Kennisplatform over betonconstructies

Steeds meer constructeurs in de put
Eddy van Caulil

do 22 maart 2018

De trend van de trek van bewoners en bedrijven naar steden is al even aan de gang, de populariteit van de steden neemt toe. Uit het onderzoek 'Stimuleren Stedelijk Wonen', uitgevoerd en in 2015 afgerond in het kader van het MIRT (Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) van de rijksoverheid, blijkt dat 80% van de mensen in het stedelijk gebied wil wonen. Met het ingezette economisch herstel krijgt de al eerder erkende opgave van de (her)ontwikkeling van stedelijke transformatiegebieden en -gebouwen extra markt gedreven impulsen.

Binnenstedelijke verdichting en meervoudig ruimtegebruik leiden in het algemeen tot gestapelde functies en ondergronds bouwen. En dus tot complexe bouwputten met hoge kosten en omgevingsrisico’s. Het is essentieel dat bij deze projecten de constructeur vanaf de start van het ontwerptraject de opdrachtgever gedegen adviseert over de kosten en risico’s die aan de bouwput verbonden zijn. De bouwput wordt daarmee een integraal onderdeel van het constructieve ontwerp en de daarvoor te nemen ontwerpbeslissingen.

Al in 2007 verscheen een artikel van professor Frits van Tol in Cement met betrekking tot de analyse van een veertigtal schadegevallen aan bouwputten. Hierin werd geconcludeerd dat in 80% van de gevallen de kennis om schade te voorkomen wel beschikbaar was, maar niet werd gebruikt. In de jaren daarna is er meer aandacht gekomen voor het gebruik van aanvullende rekenmodellen, risicoanalyses en monitoring. Dit heeft geleid tot de ontwikkeling van de zogenoemde Observational Method. Hierbij wordt de monitoring van de bouwkuip tijdens de uitvoeringsfase gebruikt om te bepalen of tijdens de uitvoering, op basis van de beschreven risico’s, een van te voren vastgelegde beheersmaatregel moet worden ingezet. Op deze manier kunnen de risico’s kostenefficiënt gemanaged worden. Zonder dit rest niets anders dan het aanhouden van prijsopdrijvende conservatieven waarden voor een veelheid aan parameters, die van belang zijn bij het ontwerp van de bouwkuip en de beïnvloeding van de omgeving.

In de praktijk komt het helaas nog steeds voor dat de bouwput door de hoofdconstructeur als een tijdelijke voorziening wordt gezien, volgend uit het bouwkundig ontwerp. Hij wordt dat als zodanig besteksmatig ‘over de schutting’ van de aannemer gegooid. Hierbij wordt te weinig aandacht besteed aan de beschikbare kennis in relatie tot de projectgebonden specifieke locatie.

Het meest sprekende voorbeeld hiervan voor mij is nog steeds de bouwkuip voor de nieuwe schouwburg in Middelburg. Trillingen ten gevolge van het inbrengen van een damwand in 2003 en lekkage van de palenwand, hebben geleid tot verzakkingen en schade van de omliggende bebouwing, en het stilleggen van de bouw. In 2005 heeft de gemeente besloten verder af te zien van de bouw van de schouwburg. Ter voorkoming van extra vervormingen is de bouwkuip vol water gezet. In 2006 heeft Heijmans de bouwkuip voor een symbolisch bedrag van € 1 van de gemeente overgenomen, met de doelstelling hier woningen te ontwikkelen. Hiervan kwam echter niets terecht vanwege de crisis in de bouw. De kuip werd daarom in 2014 gevuld met grond. Een mogelijke ontwikkeling wordt verder afgewacht.

Anno 2018 moeten geotechnici en constructeurs elkaar in het begintraject opzoeken om projectspecifieke risico’s en de kritische waarden vanuit de bouwput te formuleren als sturende randvoorwaarden voor de keuzes in het ontwerp van het project. Dit ter voorkoming van ongewenste restrisico’s met noodzakelijk op te leggen beheersmaatregelen aan het einde van het ontwerptraject of in de uitvoeringsfase.

Ten behoeve van het ontwerp van het project is het van belang om te weten of een ontgraving met bemaling tot de mogelijkheden behoort en waar eventueel de kritische waarde van de ontgraving ligt in verband met de aanwezigheid van een eventueel opbarstrisico. Bij de aanwezigheid van een omslagpunt van de ontgraving met betrekking tot opbarsten bestaat er ook een omslagpunt in kosten. De kosten voor het toepassen van onderwaterbeton of het creëren van een kunstmatige waterremming zijn dusdanig hoog, dat op basis hiervan het benodigde volume van de kelder naar diepte en oppervlak geoptimaliseerd kan worden.

Naast bovenstaande kunnen één of meerdere aspecten zoals archeologie, niet gesprongen explosieven, kabels en leidingen, bouwkundige staat van belendingen, bodem/grondwatervervuiling en beïnvloeding grondwaterstromingen in de binnenstedelijke context leidend worden voor ontwerpbeslissingen in het constructieve ontwerp.

Vandaar mijn pleidooi in de titel voor meer constructeurs in de (bouw)put.

Reacties

Wim van Looijengoed - MultiBouwSystemen 26 maart 2018 16:17

Nodig ook vóóraf een praktische bouwer uit met ervaringsdeskundigheid. Elke constructieve oplossing die bedacht kan worden heeft prijstechnische en uitvoeringstechnische consequenties. Alle alternatieven open laten en de keuzeopties steeds fijnmaziger analyseren en uitwerken leid tot voordeligst en veiligst alternatief. Wij van www.kelderbouw.nl denken graag vooraf mee.

Jacco Haasnoot - CRUX Engineering 24 maart 2018 16:33

Gelukkig is er in de afgelopen 10 jaar wel veel verbeterd... Constructeurs, kies voor kwaliteit en zoek in je project de samenwerking met geotechnici die uitgebreide ervaring hebben op het gebied van bouwkuipen en omgevingsbeinvloeding.

Ruud Arkesteijn - ABT 23 maart 2018 10:55

Beste Eddy, Met plezier en (h)erkenning heb ik uw blog gelezen op Cementonline; een zeer terechte oproep. Bovendien is ondergronds bouwen, naast uitdagend, ook gewoon heel leuk! ;) MVG, Ruud PS. Ter aanvulling op de paragraaf over de afweging voor een spanningsbemaling VS onderwaterbeton: https://www.abt.eu/actueel/blog/waarom-onderwaterbeton-vaak-niet-duur-is-.aspx

Copyright 2019 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren