Kennisplatform over betonconstructies

Berekenen van drukdiagonalen in wandliggers
Rekenen in de praktijk (11)
Jorrit van Ingen

woe 5 februari 2020
artikel

NEN-EN 1992-1-1 kent twee mogelijkheden voor het berekenen van drukdiagonalen in wandliggers: met behulp van de buigtheorie (paragraaf 6.1 en 6.2) of met staafwerkmodellen (paragraaf 6.5). Eerstgenoemde is iets eenvoudiger uit te voeren, maar is door beperkingen in de hellingshoek niet altijd geschikt. Staafwerkmodellen bieden meer mogelijkheden en kunnen de grens opzoeken. In sommige gevallen blijkt het zelfs nodig de effectieve breedte van de drukdiagonaal te vergroten.

Volledige
artikel lezen?
het volledige artikel is gratis beschikbaar
voor onze leden. Nog geen lid? meld je
aan bij ons netwerk.

Reacties

Jorrit van Ingen - Lievense Holding B.V. 02 april 2020 16:51

Beste Justus, Ik heb meerdere FEM-modellen gedraaid met verschillende hoogten. Wat je dan ziet gebeuren is dat de hellingshoek van de diagonaal aan de onderzijde ongeveer gelijk blijft. Wat je ook ziet is dat deze al snel uiteenloopt, waardoor de horizontale trekband een veel grotere hoogte beslaat dan de 1200mm die door mij is aangehouden. Dit zou kunnen leiden tot een veel gelijkmatiger verdeelde horizontale wapening. De praktijk is echter dat de trekband geconcentreerd wordt aangebracht. De drukdiagonaal is niet gecontroleerd op partiële stabiliteit. Je doelt hier waarschijnlijk o.a. op art. 6.1(4) van NEN-EN 1992-1-1, waarin aangegeven wordt dat betondoorsneden met een grote drukkracht moeten worden berekend met een minimale excentriciteit. Toch is het bij drukdiagonalen niet gebruikelijk een knikcontrole uit te voeren, dit doe je bijvoorbeeld ook niet bij de diagonaalcontrole van vergelijking 6.9. Voor doorsneden met discontinue gebieden waar vlakken doorsneden niet vlak blijven, wordt door 6.1(1) verwezen naar 6.5. In de controles op de vlakken van knopen en staven wordt niet gesproken over het rekenen met een minimale excentriciteit. Voor de diagonalen geldt in veel gevallen al dat een correctie van 0,6 moet worden toegepast (6.56) t.g.v. spanningen loodrecht op de diagonaal. Deze zal onder normale omstandigheden een veel groter effect hebben dan een excentriciteit. Alle artikelen en regels laten onverlet dat als je te maken krijgt met een zeer slanke drukdiagonaal, je zou moeten overwegen te rekenen met knik/excentriciteit. Bijvoorbeeld als de drukdiagonaal geen onderdeel is van een gesloten wand maar van een betonnen vakwerk. Jorrit van Ingen

Justus Haasjes - SWINN BV 12 februari 2020 15:54

de wand is waarschijnlijk veel hoger dan 9m, misschien wel 30m. Kun je dat invoeren en beoordelen? Welke gevolgen heeft dat voor de helling van de diagonaal? De wand zal in de richting loodrecht op het vlak moeten worden gecontroleerd op partiele instabiliteit. Heb je de diagonaal ook berekend als gewapende doorsnede? Heb je de imperfecties en stabilteit in het vlak ook beoordeeld?

xMet het invullen van dit formulier geef je Cement en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord

Copyright 2020 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren