Kennisplatform over betonconstructies

Interview Almer van der Stoel
Jacques Linssen

ma 3 februari 2020
artikel

De bouw schreeuwt om innovatie, dat weet Almer van der Stoel, directeur van CRUX Engineering, als geen ander. Innovatie is dan ook een van zijn drijfveren. Één van de, want Van der Stoel is van heel veel markten thuis. We vroegen hem of we hem nu vooral moeten zien als ondernemer, adviseur, wetenschapper, manager, uitvinder of docent. Of alles in één? Zelf noemt hij zich vooral een bouwer, iemand die meer energie van krijgt van dingen verbeteren dan iets in standhouden.

Foto: Robert Lagendijk

Van der Stoel lijkt vooral iemand die geïnteresseerd is in de praktische kant van het vak. Zo koos hij na het atheneum bewust voor de HTS en niet voor de TU, omdat die hands-on mentaliteit hem aansprak. Toch gaat hij na de HTS naar de TU, om zich, zoals hij het zelf zegt, te laven aan de theorie. En uiteindelijk besluit hij zelfs promoveren.

"Vier jaar opgesloten zitten, dat zag ik echt niet zitten"

Waarom besloot je, ondanks jouw praktische insteek, toch te promoveren?

“Het was vooral prof. Van Tol, mijn begeleider bij mijn afstudeerstudie bij de Noord/Zuidlijn. Ik kreeg voor mijn studie het hoogste cijfer dat tot dan toe was toegekend en Van Tol drong erop aan dat ik ging promoveren. Maar vier jaar opgesloten zitten, dat zag ik echt niet zitten. En bovendien wilden de bureaus waarmee ik op de Noord/Zuidlijn had samengewerkt mij ook graag hebben. Ik koos uiteindelijk voor Ingenieursbureau Amsterdam, vooral vanwege dat Amsterdam. Vrij snel werd ik gevraagd terug te komen bij de Noord/Zuidlijn, namens IBA. Daar mocht ik me gaan bezighouden met een grouting-proef. Ik werd dankzij mijn afstudeerwerk toen immers al gezien als een van de specialisten op dat gebied. Prof. Van Tol kwam toen met het lumineuze idee die proef te combineren met een promotiestudie. Dat zag ik wel zitten. In de eerste plaats boeide het onderwerp mij enorm. En het combineren van de promotie met het werk voor de Noord/ Zuidlijn had een aantal grote voordelen. Zo kreeg ik om te beginnen een normaal salaris, een stuk aantrekkelijker dan dat van een promovendus. En ik kreeg de beschikking over een enorm budget voor de proeven. Als je alleen vanuit de TU werkt is daar geen sprake van. Door de combinatie Noord/Zuidlijn en tegelijk promoveren was het wel heel hard werken. Maar na ruim vier jaar, op de beruchte 11 september 2001, heb ik mijn promotie afgerond. Wetenschap is mij daarna altijd blijven interesseren. Maar inderdaad wel met een praktische inslag. Zie mij niet als een ‘krommed-wetenschapper’.”

"Zie mij niet als een 'kromme-d-wetenschapper"

Maar toen toch de praktijk in en je besloot CRUX op te richten. Waarom zo snel al?

“Bij de Noord/Zuidlijn had ik goed contact met Holger Netzel van Witteveen+Bos, mijn huidige compagnon bij CRUX. Wij hadden beiden de overtuiging dat onze benadering van de omgevingsbeïnvloeding van funderingen, waarmee we bij de Noord/Zuidlijn zo veel ervaring hadden opgedaan, niet alleen zinvol zou zijn voor grote projecten, maar ook voor kleinere projecten. Dat konden we het beste laten zien door voor ons zelf te beginnen. De rest is geschiedenis zou ik haast willen zeggen.”

Twee broekies die voor zichzelf waren begonnen. Hoe zorgden jullie ervoor dat je serieus werd genomen?

“In het begin werden we als CRUX ingehuurd door de Noord/Zuidlijn. Dat was voor ons een vliegende start. Maar we wilden nadrukkelijk geen detacheringsbedrijf worden. Dus deden we in het begin ook veel gewone projecten, een funderingsadvies hier een bouwkuipadvies daar. Daarin was genoeg te doen. Maar onze missie was en bleef de systematiek met omgevingsbeïnvloeding in te zetten voor kleine projecten. De doorbraak daarin kwam vanuit een opdracht van DWR Amsterdam (Dienst Waterbeheer en Riolering, het huidige Waternet, red.). Als gevolg van een verplaatsing van de waterzuivering was de dienst met een enorme operatie bezig. Er moesten diverse boostergemalen worden gebouwd en rioleringen worden omgelegd. Ook midden in de stad, bij oude panden en bruggen. Vooral bij het Rijksmuseum waren ze er niet helemaal gerust op, dus brachten wij de risico’s in kaart. Tot dan toe was het gebruikelijk het risico vooral op basis van ervaring in te schatten. Wij waren de eersten die er ook echt aan gingen rekenen. We toetsten of een nabij gelegen gebouw de trillingen of verplaatsingen, veroorzaakt door de aanleg van de fundering, kon weerstaan. En als dat niet het geval was pasten wij het plan aan. DWR is ons voor heel veel projecten gaan inschakelen, waarna het concept ook snel bij anderen aansloeg.”

Hoe voorkwam je dat je vooral werd gezien als extra kostenpost?

“We hebben veel te danken aan verzekeraars. Die vonden onze benadering erg interessant. Ze zagen de ene na de andere schade voorbijkomen en dreigden zelfs met opschorting van de polis. Door ons in te schakelen werd dat voorkomen of kon de premie omlaag. Zo werd er ook direct op kosten bespaard en kon een hoop ellende worden voorkomen. Juist om die reden raakten ook ontwikkelaars enthousiast. Doordat wij de risico’s goed in kaart brachten, konden we ook snel ingrijpen als er iets misging. En daarmee konden hoge kosten, bijvoorbeeld als gevolg van vertraging, worden voorkomen. Zij zagen de extra investering als een soort verzekeringspremie. Zo hadden we bij het Conservatoriumhotel in Amsterdam in korte tijd te maken met twee calamiteiten. Maar voor beide hadden we binnen een week een oplossing.”

Jullie waren een heel jong bureau. Hoe haalden jullie de noodzakelijke kennis in huis?

“Ons bureau kenmerkt zich door een enorme honger naar kennis en daarmee een groot zelflerend vermogen. Wij duiken vaak de literatuur in om iets uit te zoeken, proberen dingen uit. Belangrijk in onze ontwikkeling was ook PLAXIS. Wij zijn met dat pakket als een van de eersten grootschalig gestart. Ik denk dat we veel aan elkaar hebben gehad. Wij konden hun pakket tegen gunstige voorwaarden gebruiken en zij hebben onze ervaringen kunnen gebruiken in de ontwikkeling van het pakket.”

"Het is zo belangrijk om juist in de eerste jaren van de studie kanonnen voor de klas te hebben"

Die honger naar kennis, is dat ook de reden dat je zelfs actief bent in het onderwijs?

“Ik heb het overbrengen van kennis altijd heel leuk gevonden. Toen ik amper van de HTS af was, werd ik alweer benaderd door mijn toenmalige begeleider Herman Hensen: “Jij hebt altijd zo’n grote mond over hoe het beter moet in het onderwijs. Wil je dat niet zelf komen doen?” Ik ben er aan de slag gegaan voor twee dagen in de week. Extra bijkomstigheid was dat ik kon bijverdienen om mijn studie aan de TU te bekostigen. Ik gaf een veelheid aan vakken: toegepaste mechanica, vloeistofmechanica, grondmechanica, milieutechniek. Ik ben dat blijven doen tot ik hoogleraar werd aan de KMA, wat tegenwoordig de NLDA is. En vervolgens werd ik gevraagd hoogleraar in Twente te worden – de KMA werkte voor de bachelor samen met de Universiteit Twente. Ik gaf daar twee vakken: inleiding civiele techniek en grondmechanica. Dat werd enorm gewaardeerd. Tot er moest worden bezuinigd en op mijn plek een goedkopere kracht kwam. Dat heb ik altijd heel erg spijtig gevonden. Niet zozeer voor mezelf, het was toch lastig te combineren. Maar op die manier bezuinigen is de teloorgang van het onderwijs. Het is zo belangrijk om juist in de eerste jaren van de studie kanonnen voor de klas te hebben. Daar maak je jonge studenten enthousiast mee. Zo iemand als prof. Verruijt, die vergeet ik van mijn leven niet. Dat was echt een icoon. Ik vind het ook belangrijk dat de docenten praktijkervaring hebben. Dan kun je het vak veel levendiger overbrengen. Ik weet nog dat in het nieuws kwam dat een segment van de Vlaketunnel was gaan opdrijven. In het college erna ben ik direct verticaal evenwicht gaan behandelen. Konden de studenten op een feestje uitleggen hoe dat nou zo gekomen was."

Heb je nooit hoogleraar aan de TU Delft willen worden?

“Toen Van Tol stopte in Delft was daar wel even sprake van. Ik ambieerde dat toen ook wel. Maar tegelijk met Van Tol stopte ook Johan Bosch met zijn leerstoel Ondergronds Bouwen. Die vakgroepen werden samengevoegd en de leerstoel werd een fulltimebaan. Dat was niet wat ik wilde. En inmiddels heb ik die ambitie ook niet meer.”

Foto: Eran Oppenheimer

Docent, wetenschapper, adviseur, ondernemer. Hoe krijg je het voor elkaar al die rollen te combineren?

“Er is natuurlijk wel het nodige veranderd sinds ik met CRUX begon. In het begin was ik nog 100% met de inhoud bezig. Maar met de groei is ook de aard van ons bedrijf veranderd. We hebben nu relatief veel seniors in dienst en we hebben zeven partners. Zelf doe ik nu nog maar drie tot vijf zwaar inhoudelijke trajecten. Zo ben ik recent bezig geweest in Singapore en Panama, en ik zit in het expertteam voor de verschuiving van de Betlembrug. Maar ook hierbij wordt veel van het werk uit handen genomen door anderen. Ik heb vooral een reviewende en coachende rol. En ik doe alle moeilijkere zaken: problemen oplossen met klanten of zaken rond meerwerk. Als algemeen directeur houd ik me verder bezig met de financiën, strategie, nieuwe business en grote contracten. Maar als ik alleen maar manager zou zijn, zou ik het werk absoluut niet leuk vinden. Dan zou het te veel als corvee gaan voelen.”

"Alleen management zou te veel als corvee gaan voelen"

Je komt dus ook nog wel eens in het buitenland. Wat valt je op als je het werk daar vergelijkt met hier?

“Het valt op zich wel mee hoe vaak ik in het buitenland ben. Per project maar een paar keer. Wat mij het meeste opvalt? Dat Nederlanders bot en direct zijn; je hoort het vaker en dat is ook mijn ervaring. Daar moet je rekening mee houden. Je moet aanvoelen hoe je je moet opstellen en soms moet je je aanpassen. Vaak is de relatie en het vertrouwen belangrijker dan de inhoud. Niet alle constructeurs zijn daar even goed in. Vaak wordt er in Nederland heel rechtlijnig gedacht. Wij zijn ook veel minder hiërarchisch.”

Daarnaast vind je toch nog tijd en energie om te ondernemen. Zo hebben jullie in 2017 een groot belang genomen in BouwRisk, een bureau dat zich richt op monitoring. Zo zijn jullie je eigen klant. Is dat wel wenselijk?

“Terechte vraag. Wij waren inderdaad altijd al goede klant van BouwRisk. En al eerder hebben we de kans gekregen deel te nemen. Juist vanwege die belangenverstrengeling hebben we dat toen niet gedaan. Maar uiteindelijk hebben we er toch voor gekozen, want de voordelen wegen op tegen de nadelen. Wij kunnen nu complementair een beter en completer product aanbieden en de klant volledig ontzorgen. We proberen deze activiteit nu een flinke boost te geven. We investeren in mensen en systemen om zo de kwaliteit omhoog te krijgen. Dat is overigens altijd een drive geweest. Het moet beter!”

Verder ben je ook nog actief met High 5 Solutions en Bambooder. Wat drijft je daarbij?

“Ik heb een enorme innovatiedrang en heb het altijd heel leuk gevonden dingen te maken. Als ik ergens in geloof steek ik er graag geld en energie in. Sommige dingen zie ik weliswaar als een soort hobby, maar ik moet wel het geloof hebben dat het rendabel te krijgen is. Zo is het met High 5 en zo is het met Bambooder. Met High 5 gebruiken we een sonische boor- en triltechniek om bijvoorbeeld groutankers en andere funderingselementen aan te brengen en eventueel weer te verwijderen. En voor destructief boorwerk. Mijn rol is hier overigens beperkt, ik hou me bijvoorbeeld totaal niet bezig met de operatie, maar vooral met de innovaties. Ik heb daar de tijd niet voor en zo voorkom ik ook een conflict of interest. Daarbij ben ik heel transparant over de belangen.

Een andere drijfveer is de wereld een beetje beter maken. Dat speelt het meest bij Bambooder. We maken composieten op basis van bamboevezels. Daarmee kunnen we toch een beetje bijdragen aan een betere wereld. Bamboe legt CO2 vast tijdens de levensduur en heeft een hoge treksterkte. Het oorspronkelijke idee was het te gebruiken in dijkvernageling, als alternatief voor staal en grout. Dat is nog niet gelukt. Je ziet nu vooral interesse vanuit de auto-industrie, waar ze ook op zoek gaan naar lichte materialen met een beperkte CO2-footprint. Maar ik zou het nog altijd de grootste kick vinden als het lukt met die dijkvernageling.”

En dan hoor je mensen zeggen dat de bouw niet innovatief is!

“We doen heel veel bijzondere dingen in Nederland. Dat realiseren we ons niet altijd even goed. Er is te weinig aandacht voor. De aandacht gaat veel meer uit naar miskleunen. Neem de zeesluis in IJmuiden. Het is echt fenomenaal wat daar gebeurt. Echter in de krant lees je alleen over de problemen. Dat is jammer. Maar ik ben het er wel mee eens dat er te weinig wordt geïnnoveerd. Er is gewoon te weinig geld en ruimte voor. In de uitvraag wordt er vaak genoeg om gevraagd maar contracten worden nog altijd sterk op prijs beoordeeld. Dat is killing voor innovatie.”

En hoe zit het met de ontwikkelingen in de geotechniek?

“Geotechniek kenmerkt zich door grote onzekerheid. Dat is ook de reden dat ik ervoor gekozen heb. Het biedt ruimte aan creativiteit en innovaties. Die onzekerheid spreekt overigens niet iedereen aan, sommigen kunnen daar minder goed mee omgaan. Maar ik vind het juist geweldig. Het is een vakgebied dat sterk in ontwikkeling is, vooral op het gebied van monitoring. Wat wij nu met data en AI kunnen levert heel veel nuttige informatie, waarmee risico’s nog verder zijn terug te dringen. Wij zijn nu ook zelf programmatuur aan het ontwikkelen met behulp van Python.”

Hebben jouw mensen daar wel de skills voor?

“Dat valt alles mee. Mensen die recent van de TU komen zijn daar al behoorlijk vertrouwd mee. Gelukkig maar, want automatisering wordt steeds belangrijker. Er is een gebrek aan goede adviseurs, daarom is het zonde als die zich nog bezig moeten houden met relatief eenvoudige berekeningen. En dat deel kun je juist heel goed door computers laten doen, waardoor de adviseurs zich volledig kunnen richten op het doorgronden van een constructie en daarbij een kwalitatief goed advies.”

Jouw vernieuwingsdrang is ook in de rest van Nederland niet onopgemerkt gebleven. Je werd recent genomineerd voor de Prins Friso Ingenieursprijs. Hoe heb je dat ervaren?

“Harstikke leuk natuurlijk. Bijzonder om met ‘mijn koningin Beatrix’ te praten. Maar toen ik de concurrentie zag dacht ik al: ‘Hou maar op’. Een van de andere twee genomineerden was een dame die een zorgrobot had ontwikkeld. En het leven gaat na zo’n evenement natuurlijk gewoon verder. Wat ik eraan overhoud, is vooral wat goede PR voor CRUX en het vakgebied.”

Over PR gesproken: CRUX is genomineerd voor de Cobouw Award voor beste werkgever.

“Daar hecht ik veel waarde aan. Goed werkgeverschap vind ik heel belangrijk. Mensen zijn ons grootste kapitaal. Ik had het leuk gevonden eindelijk een keer te winnen. De Prins Frisoprijs kreeg ik net niet, Amsterdams ondernemer van het jaar net niet, Noord-Hollands onderneming van het jaar net niet. Ik wil niet een soort Joop Zoetemelk worden 1). Maar genomineerd worden is natuurlijk al heel wat. Dat is al een bevestiging dat wij een goede werkgever zijn en dat is wat ik belangrijk vind. Wij zijn recent gecertifieerd voor Great Place to Work. Dat mensen enthousiast zijn om hier te werken komt vooral door onze kennis en projecten. Je mag hier al heel snel aan de slag met serieuze adviezen. Natuurlijk word je begeleid, maar je krijgt al snel veel verantwoordelijkheid. Voor ons heeft dat alleen maar voordelen. Zo ben je sneller senior en zelfstandig, en kunnen we ook nog eens een groter aantal opdrachten aan.”

1) De Cobouw Award voor beste werkgever is uiteindelijk gewonnen door Binx Smartility

En wat gaat de toekomst brengen?

“Ik ben trots op wat ik heb bereikt. Op verschillende fronten. Mijn wetenschappelijke carrière – van HTS naar TU, naar promotie, naar hoogleraar. Al op mijn 34e was ik hoogleraar. Maar trots ben ik ook op wat ik met CRUX heb bereikt. Toen we net begonnen werden er nog wel wat vraagtekens gezet. Ging dat wel goed? Was het niet te vroeg? Maar inmiddels zijn we een toonaangevend bureau met meer dan 50 werknemers. Ik moet wel oppassen niet te veel te doen, de kunst is om mensen om je heen te verzamelen die je werk uit handen nemen. Ik verwacht overigens niet dat er na Bambooder nog zo iets op mijn pad komt dat ik ga oppakken. Ik heb nog ambities genoeg met mijn huidige bedrijven.”

CV dr.ir.ing. Almer van der Stoel

Foto: Robert Lagendijk

Leeftijd

48 jaar

Werk

2017 – heden
Directeur CRUX Holding en BouwRisk
2016 – heden
Mede-eigenaar High 5 Solutions
2016 – heden
Mede-eigenaar Bambooder
2014 – heden
Docent Hogeschool van Amsterdam
2008 – 2013
Hoogleraar Universiteit Twente
2005 – 2011
Hoogleraar Nederlandse Defensie Academie
2002 – heden
Mede-oprichter/eigenaar en managing partner CRUX Engineering
1996 – 2001
Ingenieursbureau Amsterdam
1993 – 1998
Docent Hogeschool van Amsterdam

Nevenfuncties

2018 – heden
Raad van Commissarissen Geodelta

Opleidingen

1997 – 2001
Promotie TU Delft, Civiele Techniek
1993 – 1996
TU Delft, Civiele Techniek
1989 – 1993
Hogeschool van Amsterdam, Civiele Techniek

Projecten waarbij Almer van der Stoel met CRUX Engineering betrokken is (geweest)

Bouw Nieuwe Zeesluis IJmuiden, foto: Topview Luchtfotografie/RWS Beeldbank

Bouwkuip Noord/Zuidlijn in de binnenstad van Amsterdam

Voor hotel NHow Amsterdam RAI maakte CRUX het bouwkuip- en paalfunderingsontwerp en een risicoanalyse van de omgevingsbeïnvloeding

Het paalmatrassysteem van de Trampluslijn in Baredrecht, een ontwerp van CRUX

Voor de berging van de Costa Concordia voerde CRUX een stabiliteits- en risicoanalyse uit

Reacties

xMet het invullen van dit formulier geef je Cement en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord

Copyright 2020 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren