Kennisplatform over betonconstructies

CO2-reductie cement vraagt om innovaties

ma 27 nov 2017

Er liggen ambitieuze doelstellingen om de CO2-footprint van cement te reduceren. In 2030 moet de emissie met 30% zijn verminderd ten opzichte van 1990. Met de huidige maatregelen is dat niet realiseerbaar, aldus Mark van Halderen van ENCI (HeidelbergCement Group) tijdens een Stufib-/Stutech-avond. De oplossing moet worden gevonden in nieuwe, innovatieve oplossingen.

Ten opzichte van de rest van de wereld is de CO2-emissie van cement in Nederland relatief laag. Waar het aandeel van cement in de wereldwijde emissie op ongeveer 7% ligt, bedraagt dat in Nederland rond de 1%. Een van de belangrijkste redenen daarvoor is dat in Nederland relatief veel hoogovencement wordt toegepast, een cement met een beperkte CO2-footprint.

Ambities

Het cementverbruik in Nederland is met circa 5 Mton slechts 0,1% van het wereldwijde verbruik. Hoewel de invloed van de Nederlandse cementindustrie dus maar beperkt is, liggen er wel ambitieuze doelstellingen de footprint flink te reduceren. Daarbij moet worden bedacht dat meer dan de helft van de CO2-emmissie van portlandcementklinker het onvermijdelijke gevolg is van de chemische reactie bij de productie, de zogeheten calcinatie van kalksteen.

Mede daarom is het niet haalbaar de gestelde ambities te halen met gebruikelijke maatregelen zoals de inzet van alternatieve energiebronnen of de toepassing van minder klinker. Bovendien zijn die maatregelen in Nederland al voor een belangrijk deel uitgenut. In plaats daarvan moet worden gezocht naar nieuwe, echte innovaties. De HeidelbergCement Group werkt aan een aantal interessante ontwikkelingen.

CO2-capture

In het internationale onderzoekscentrum in Heidelberg worden nieuwe concepten ontwikkeld voor klinker op basis van alternatieve grondstoffen. Een daarvan is BCT (Beliet Calciumsulfoaluminaat Ternesiet). Door de chemische samenstelling en de productie op lagere temperatuur, genereert deze klinker tot 30% minder CO2 dan gewone portlandklinker. Daarnaast onderzoekt de cementproducent binnen het project Oxyfuel of de verbranding in de klinkerovens met puur zuurstof kan plaatsvinden.

Het is volgens Van Halderen onontkoombaar dat de cementindustrie moet overgaan op CO2-capture, ofwel het opvangen van CO2 die bij de productie van klinker vrijkomt. Er lopen wereldwijd al diverse projecten om de mogelijkheden hiervan te onderzoeken. Zo is de cementfabriek van Norcem in Brevik (Noorwegen) al een paar jaar ervaring opgedaan met de opvang van CO2. Noorwegen heeft de ambitie in 2030 volledig CO2 neutraal te zijn. In Lixhe in België staat een proefinstallatie waarbij zuiver CO2 wordt opgevangen dat direct voor andere doeleinden kan worden ingezet.

De komende jaren moet duidelijk worden of deze projecten kans van slagen hebben. Duidelijk is in ieder geval wel dat ze sterk kostenverhogend zullen werken.

Vestzak broekzak

Ook in Nederland zijn er initiatieven. Zo zijn de eerste projecten met geoplymeerbeton een feit. Die klinken veelbelovend, maar men moet zich realiseren dat dat daarbij gebruik wordt gemaakt van vliegas en hoogovenslak. Die restproducten worden momenteel volledig ingezet voor de productie van cement en beton. Als ze voor geopolymeren worden ingezet levert dat geen milieuwinst op. Vestzak broekzak dus.

Tekort aan vliegas?

Overigens zal de situatie voor Nederland de komende jaren gaan wijzigingen. De klinkeroven in Maastricht stopt eind 2018. Vanaf dat moment wordt er in Nederland helemaal geen klinker meer geproduceerd. Maar de vraag naar klinker blijft wel bestaan, waardoor het materiaal uit het buitenland moet worden gehaald. Dus internationaal gezien levert dat geen winst op.

Verder is ook de verwachting dat vliegas op de middellange termijn minder beschikbaar komt als volgens verwachting alle Nederlandse kolencentrales worden gesloten. Er is dus nog een lange weg te gaan om de doelstellingen te realiseren. Maar de wil is er!

Reacties

Copyright 2017 Aeneas Media

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren