Pim Peters, directeur-eigenaar van IMd Raadgevende Ingenieurs uit Rotterdam, is een constructief ontwerper in hart en nieren. Hij vindt dat constructeurs meer de rol van adviseur op zich moeten nemen en vaker het lef moeten tonen met alternatieven te komen. Ook al staat er een ontwerp op papier. “Je moet ervoor zorgen dat de constructie een integraal onderdeel is van het ontwerp. Pas dan kun je een goed gebouw neerzetten.”
Pim Peters7201260interviewinterviewPim PetersDe meerwaarde van een goed constructief ontwerpcvAls kind al voelt Pim Peters zich aangetrokken tot de bouw.Zijn vader is zelfstandig architect en de kleine Peters verdientbij hem regelmatig een zakcentje bij, bijvoorbeeld bij hetopmeten van huizen. Ook het werk van zijn vader achter detekentafel intrigeert hem enorm. Als hij op zijn achttiende eenstudie moet kiezen, wordt het Civiele Techniek in Delft. Bouwkunde wekt ook zijn interesse, maar op dat moment heeft hijhet gevoel niet creatief genoeg te zijn. "Op je achttiende eengefundeerde keuze maken, is erg lastig. Eigenlijk ben je er dannog niet aan toe. Maar het hoeft geen keuze voor het leven tezijn, ondanks de drempel die er tegenwoordig is om nog teswitchen. Maar bij mij is daar nooit sprake van geweest. Ik hebgeen moment spijt gehad van mijn keuze."1 Pim Peters in het prachtiggerenoveerdebedrijfspand van IMd inRotterdamfoto: Hans StakelbeekPim Peters, directeur-eigenaar van IMd Raad-gevende Ingenieurs uit Rotterdam, is een construc-tief ontwerper in hart en nieren. Hij vindt datconstructeurs meer de rol van adviseur op zichmoeten nemen en vaker het lef moeten tonen metalternatieven te komen. Ook al staat er een ontwerpop papier. "Je moet ervoor zorgen dat de constructieeen integraal onderdeel is van het ontwerp. Pas dankun je een goed gebouw neerzetten."naam ir. Pim Peters ROleeftijd 46opleiding Civiele Techniek, TU Delftwerkgevers Wilma, Corsmit,IMd (directeur-eigenaar)1Pim Peters7201262interview2 Malietoren, Den Haag3 In de ontwerpfase van de Blaaktoren is een constructie ontworpen die in deuitvoering zo min mogelijk tijdelijke constructies vergde, met als gevolgschuine`dansende'kolommen in de kantoorruimtenfoto's: Mariska StieberAfstuderenBij Civiele Techniek is het de constructieve gebouwenkant diePeters het meest aanspreekt. Hij studeert af bij professorVambersk?. "Mijn afstudeeropdracht deed ik bij Van Rossumin Amsterdam. Bij een bureau afstuderen heeft grote voordelen. Je leert er gelijk het reilen en zeilen op de werkvloerkennen en je kunt gebruikmaken van de kennis van collega's."Peters maakt een alternatief ontwerp voor de Rembrandttorenin Amsterdam. Daarbij verdiept hij zich in de mogelijkhedenvan DIANA voor hoogbouw, samen met Cor van der Veen, enkomt hij tot een praktische handleiding voor het complexeeindigeelementenprogramma. Nog tijdens zijn afstuderenwordt hij benaderd door bouwbedrijf Wilma om daar eenstudie naar hoogbouw te doen. Bij de afdeling speciale projecten moet hij uitzoeken wat goede bouwmethodieken zijn,zowel uit uitvoerings als kostentechnisch oogpunt. "Dat ik mijal in mijn eerste baan met hoogbouw kon bezighouden, zag ikecht als een geschenk. Dit was toch de droom voor iedereconstructeur."Wilma en CorsmitPeters kan de studie bij Wilma vanwege militaire dienst nietafronden. Na dienst keert hij echter terug, bij het bedrijfsbureau. Daar leert hij veel over de verantwoordelijkheden van deverschillende disciplines. "Toen zag ik al hoe belangrijk het isom in het ontwerp rekening te houden met uitvoerbaarheid. Tevaak zijn dat in de praktijk verschillende werelden."Wat Peters ook ontdekt, is dat je bij een aannemer erg langbezig bent met ??n en hetzelfde project. "Ik had weinig op methet vooruitzicht mijn hele leven maar zo'n vier gebouwen temaken. Het leek mij juist leuk met meer gebouwen tegelijkbezig te zijn, en daardoor meer afwisseling in het werk tehebben." Peters gaat op zoek naar een baan waar hij zijn eibeter kwijt kan. Zijn voorkeur gaat daarbij uit naarconstrueren. Vambersk? biedt hem tijdens een ori?nterendgesprek een baan aan bij zijn bureau Corsmit. E?n van zijneerste projecten is de Malietoren in Den Haag (foto 2). "Eenheel uitdagend project. Zeker omdat ik bijna bij nul moestbeginnen. Want ik had sinds mijn studie nauwelijks nogsommetjes gemaakt. En met ontwerpen heb je als je van de TUafkomt nog niet veel te maken gehad, zo bleek toen al. Hetberekenen en analyseren van mechanicamodellen lukt weliswaar prima. Maar het echte constructief ontwerpen leer je pasin de praktijk. Dat zie ik nu nog altijd bij mensen die netbeginnen."Een belangrijke leermeester in die beginjaren is Jan FontFreide, directeur bij Corsmit. "Van hem heb ik erg veel geleerd.Vooral door de manier waarop hij mij begeleidde. Hij heeft meecht door het project heen gesleurd. Niet door het voor tedoen, maar door op de juiste manier terugkoppeling te gevenen door de juiste vragen te stellen. Telkens als ik met hem hadoverlegd, kon ik weer even vooruit met het oplossen vansommetjes. En als ik dan bij hem terugkwam, wist hij vaak hetantwoord al. Toen verbaasde me dat nog; het leek wel magie!Inmiddels snap ik dat dat kwam door jarenlange ervaring ende juiste analyse van de constructie."foto:HansStakelbeek"Ontwerp en uitvoering zijn tevaak verschillende werelden"2Pim Peters 72012 63Vaak voert Peters de berekeningen 's avonds uit, zodat hijoverdag tijd heeft om naar de bouwplaats te gaan. "Zo kon ikzien waar de aannemer tegenaan liep als hij uitvoerde wat wijop kantoor hadden bedacht. Daar heb ik heel veel geleerd. Ikvind die kennis noodzakelijk. Want te vaak denkt de constructeur niet goed na over de praktische uitvoerbaarheid. Bij IMdlaten wij onze medewerkers dan ook zoveel mogelijk naar debouw gaan."MolenbroekPeters heeft het erg naar zijn zin bij Corsmit. "Het was een heelleerzame en leuke tijd. Corsmit is echt een kwalitatief hoogwaardig bureau. Toch kwam ik erachter dat ik anders dachtover hoe je een bureau moet leiden. Ik raakte in gesprek metJan van Driel van Ingenieursbureau Molenbroek, een kleinbureau dat niet al te veel bekendheid genoot. Zijn bureau wildeen kon groeien. Bovendien was Van Driel op zoek naar iemanddie het bureau op termijn zou kunnen overnemen. Dat sprakmij erg aan en ik heb de stap genomen."Hij gaat aan de slag als raadgevend ingenieur. Al na een half jaaris duidelijk dat ze samen verder willen. Een jaar later, het is danbegin eenentwintigste eeuw, is Peters op 33jarige leeftijd medeeigenaar. De naam van het bedrijf verandert in IMd Raadgevende Ingenieurs. Die naam dook al her en der op door detoevoeging van de "d" van Van Driel aan het logo. "Die naamswijziging paste in het streven meer bekendheid aan het bureaute geven. Want we merkten nog wel eens dat nieuwe medewerkers voor een ander bureau kozen met meer naamsbekendheid."Na een paar jaar, als Van Driel aangeeft zich langzaam te willenterugtrekken, staat Peters voor de keuze alleen door te gaan of opzoek te gaan naar een partner. "Ik koos voor het laatste. Ik hadbehoefte aan een collega om mee te sparren en wilde bovendienhet risico delen. Ik raakte in gesprek met Remko Wiltjer (D3BN,red.) en er was gelijk een klik." Wiltjer wordt medeeigenaar engaat zich vooral richten op vernieuwing en professionaliseringvan de organisatie, iets waar Peters nog niet aan toe is gekomen.En Wiltjer neemt de ervaring met de reorganisatie bij D3BNmee. De verdeling van taken loopt sindsdien heel organisch.Peters richt zich vooral op aspecten die met constructief ontwerpen te maken hebben, zoals duurzaam construeren en BIM.Wiltjer houdt zich meer met vakinhoudelijke dingen bezig alsVNconstructeurs en het constructeursregister.Bureau"Hoewel wij totaal verschillende mensen zijn, vullen we elkaarheel goed aan. Wat dat betreft zijn we ook letterlijk partners.Maar waar je met een priv?partner voldoende tijd hebt om aanelkaar te snuffelen, moet het met een zakelijke partner meteenraak zijn. Wat dat betreft is het een risico. Gelukkig hebben wijdezelfde visie over hoe je een bureau moet leiden en hoe het erin onze ogen uit moet zien."De huidige vorm van het bureau is heel bewust gekozen. Inprincipe is altijd een van de twee directeuren betrokken alsconstructief ontwerper bij de projecten. "Wij betrekken demedewerkers wel al heel vroeg bij het ontwerp van een project.Zo kunnen zij zich ontwikkelen. Bovendien krijgen wij zo snelin de gaten waar iemands kwaliteiten liggen en of hij of zij kandoorgroeien. Sommigen hebben die affiniteit niet en blijvenzich liever richten op de theoretische en technische kant. Diemensen moet je ook niet dwingen te gaan ontwerpen. Hetkomt er op neer dat wij geen vastomlijnde loopbaanplanninghebben. Dit bekijken we per individu en we proberen zo hetbeste uit onze collega's te halen."3a 3bPim Peters7201264interview45Doordat Peters en Wiltjer bij bijna alle projecten zijn betrokken, moeten ze heel bewust met de opbouw en de grootte vanhet bedrijf omgaan. "We zitten nu op 40 mensen en dat is weleen beetje het maximum voor twee partners. Wel kiezen wij erbewust voor om op slechts ??n locatie te blijven. Op diemanier kunnen we elkaar versterken en zijn de lijnen heel kort.Ook geloven wij het meest in een monodisciplinaire organisatie, een specialistisch constructief adviesbureau. Voor de integratie met bouwkunde of installaties gaan we samenwerkingmet andere adviesbureaus aan. Wij zijn bang dat het anders tenkoste zou gaan van het vakgebied waarin wij het meeste kennishebben. Bovendien is mijn ervaring dat als je verschillendedisciplines binnen ??n bureau combineert, die vaak toch nogheel ver van elkaar af staan. Die afstand is misschien nog welgroter dan wanneer wij met een collegabureau samenwerken.Wat bovendien meespeelt, is dat in multidisciplinaire organisaties de goede mensen vaak doorgroeien naar posities waarin zenauwelijks nog iets met het vak te maken hebben."Peters is erg tevreden met de ontwikkeling van zijn loopbaantot nu toe. Hij beseft dat het thuisfront wel eens wat tekortkomt, want het is hard werken. Als bureaueigenaar komen ernaast het projectwerk immers ook allerlei `randzaken' bij alspersoneelszaken, financi?n, huisvesting, acquisitie. Hoewel inde laatste een rol is weggelegd voor alle medewerkers. "Als jegoed werk aflevert, is de kans dat iemand terugkomt groot.Toch is het uiteindelijk onze verantwoordelijkheid. En daarnaast zijn er vaak nog een heleboel ongeplande activiteiten.Meestal is het zo dat ik 's ochtends een planning heb van wat ikdie dag moet doen en dat ik aan die lijst pas 's avonds toekom.Veel dingen laten zich nou eenmaal niet plannen."ProjectenPeters is bij zeer veel projecten betrokken geweest. Terugkijkend zijn het vooral de projecten met een bijzonder bouwproces die hem het meest zijn bijgebleven. Of de projectenwaarbij hij een goede stempel op het ontwerp heeft kunnendrukken. "En dat zijn niet per se de uitdagendste gebouwen. Ikdenk bijvoorbeeld aan het hoofdkantoor van Cap Gemini inUtrecht. Nadat de eerste ontwerptekeningen van de spinvormige Plaza klaar waren, hebben we een aantal alternatievenaangedragen. Het alternatief met betonnen kolommen op bijnaorganische plaatsen en vormen was in onze ogen zowelconstructief als economisch beter. De architect Frits vanDongen was uiteindelijk heel blij met het eindresultaat. Endaarmee was de constructie echt een onderdeel van hetontwerp geworden. Zo moet het ook. Ook aan de Blaaktoren(foto 3) bewaar ik goede herinneringen. Daar hebben we in deontwerpfase een constructie ontworpen die in de uitvoering zomin mogelijk tijdelijke constructies vergde. Daardoor moestener in de kantoorruimte schuine kolommen komen, die uiteindelijk zelfs meerwaarde aan de ruimte bieden."Ook projecten die er aan de buitenkant niet spectaculairuitzien, kunnen interessant zijn als die een slim constructiefontwerp hebben. "Dit soort projecten zijn vaak nog leuker. Hetgeeft veel minder voldoening als je je helemaal krom moetrekenen om een bijzondere vorm van de architect recht te"Pas als het totaalplaatje vanarchitectuur, functionaliteit ?nconstructie klopt, heb je eengoed gebouw"Pim Peters 72012 6564 De Gevulde Gracht in Dordrecht: van kantoor naar woningen5 BIM-model van het CO2-neutrale regiokantoor van Enexis in Zwolle6 Hergebruik van de bestaande fundering in Melanchthonrekenen. Het gaat mij toch meer om het totaalplaatje vanarchitectuur, functionaliteit ?n constructie. Pas als dat allemaalklopt is het een goed gebouw."Constructief ontwerpenOm de werkelijke kwaliteit van een gebouw goed te kunnenbeoordelen, moet de constructeur volgens Peters veel actieverworden en al vroeger in het proces bij het ontwerp wordenbetrokken. "Een constructeur moet meer de rol van adviseurop zich nemen. Er zijn teveel bureaus die zodra er iets oppapier staat dat voor waar aannemen. Maar zelfs als er al eenontwerp ligt, moet je het constructief ontwerp opnieuwbeschouwen en alternatieven durven aandragen. Er wordt temakkelijk gezegd dat de keuze al is gemaakt. Een schetsontwerp wordt te vaak alleen gebaseerd op het functioneelontwerp en niet op het constructief ontwerp. Maar als je deconstructie integreert in het ontwerp, blijken de resultaten veelbeter te worden. Ook architecten zijn daar vaak heel blij mee.Zeker als het v??r het DO gebeurt. Daarom moet je er op tijdmee beginnen. En je moet naast de constructie ook de installaties en de uitvoering meenemen. Helaas gebeurt dat nog veelte weinig."Om zeker te weten dat de uitgangspunten van het constructief ontwerp ook in het besteksontwerp nog overeind staan, ishet van belang als raadgevend ingenieur bij het projectbetrokken te blijven en een project niet te snel volledig aaneen projectleider over te dragen. "Dat werkt alleen als de heleorganisatie erop is ingericht. De projectleider moet op tijdtergkoppeling geven aan de raadgevend ingenieur. En deprojectleider moet op zijn beurt terugkoppeling krijgen vande constructeur/tekenaar."Duurzaam construerenZoals gesteld, is duurzaam construeren ??n van de paradepaardjes van Peters. IMd heeft op dat onderwerp een belangrijke stempel weten te drukken. "De rol van het materiaal, endus van de constructie, wordt bij duurzaamheid vaak over hethoofd gezien. Gelukkig is dat nu aan het veranderen. Om deinvloed op de duurzaamheid goed te kunnen bepalen, moet jeeen heel gebouw beschouwen. Zo kan een kanaalplaatvloer ophet eerste gezicht wel heel duurzaam lijken, maar als je daardoor in het totale ontwerp allerlei zware overdrachtconstructies nodig hebt, is het de vraag of je wel zo duurzaam bezigbent. Ook denken veel mensen dat een constructie in hout perdefinitie duurzamer is, maar grote vloeroverspanningen enhoge gebouwen kunnen in beton duurzamer worden uitgevoerd. Je bent dus als constructeur wel degelijk bepalend voorde duurzaamheid van een gebouw. Ook de flexibiliteit optermijn moet je daarbij meenemen. Als je een ontwerp maaktmet dragende wanden, is het lastig de functie over tien jaarnog te wijzigen, of om er andere installatieconcepten in onderte brengen. Een mooi voorbeeld is een school, onderdeel vaneen multifunctioneel centrum, in Sas van Gent. In het ontwerpwas uitgegaan van dragende kalkzandsteenwanden. Wijhebben toen een alternatief aangedragen dat veel flexibelerwas. Want in een gemeente als Sas van Gent is de kans dat eenschool op termijn een stuk kleiner moet worden best re?el.Ons voorstel paste echter niet binnen het budget. Maar ik waser zo van overtuigd dat ons voorstel beter was, dat het plan isvoorgelegd aan de gemeente. Die hebben uiteindelijk extrabudget vrijgemaakt. Door eigenwijs te zijn, hebben we zo degemeente een dienst kunnen bewijzen."De betrokkenheid bij duurzaamheid blijft niet alleen bijwoorden. Peters heeft zich ook ingezet voor de ontwikkelingPim Peters7201266interview77 Kantoor van IMd inRotterdam is een voor-beeld van succesvolleherbestemmingfoto: Mariska Stiebervan concrete hulpmiddelen die een bijdrage leveren aan duurzaam construeren. Zo heeft hij aan de wieg gestaan van hetmodel Bepaling Hoeveelheden Hoofddraagconstructie.Daarmee is het ook mogelijk om al in de ontwerpfase verschillende varianten op duurzaamheid te vergelijken. Het sluit aanop de verplichting om per 1 januari 2013 van elk gebouw eenmilieulastberekening te maken, inclusief de constructie.Daarnaast heeft IMd in samenwerking met Bouwen met Staaleen tool voor de constructeur ontwikkeld waarmee je de duurzaamheid van een constructie in het voorlopig ontwerp kuntberekenen. Daarbij wordt naar de totale constructie van eengebouw gekeken en niet alleen naar het materiaal. "Dat hulpmiddel hebben we toegepast bij het Enexiskantoor in Zwolle(fig. 5), waar zwaar wordt ingezet op duurzaamheid. Aan deduurzaamheid van de constructie werd in eerste instantieechter voorbij gegaan. Met behulp van de tool hebben we eenmilieulastberekening gemaakt waar uitkwam dat een betonnenconstructie in dit ontwerp duurzamer was dan een hybride."HergebruikEen belangrijke bijdrage aan duurzaamheid kan worden geleverd door gebouwen in zijn geheel te hergebruiken. Daar is delaatste jaren veel meer vraag naar. "Logisch natuurlijk, geziende economische situatie en de grote leegstand waar we mee temaken hebben. Opdrachtgevers gaan zich afvragen wat ze metleegstaande gebouwen moeten nu afwaardering van de voorraad steeds re?ler wordt. Je moet daarbij niet zomaar koste watkost van een functie uitgaan en die in het bestaande gebouwproberen onder te brengen. Je moet ook kijken welke functieser bij het gebouw passen en hoe die functie eventueel is aan tepassen aan het gebouw. Als constructeur moet je ook slimomgaan met renovaties. Je moet zoeken naar creatieve mogelijkheden om reserves aan te spreken en niet zomaar de extrabelasting compenseren met extra palen, maar, bijvoorbeeldzoals bij Melanchthon (foto 6), de bestaande kelder hergebruiken door de constructie voor nieuwbouw hierop af testemmen. Door het slimmer aan te pakken kun je geld ?nmateriaal besparen. Dit alles vraagt andere kwaliteiten van eenconstructeur. Je moet behoorlijk allround zijn."Een prachtig voorbeeld van succesvolle herbestemming is hethuidige kantoor van IMd (foto's 1 en 7). Een oude loods vaneen voormalige staalfabriek die recent geheel is ingericht alskantoorruimte. Bij de ontwikkeling bleek al snel dat renovatievan de bestaande gebouwschil in technische en financi?le zingeen re?le optie was. Uiteindelijk werd gekozen voor een strategie waarbij alle werkplekken over twee verdiepingen werdengerealiseerd tegen de dichte kopgevels. De hal is een zwakgeklimatiseerde spouw waarin vergaderruimten, een lunchpleken een klein auditorium zijn gerealiseerd. Die ruimten zijnonderling verbonden door loopbruggen en verschillendesoorten trappen. "Het is een kantoor waarin veel ruimte is omsamen te werken en kennis te delen. Maar vooral ook eenkantoor dat inspireert. Een ideale omgeving om met IMdverder te komen. Samen met Remko heb ik jaren gebouwd aanons bedrijf en ik ben daar hartstikke trots op!" Jacques LinssenArtikelen IMdAlle recente artikelen van IMd RaadgevendeIngenieurs die recent in Cement zijn verschenen(waaronder`Met veel inzet weinig aanpassen'en`Afwegingtussen nieuw en bestaand'elders in deze uitgave), zijn te raad-plegen op www.cementonline.nl/IMd
Reacties