuzes voor (verduurzamings)ingrepen te maken op basis van effectiviteit, milieu-impact, kosten en terugverdientijd. Door te denken in varianten – van minimale tot vergaande verduurzaming – komen alle consequenties helder in beeld. Dat je hierbij niet alleen de constructie in ogenschouw moet nemen, mag duidelijk zijn. Het vraagt om een integrale aanpak en integrale samenwerking binnen de bouwsector. Een gebouw renoveren en/of herbestemmen, is nu eenmaal een kennisintensieve opgave. Door alle disciplines en onderdelen, zoals de gevel en installatieonderdelen – mee te nemen in het onderzoek komen we samen tot het beste ontwerp. Dit vraagt om een integrale mindset bij alle partijen en de opdrachtgever. Gelukkig zien we die mindset in toenemende mate ontstaan.
Constructief onderzoek
Om de bestaande constructie optimaal te kunnen benutten, is het van belang de opzet, kwaliteit en prestatie vast te stellen. Bij constructiematerialen zijn de sterkte en stijfheid van belang voor het constructief beoordelen van bestaande bouwwerken. Deze informatie kan worden herleid op basis van archieftekeningen. Hoe nieuwer het gebouw hoe vaker archiefgegevens beschikbaar zijn met daarop belastingsuitgangspunten, beton- en wapeningskwaliteit en toegepaste dekking. De meeste gegevens kunnen worden geverifieerd met visuele inspecties. Tijdens deze inspecties kan ook de conditie van de betonconstructie worden vastgesteld.
Zoals het Kennisportaal Constructieve Veiligheid aangeeft, moet per project worden gekeken of deze informatie voldoende is om de benodigde berekeningen en beschouwingen uit te voeren. Soms is het nodig aanvullend destructief onderzoek uit te voeren bij het gebouw, bijvoorbeeld om uitgangspunten zoals de betonkwaliteit te verifiëren en carbonatatiediepte vast te stellen. Deze informatie kan worden gebruikt om de restlevensduur van het gebouw en het degradatierisico vast te stellen. Dit is met name van belang als een gebouw tijdens de renovatie in buitenconditie komt te staan. Afhankelijk van de eigenschappen en conditie van de betonconstructie, kan het beter zijn het gebouw te beschermen tijdens de bouwperiode om degradatie van de constructie te voorkomen.
Met deze gegevens kunnen de mogelijkheden om aanpassingen aan het gebouw te doen, worden bepaald. Door zoveel mogelijk binnen de randvoorwaarden van de bestaande constructie te blijven, kunnen de benodigde voorzieningen om bijvoorbeeld sparingen te maken, worden beperkt of zelfs voorkomen. Uit constructief onderzoek volgt dat constructies vaak voldoende capaciteit hebben voor functiewijzigingen en in-/uitbreidingen. Zeker als het naoorlogse constructies betreft, gebouwd voor de utiliteitsbouw. Beton in goede omstandigheden wordt alleen maar sterker. Dit geeft mogelijkheden om binnen de veiligheidsmarges de grenzen op te zoeken van de capaciteit van de constructie.
Foto 8. Bij SL2 Utrecht worden constructieve ingrepen geminimaliseerd door het ontwerp in te passen in de bestaande betonconstructie. Foto: ABT
Figuur 9. Bij Stadskantoor Westnieuwland in Vlaardingen zijn voor de cascadetrap nieuwe vloersparingen aangebracht tussen wapeningsbanen zodat versterkingen niet nodig zijn. Bron: Kraaijvanger
Afhankelijk van de situatie kunnen voor hergebruik geavanceerde rekenmethodes en versterkingen nodig zijn
Maximaal benutten en uitbreiden capaciteit
Om goed advies te kunnen geven over het gebruik van bestaande gebouwen, zijn vaak rekenkundige onderbouwingen nodig. Bijvoorbeeld omdat aanpassingen leiden tot andere uitgangspunten voor bestaande gebouwelementen of omdat er twijfels bestaan over de huidige werking van elementen. Kennis en ervaring zijn nodig om de resultaten van de archiefonderzoeken, rekenkundige analyses en gebouwinspecties te kunnen interpreteren.
Afhankelijk van de situatie kunnen eenvoudige of geavanceerde rekenmethodes worden ingezet. Met niet-lineaire berekeningen kan het werkelijke gedrag van gebouwelementen beter worden benaderd. Door dit gericht in te zetten op kritieke elementen, kan de maximale capaciteit uit gebouwelementen worden gehaald en kunnen versterkingsmaatregelen worden voorkomen.
Is de capaciteit van de constructie toch onvoldoende dan is lijmwapening vaak een eenvoudige maatregel om balken, vloeren en wanden te versterken. Dit kan bijvoorbeeld worden ingezet wanneer er sprake is van grote sparingen in een vloer bij bijvoorbeeld de transformatie van een kantoorgebouw naar een appartementencomplex. Of bij wijzigingen van het statisch systeem van de vloer door bijvoorbeeld de toepassing van vides. Daarnaast is het een effectieve oplossing wanneer een gebouw in de nieuwe functie een hogere gebruiksbelasting heeft. Door het toepassen van lamellen in twee richtingen met een totale dikte van slechts 1 tot 2 cm kan de ontwerpfilosofie van de constructieve vloer gehandhaafd blijven en toch op een veilige manier een tot tweemaal hogere gebruiksbelasting worden toegepast. Aandachtspunten bij de toepassing van lijmwapening zijn de verankering van de lamellen en de benodigde voorzichtigheid bij de afbouwwerkzaamheden, zodat de lamellen niet beschadigd raken.
Figuur 10. Bij het nieuwe hoofdkantoor van dsm-firmenich is hogere toelaatbare belastingen op poeren bereikt door geavanceerd rekenen
Via integrale aanpak naar maximale benutting
De ervaring is dat bestaande betonconstructies veel potentie hebben om te worden hergebruikt. Bovendien blijven door hergebruik de waardes van het gebouw behouden: op economisch, architectonisch, functioneel, monumentaal en milieutechnisch gebied. Aangezien elk gebouw uniek is, vraagt het maximaal benutten van de potentie van een bouw om een specifieke en integrale aanpak. Het benutten van deze potentie past bij de huidige duurzaamheidsfilosofie. Want zelfs wanneer je een bestaand gebouw sloopt en er met de huidige technieken een super duurzame constructie voor terugzet, leidt het nog steeds tot meer milieubelasting dan hergebruik.
Literatuur
Reacties