Log in
inloggen bij Cement
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Alle kennis / Artikelen

Partiële factoren in relatie tot de wet van Archimedes

Normbesef (5) Ruud Arkesteijn - 29 maart 2024

Met de partiële factoren die in de norm zijn opgenomen, lijkt er in de gangbare ontwerpmethodiek sprake van een overmatige veiligheid bij constructies onder water. Dit inzicht wordt in dit artikel toegelicht, mede aan de hand van een simpele case en vervolgens het project RiF010. Ook is een voorstel opgenomen voor een mogelijke toekomstige aanpak. Dit alles als voer voor een verdere inhoudelijke discussie.

Rubriek Normbesef

Dit is het vijfde artikel in de Cement-rubriek Normbesef. In deze rubriek kunnen lezers onduidelijkheden in de constructeurspraktijk, bijvoorbeeld in de regelgeving, aankaarten.

Let wel: Hoewel de artikelen worden beoordeeld door experts, betreft het de persoonlijke interpretatie van de auteur. Aan de inhoud kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. De artikelen geven ook niet altijd een antwoord of oplossing.

Het doel van de rubriek is de sector te informeren over onduidelijkheden in de norm en daarmee een discussie op gang brengen. Dit kan leerzaam zijn, zo meent de redactie van Cement. Uiteraard voor de normcommissie, maar ook voor collega-constructeurs. Het uiteindelijke doel van de rubriek is meer duidelijkheid voor iedereen en in sommige gevallen misschien zelfs betere normen.

Een uitgebreidere toelichting op de rubriek staat in het artikel ‘Nieuwe rubriek over normen: Normbesef’ op Cementonline.

Hebt u zelf ook een onderwerp voor deze rubriek, neem dan contact op met Jacques Linssen, j.linssen@aeneas.nl. Publicatie kan eventueel anoniem.

Simpele case

De kwestie doet zich voor bij een constructie die zich permanent onder water bevindt. Hoe in deze situatie met partiële factoren in de praktijk wordt omgegaan, wordt toegelicht aan de hand van een voorbeeld.

Stel men stort een poer op maaiveld met een volume van 1 m3 en een volumegewicht van 25 kN/m3 (eigenlijk 2500 kg/m3 i.c.m. een versimpelde valversnelling van 10 m/s2). De resulterende funderingsdruk komt dan logischerwijs op 25 kN (karakteristiek; BGT). Volgens Eurocode 0 volgt (via vergelijking 6.10a voor gevolgklasse CC2) een partiële factor op deze blijvende belasting van 1,35, dus een rekenwaarde van de belasting van 33,8 kN (UGT).

Als diezelfde poer zich permanent onderwater bevindt dan treedt volgens Archimedes tegelijkertijd een opwaartse kracht op van 1,0 m3 · 10 kN/m3 = 10 kN. De netto belasting van de poer komt daarmee op 25 – 10 = 15 kN (BGT). In de gangbare ontwerppraktijk wordt er, vanuit een interpretatie van de norm en vigerende ontwerprichtlijnen, onderscheid gemaakt in de neerwaartse kracht (25 kN) en de opwaartse kracht (10 kN). Het gevolg is dat er in de UGT twee partiële factoren worden toegepast; voor neerwaartse krachten een factor 1,35 (ongunstig) en een factor 0,9  voor de opwaartse component (gunstig). Het resultaat is een UGT-belasting van 24,8 kN.

Volledige bericht lezen?

Het volledige item is gratis beschikbaar voor onze leden.
Nog geen lid? meld u aan bij ons netwerk.

Reacties

x Met het invullen van dit formulier geef je Cement en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Renda ©2024. All rights reserved.