Log in
inloggen bij Cement
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Alle kennis / Artikelen

Duurzaamheid leidend bij IJboulevard

Ondergrondse fietsenstalling en wandelgebied achter Amsterdam Centraal Cor van Vliet, Danny Esselman, Eric Pinas - 30 april 2021

Aan de IJzijde bij Amsterdam Centraal is gestart met de bouw van de IJboulevard, met daarin geïntegreerd een nieuwe ondergrondse fietsenstalling. In het ontwerp waren duurzaamheid, en meer concreet de MKI, een expliciet criterium, wat heeft geleid tot een aantal keuzes in het constructief ontwerp.

In het kort

  • De IJboulevard wordt een 6000 m2 groot wandelgebied aan de IJzijde van het Centraal Station, met eronder een fietsenstalling met circa 4000 stallingsplaatsen.
  • Het project omvat ook de realisatie van een aanvaarbescherming die bescherming moet bieden aan de Noord/Zuidlijn, de overkapping met de kapspanten van het busplatform en de achterliggende Michiel de Ruijtertunnel.
  • Het project IJboulevard is aanbesteed op basis van de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI).
  • De gehele opzet van het referentieontwerp is opnieuw tegen het licht gehouden.
  • Bij de afweging van verschillende varianten zijn duurzaamheid en MKI expliciet als criterium meegenomen.
  • Door de duurzaamheidsmaatregelen worden de milieu-impact en de omvang van de werkzaamheden op de projectlocatie beperkt, en wordt de beïnvloeding van en de veiligheidsrisico’s voor de omgeving beheerst.
  • De fietsenstalling is opgebouwd uit een betonnen kokerconstructie die bestaat uit drie afzinkelementen.
  • De aanvaarbescherming bestaat uit betonnen liggers op stalen buispalen en boven de Noord/Zuidlijn uit een stalen vakwerkligger.

Aan dit artikel hebben behalve de genoemde auteurs bijgedragen: Max Fleer (Architect – VenhoevenCS), Roeder Sewgobind (Van Hattum en Blankevoort), Gert Visser (Van Hattum en Blankevoort), Ralf van Leeuwen (Van Hattum en Blankevoort) en Eelco van der Weij (Van Hattum en Blankevoort).

Projectgegevens

Project: IJboulevard
Opdrachtgever: Verkeer Openbare Ruimte, gemeente Amsterdam
Opdrachtnemer: Van Hattum en Blankevoort
Architect: VenhoevenCS
Engineering: VolkerWessels Infra Competence Centre
Natuurinclusieve maatregelen: DS Landschapsarchitecten
Oplevering: eerste helft 2023

Het gebied rondom het Centraal Station van Amsterdam, het stationsgebied, moet een groot aantal functies herbergen. De komst van de Noord/Zuidlijn gaf de definitieve doorslag om dit stationsgebied grootscheeps te verbouwen. In 2005 heeft de gemeente de ontwikkelopgave vastgesteld, die gefaseerd in meerdere deelprojecten verder wordt uitgewerkt. Een daarvan is het deelproject IJboulevard, een samenvoeging van diverse ontwikkelingen aan de IJzijde van het station.

Fietsenstalling

De IJboulevard wordt een 6000 m2 groot wandelgebied aan de IJzijde van het Centraal Station. Onder dit gebied komt een fietsenstalling met een capaciteit van circa 4000 stallingsplaatsen (fig. 2). De nieuwe stalling vervangt het fietsplatform aan de westkant en de fietsenstalling op de voormalige fietspont direct achter het station (foto 1). Door de fietsen onder water te plaatsen, wordt het vrije zicht over het IJ behouden. Het project omvat ook de realisatie van een aanvaarbescherming. Ter plaatse van deze aanvaarbescherming gaat de boulevard over in een houten steiger.

Aan de oost- en westzijde van de fietsenstalling liggen respectievelijk Waterplein Oost en Pier 10, die in de boulevard worden geïntegreerd. Nog verder ten westen ligt Steiger 14, die als onderdeel van het project wordt aangepast (fig. 3). 

Ontwerp: robuust en sprankelend

Het ontwerp voor de fietsenstalling bouwt voort op de traditie om van functionele infrastructuuropgaven verleidelijke ruimtes te maken die bijdragen aan de stedelijke cultuur. De bewegingen van fietsers en voetgangers bepalen de vorm van het gebouw. Fietsers worden vanaf de inrit op de boulevard in een vloeiende beweging naar beneden geleid.

De IJboulevard krijgt een eigen herkenbaar karakter door het specifiek voor déze stalling op déze locatie ontworpen hoogwaardige interieur (fig. 4). Het ontwerp is opgebouwd uit vloeiende lijnen en ronde vormen met een duidelijke functie om de overzichtelijkheid en oriëntatie te vergoten. Er is ook aansluiting gezocht bij de bestaande omgeving, zoals de ronde glaspuien van de IJhal en de busplatformcockpits. De stalling oogt robuust, sprankelend en modern, maar is ook duurzaam, toekomstbestendig en eenvoudig te onderhouden.

Functies en omvang
De fietsenstalling heeft een lange en slanke vorm. In het midden is de stalling op zijn smalst; slechts 17 m. Richting de uiteindes loopt hij uit tot 24 m breed (fig. 5). Deze gewaaierde vorm sluit mooi aan op de vorm van het IJ en de vaarroute van de schepen, maar brengt tegelijkertijd een uitdaging mee voor een efficiënte indeling van de stalling. Door de langgerekte vorm zijn maar liefst vier entrees noodzakelijk en daarbij ook twee beheerdersruimtes. De posities van de 4000 fietsparkeerplaatsen zijn bepaald aan de hand van efficiënte looplijnen vanuit de entreezones en goed overzicht vanuit de beheerdersruimtes.

Aanvaarbescherming

In het voorgaande deelproject IJSEI (2005-2012) zijn voorzieningen getroffen om de Noord/Zuidlijn, de kapspanten van het busplatform en de achterliggende Michiel de Ruijtertunnel te beschermen tegen een calamiteitaanvaring vanaf het IJ. In de periode 2013-2015 zijn studies uitgevoerd naar de veiligheid van deze constructies. De kapspanten van het busplatform, de kistdam van de Michiel de Ruijtertunnel en de frontwand van de Noord/Zuidlijn bleken de risicovolle objecten. Dit heeft ertoe geleid dat ook de aanvaarbescherming onderdeel is van het project, die aan de genoemde objecten bescherming moet bieden. Er zijn vooruitlopend op de nieuw te bouwen aanvaarbescherming tijdelijke beschermingsmaatregelen getroffen.

Ontwerpeisen en uitgangspunten

Tijdens de uitvoering van de projectdoelstellingen beschouwt de opdrachtgever de volgende kritische succesfactoren als randvoorwaarde voor een succesvolle en voortvarende uitvoering van het project:

  • Het uitvoeren van het werk zonder schade aan de omgevingsobjecten.
  • Een aanvaarbescherming die veiligheid borgt van de achterliggende constructies tijdens gebruiksfase.
  • Geen beperkingen aan de functionaliteiten in de omgeving tijdens de uitvoering van het werk.
  • Aandacht voor duurzaamheid, milieu-impact, in zowel de ontwerpfase ten aanzien van onder andere toegepaste materialen en installaties, als in de uitvoeringsfase ten aanzien van milieuvriendelijk bouwen (inzet duurzame materiaal, bouwlogistiek etc.).

Aan land is beperkte ruimte aanwezig voor de uitvoeringswerkzaamheden, vandaar dat de werkzaamheden vanaf het water moeten worden uitgevoerd.

De gehele opzet van het referentieontwerp is opnieuw tegen het licht gehouden

Ontwerpkeuzes duurzaamheid

De belangrijkste ontwerpkeuze die in de aanbestedingsfase is gemaakt, is of het referentieontwerp verder zou worden uitgewerkt of dat het ontwerp zou worden aangepast. Gekozen is voor het tweede: de gehele opzet van het ontwerp is opnieuw tegen het licht gehouden. De visie daarbij was een slim integraal ontwerp en uitvoeringsmethode met voldoende robuustheid, een hoog veiligheidsniveau én met minimale impact op de omgeving en het milieu. In zowel het constructieve als architectonische ontwerp wordt veel aandacht geschonken aan efficiënt en bewust materiaalgebruik. Daarbij zijn de gekozen materialen duurzaam en zo veel mogelijk recyclebaar. Verder gaat er aandacht uit naar een zo laag mogelijk energieverbruik. Het ‘low tech’ installatieconcept vormt ook een integraal onderdeel van het ontwerp.

De duurzaamheidsmaatregelen zijn verdeeld in een aantal subcategorieën, te weten:

  • Duurzaam ontwerp;
  • Duurzaam bouwplan;
  • Hergebruik van de bestaande vrijkomende materialen op het eigen werk;
  • Toepassen van secundaire materialen van buiten de systeemgrenzen;
  • Transport over water.

Het project is aanbesteed op basis van de Economisch Meest Voordelige Inschrijving (EMVI). Belangrijk hierbij waren drie duurzaamheidsonderdelen. Het eerste onderdeel betrof het aanbieden van een lagere MKI-waarde (MilieuKostenIndicator). Het tweede onderdeel betrof een plan van aanpak duurzaamheid, waarin 15 maatregelen moesten worden beschreven die de grootste impact hebben op de MKI-reductie. Bij de beoordeling van het plan werd rekening gehouden met de mate waarin de inschrijver realistische en haalbare maatregelen heeft benoemd die bijdragen aan het gekozen ambitieniveau. Het derde onderdeel was het CO2-ambitieniveau.

Bij de afweging van verschillende varianten – naast de uiteindelijke variant onder meer een volledig drijvende constructie en een constructie waarin staal en beton waren gecombineerd – is de MKI expliciet als criterium meegenomen. Onder meer de volgende maatregelen zijn genomen:

  • De drie hoofdconstructies (fietsenstalling, aanvaarbescherming en Waterplein Oost) worden vrijstaand uitgevoerd (geen geïntegreerde constructie).
  • Er is gekozen voor een vrijstaande aanvaarbescherming, wat het mogelijk maakt de fietsenstalling met een zeer lage funderingsdruk ten opzichte van het referentieontwerp uit te voeren.
  • De liggers van de aanvaarbescherming worden doorgekoppeld, zodat portaalwerking ontstaat.
  • Het gewicht van de fietsenstalling wordt gebalanceerd met de waterdruk om het gewicht te minimaliseren.
  • Er worden geen tijdelijke voorzieningen (onder andere bouwkuipen) toegepast om de constructies te bouwen.
  • Bestaande constructies worden maximaal hergebruikt.
  • Bestaande fundaties worden hergebruikt, waarmee nieuwe palen worden uitgespaard.
  • Constructies worden zoveel mogelijk geprefabriceerd.
  • Betonconstructies die toch worden gesloopt, worden gerecycled en als toeslagmateriaal in nieuw beton toegepast.
  • Voor het toegepaste betonmortel en staal zijn projectspecifieke levenscyclusanalyses (LCA’s) opgesteld. Hiermee kan de MKI aanzienlijk worden gereduceerd ten opzichte van de referentiewaarden uit de Nationale Milieu Database (NMD).
  • De staalconstructies worden niet geconserveerd door een corrosietoeslag toe te passen. Conservering is bijzonder milieubelastend en moet gedurende de levensduur onderhouden of vervangen worden.
  • Materialen worden aangevoerd over het water.
  • In het ontwerp is geen bouwkuip nodig waardoor er geen vrijkomende grond is die afgevoerd moet worden.

Door deze maatregelen worden de milieu-impact en de omvang van de werkzaamheden op de projectlocatie beperkt en wordt de beïnvloeding van en de veiligheidsrisico’s voor de omgevingsobjecten beheerst, zoals de Noord/Zuidlijn en de kistdam met daarop de kap van het busplatform. 

In het project wordt ook rekening gehouden met het waardevol ecosysteem van het IJ. Er worden natuurinclusieve maatregelen getroffen om dit ecosysteem te behouden en waar mogelijk te bevorderen (fig. 6). Dit door het maken van ruimte voor planten en dieren om zich te vestigen. 

De fietsenstalling is opgebouwd uit een betonnen kokerconstructie die bestaat uit drie afzinkelementen

Gekozen alternatieven voor de constructies

De fietsenstalling is opgebouwd uit een betonnen kokerconstructie, gefundeerd op stalen buispalen. Deze kokerconstructie bestaat uit drie afzinkelementen, die op een voorbouwlocatie worden gemaakt. Vanaf deze locatie worden ze over water naar de bouwplaats getransporteerd. Op de projectlocatie noch op de voorbouwlocatie wordt gebruikgemaakt van een bouwkuip. 

Het dak van de fietsenstalling is opgebouwd uit stalen liggers (HEB800) met een betonnen druklaag (fig. 7). De aanvaarbescherming bestaat uit massieve betonnen liggers op stalen buispalen. Deze liggers worden gerealiseerd met behulp van een prefab-betonnen bekisting, die op de voorbouwlocatie wordt gemaakt en vervolgens ook weer over water wordt getransporteerd naar de bouwplaats.  

Boven de Noord/Zuidlijn bestaat de aanvaarbescherming uit een stalen vakwerkligger (fig. 8). 

Het bestaande Waterplein Oost is opgebouwd uit een betonnen dek, gefundeerd op stalen buispalen. De bestaande palen en de betonconstructie worden hergebruikt in combinatie met nieuw te realiseren onderdelen. Het nieuwe gedeelte van het dek is opgebouwd uit prefab liggers. Het totale dek (nieuw en bestaand) is aan elkaar gekoppeld met een betonnen druklaag. Het sloopwerk bij Waterplein Oost wordt hiermee tot het strikt noodzakelijke beperkt. 

De bestaande constructies, grenzend aan de fietsenstalling en de aanvaarbescherming, met name Pier 10 en Steiger 14, worden aangepast en uitgebreid. De uitbreiding is opgebouwd uit een betonnen dek gefundeerd op stalen buispalen. Ook bij deze twee constructies is het benodigde sloopwerk beperkt tot het strikt noodzakelijke. 

De aanvaarbescherming bestaat uit betonnen liggers op stalen buispalen en boven de Noord/Zuidlijn uit een stalen vakwerkligger

Tot slot

Na het afronden van het Voorontwerp en het Definitief Ontwerp is op het moment van schrijven van dit artikel begonnen met het Uitvoeringsontwerp. Buiten op de projectlocatie is gestart met conditioneringswerkzaamheden, waaronder het sloopwerk van de bestaande constructie van Waterplein Oost. Zowel op de logistieke hub aan de noordzijde van het IJ, als op de voorbouwlocatie worden voorbereidingen getroffen voor de bouw van de elementen van de fietsenstalling.

Het prefabriceren van de drie betonnen afzinkelementen van de fietsenstalling vindt gelijktijdig plaats met het installeren van de paalfundaties op de projectlocatie. In het derde kwartaal van 2021 is de zogenoemde float-off-operatie voorzien, waarbij de elementen over het water worden getransporteerd naar de projectlocatie, waar deze worden afgelaten op de funderingspalen. Hier worden de drie elementen samengevoegd tot één geheel, waarna de aanvaarbescherming voor de fietsenstalling wordt aangebracht. De bouwkundige afwerking en de inrichting van het maaiveld volgen hierna, zodat in de eerste helft van 2023 de fietsenstalling in gebruik genomen kan worden.

Op het project IJboulevard is duurzaamheid leidend in zowel de ontwerpfase, realisatiefase als de exploitatiefase, waarmee een toekomstbestendige en hoogwaardige fietsenstalling wordt gerealiseerd. Door het hergebruik van bestaande constructies, het minimaliseren van nieuwe materialen, toepassing van low-tech installaties en het nemen van natuurinclusieve maatregelen, wordt de belasting op het milieu en de omgeving tot een minimum beperkt.

Reacties

Hil Kuiper - HB Adviesbureau 09 mei 2021 19:59

Een gaaf artikel. Ik ben geïnteresseerd in het duurzame aspect. In hoeverre is de MKI-berekening in te zien door buitenstaanders? Het is interessant om te vernemen hoeveel MKI-reductie is behaald. Ik vermoed dat daar veel van kan worden geleerd.

x Met het invullen van dit formulier geef je Cement en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Renda ©2022. All rights reserved.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren