Kennisplatform over betonconstructies

Is buurmans gras altijd groener?
Dirk Rinze Visser

woe 4 december 2019

Duitsland staat bekend om zijn innovaties en vooruitstrevende technologie├źn, maar geldt dat ook voor de bouwwereld?

Ir. Dirk Rinze Visser CEng RC is Associate Director bij BuroHappold Engineering en docent aan de Faculteit Bouwkunde, TU Delft. Zijn column voor Cement spitst zich hoofdzakelijk toe op de (inter)nationale bouwcultuur. Na 4 jaar, 13 columns over evenzoveel landen, is dit zijn laatste bijdrage. In deze editie: Duitsland. 

Eigenlijk niet. In Duitsland wordt hoofdzakelijk vertrouwd op beton als bouwmateriaal, en vooral in de woon- en utiliteitsbouw is ter plaatse gestort beton nog steeds de eerste keuze. Bij het ontwerpen van een hoofddraagconstructie worden weliswaar meerdere varianten aangedragen, maar allen in hetzelfde materiaal: beton. Veelal wordt gekozen voor vlakke plaatvloeren op dragende betonwanden of –kolommen. Constructieve ontwerpen in of met andere bouwmaterialen, zoals een staalskelet met staalplaatbetonvloer of een houtconstructie, worden bijna nooit in overweging genomen. Opdrachtgevers en architecten zijn huiverig om een andere constructie dan een betonconstructie te accepteren, ook als dit wordt voorgesteld door de constructeur. Dit vanwege het gebrek aan ervaring bij zowel henzelf als aannemers.

"Stabiliteits- en detailberekeningen worden gedocumenteerd en ingestuurd naar een Pr├╝fingenieur"

Door deze beperking is de enige taak van een Duitse constructeur in het conceptontwerp – althans volgens mijn Duitse collega Sabine Müller – het optimaliseren en definiëren van de betonconstructie aan de hand van het gekozen stramien. Het conceptontwerp wordt gevolgd door het uitvoeren van zeer gedetailleerde ontwerpberekeningen. De stabiliteits- en detailberekeningen moeten worden gedocumenteerd en ingestuurd naar een controlerende ingenieur, de Prüfingenieur. Voor een project van 30.000 m2 komt dit neer op ongeveer 20 rapporten. In het digitale tijdperk, en met het oog op het klimaat, is dit iets wat zeker beter kan.
De controlerende ingenieur moet beschikken over ruime ervaring en beschikt over een vergunning, verkregen van de bouwautoriteiten. Hij of zij moet de ingestuurde documenten controleren aan de hand van eigen handberekeningen of een computermodel, waarbij het gebruikte softwareprogramma moet afwijken van het voor indiening gebruikte programma. Daarnaast moet de controlerende ingenieur alle bouwtekeningen goedkeuren en is hij tevens verantwoordelijk voor de laatste wapeningsinspectie voor het storten van het beton. De ontwerpende constructeur wordt louter met een aanvullende opdracht gevraagd om op de bouwplaats te inspecteren.

"De slager dient niet zijn eigen vlees te keuren"

In vergelijking met buurlanden Denemarken en Nederland, zijn geprefabriceerde betonelementen in Duitsland niet gebruikelijk. Trappen en balkons zijn de enige elementen die bij onze oosterburen in aanmerking komen om te prefabriceren. In de basis zijn alle betonconstructies dan ook in het werk gestort, hoewel er incidenteel gebruik wordt gemaakt van prefab (beton)schilwanden om het bouwproces toch enigszins te versnellen.
Het gebruik van in het werk gestort beton zorgt ervoor dat de Duitse constructeur een enorme hoeveelheid wapeningstekeningen moet maken – op diverse tekenschalen –, wat de in Nederland gebruikelijke hoeveelheid royaal overschrijdt. Vooral de benodigde (projectspecifieke) detailwapening, en daarmee het inzichtelijk maken van de uitvoerbaarheid van de constructie, neemt enorm veel tijd en mankracht in beslag. Hoewel het documenteren van gedetailleerde berekeningen en het maken van wapeningstekeningen zeer tijdrovend is, vooral omdat deze inzichtelijk gemaakt moeten worden voor de Prüfingenieur, zorgt dit vier-ogen-principe ervoor dat een veilige constructie wordt gerealiseerd.
En juist dit extra paar ogen, getraind om constructietekeningen en -berekeningen van derden te beoordelen, zou een mogelijke oplossing kunnen zijn voor Nederland, waarbij deze Prüfingenieur werkelijk onafhankelijk functioneert. Immers de slager dient niet zijn eigen vlees te keuren.

Duitsland heeft de bouwveiligheid, én het bewaken ervan, dan ook beter voor elkaar dan wij in Nederland. Op dit facet is het gras groener bij onze oosterburen, maar de algehele bouwwereld is zeker niet groener dan de onze! Duurzaamheid in de bouw en in het bijzonder de betonwereld staan in Duitsland nog in de kinderschoenen, dit door rücksichtslos nieuwe technieken, inzichten en innovaties te negeren.
Dan is het in Nederland allemaal zo slecht nog niet. Een conclusie die we de afgelopen vier jaar vaker hebben kunnen trekken aan de hand van mijn columns over de (inter)nationale bouwwereld, waarvan deze de laatste is. Met veel plezier kijk ik terug op het schrijven van deze columns, en hopelijk heeft u genoten van het virtueel reizen over alle continenten.

Fijne feestdagen en wie weet zien of spreken we elkaar in 2020.

Tschüß!

Reacties

Copyright 2020 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren