De laatste jaren worden veel bestaande viaducten verbreed. De aanleiding is in veel gevallen de noodzaak voor een extra rijstrook. In dit artikel wordt een dergelijke verbreding nader beschouwd, aan de hand van een voorbeeld in de provinciale weg N261. Hierbij wordt gekeken naar ontwerp, modellering en dynamisch gedrag van de constructie. auteurs:ir. Arjan ten VoordeWitteveen+Bos Raadgevende Ingenieursir. Prewien Pandohi-Mishre, ing. Chris van der ZwaardBAM Infraconsult
Verbreding van viaducten6 201626
Verbreding
van viaducten
Aandachtspunten voor het ontwerp aan de hand van projectvoorbeeld in N261
De N261 verbindt de A59 bij Waalwijk met de aansluiting
Tilburg-Noord en vormt daarmee een van de belangrijkste
toegangswegen van Midden-Brabant. Door toename van het
verkeer op deze weg zijn problemen ontstaan ten aanzien van
de verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling. Daarom is de
N261 omgebouwd tot een regionale stroomweg, die bestaat uit
2×2 rijstroken met ongelijkvloerse kruisingen. Er zijn ook
busstroken en een ecoduct aangelegd. Voor het fietsverkeer is
een viaduct over de A59 gerealiseerd. Tot het project, ontwor-
pen en uitgevoerd door BAM N261 NonStop, behoort de
De laatste jaren worden veel bestaande viaducten verbreed.
De aanleiding is in veel gevallen de noodzaak voor een
extra rijstrook. In dit artikel wordt een dergelijke verbreding
nader beschouwd, aan de hand van een voorbeeld in de
provinciale weg N261. Hierbij wordt gekeken naar ontwerp,
modellering en dynamisch gedrag van de constructie.
Verbreding van viaducten 6 2016 27
verbreding van enkele bestaande viaducten. In dit artikel wordt
aan de hand van één van die viaducten de theorie en praktijk
van het verbreden behandeld.
Ontwerp
In veel gevallen is het dek van een te verbreden viaduct opge-
bouwd uit prefab-betonliggers met voorgerekt staal. Een situ
(voorgespannen) dek kan uiteraard ook worden verbreed. Bij
een dek bestaande uit prefab liggers moet bij aanvang van het
ontwerp de beton- en staalkwaliteit, de geometrie en de
hoeveelheid en positie van de voorspanstrengen worden
vastgesteld. Niet-destructief onderzoek kan hierbij uitkomst
bieden om gegevens omtrent geometrie en voorspanning te
bepalen. Tevens kan hiermee mogelijk aanwezige dwarskracht-
wapening worden opgespoord.
Op basis van een verkeerskundig ontwerp wordt de maatvoe-
ring van de verbreding vastgesteld. Om verkeershinder en
bouwtijd tot een minimum te beperken, is het raadzaam de
verbreding te realiseren met behulp van prefab liggers. Twee
zaken zijn hierbij van belang:
1 hoogte van de nieuwe liggers zo veel mogelijk gelijk houden
met de constructiehoogte van het bestaande dek;
2 kies een gunstige liggerindeling (legplan).
Deze twee aandachtspunten leiden er in veel gevallen toe, dat een
standaardliggertype (met een bepaalde hoogte en breedte) lang
niet altijd mogelijk is. Het is daarom raadzaam in een zo vroeg
mogelijk stadium samenwerking te zoeken met een prefab-
betonleverancier. Die kent de bandbreedte van de capaciteit van
zijn liggerproduct en kan aangeven of met een bepaald liggertype
kan worden afgeweken van de vaste hoogte en/of breedte. Dit is
namelijk sterk afhankelijk van de wijze waarop de liggers met
een bepaald gekozen bekistingsysteem worden geproduceerd.
De verbreding van het viaduct in de N261 is beschouwd als een
nieuwe constructie. Deze constructie bestaat uit prefab-beton-
liggers en een druklaag, die tegen de bestaande constructie is
gestort (fig. 2). De koppeling is versterkt via in de oude
constructie in te boren stekken die worden ingestort in de
druklaag van het nieuwe deel. Er is in de nieuwe constructie
gerekend met de belastingen volgens Eurocode, waarbij de
wiellasten van belastingsmodel 1 (LM1) op de meest ongun-
stige locaties van de verbreding zijn geplaatst. Bij het ontwerp is
gerekend met de ROK.
Modellering
Nadat een legplan van nieuwe liggers is ontworpen, kan nader
worden gekeken naar de aansluiting van het nieuwe op het
1a
ir. Arjan ten Voorde
Witteveen+Bos Raadgevende Ingenieurs
ir. Prewien Pandohi-Mishre, ing. Chris van der Zwaard
BAM Infraconsult
1a, 1b Impressie van viaductvan de N261
bron: Arc² architecten
1b
Verbreding van viaducten6 201628
5 Realisatie van de verbreding van een viaduct
6 Verbindingswapening bij verbreding van viaduct
(maten in mm)
2 Voorbeeld van verbreding van een viaduct
3 Modellering van een viaduct met verbreding
4 Axiale krachten bij verbreding van een viaduct
aan een 2D-plaat. Bij het bepalen van deze parameters is het
raadzaam om bij leveranciers naar metrische eigenschappen
van de bestaande en nieuwe liggers te informeren.
Eenvoudig bezien bestaat het EEM-model dus uit:
- 2D-plaat bestaande dek;
- 2D-plaat nieuwe dek.
Als meerdere type nieuwe liggers worden toegepast, kunnen
uiteraard meerdere 2D-plaatelementen worden gemodelleerd.
Denk hierbij bijvoorbeeld aan de vijf nieuwe liggers bij de
verbreding van het viaduct in de N261. Hiervoor kunnen vijf
2D-plaatelementen worden aangemaakt (fig. 3).
Verhinderde vervorming
Naast de permanente en veranderlijke verticale belasting op het
viaduct, moet bij een verbreding aandacht worden besteed aan
verhinderde opgelegde vervormingen. Deze vervormingen
worden veroorzaakt door verkorting (krimp en kruip) van het
nieuwe dek, die worden tegengehouden door de koppeling met
het oude dek. Deze verhinderde verkorting levert een axiale
kracht op het bestaande dek (fig. 4).
Bij het beschouwde viaduct is aangetoond dat het bestaande
dek na de verbreding niet zwaarder wordt belast. In dat geval is
een herberekening van het bestaande dek niet noodzakelijk.
De hoeveelheid verbindingswapening ter plaatse van de opleg-
gingen wordt vooral bepaald door de axiale verhinderde
verkorting. De hoeveelheid stekken in het veldmidden wordt
gedomineerd door de optredende dwarskracht en het moment
in dwarsrichting van het dek (fig. 4). Door middel van stekken
wordt een soort ritssluiting gecreëerd tussen het bestaande en
het nieuwe dek.
Om de axiale verkorting zo veel mogelijk te beperken, kan het
zinvol zijn de nieuwe liggers enige tijd op het tasveld van de
prefab leverancier te laten liggen, zodat het grootste deel van de
krimp al is opgetreden op het moment dat de nieuwe liggers
met het bestaande dek worden verbonden. Tevens kan een
stortstrook in de druklaag uitkomst bieden om de invloed van
de axiale verhinderde verkorting te reduceren.
Dynamica
Bij het realiseren van de verbreding is het gewenst dat het
verkeer op het bestaande dek door kan blijven rijden. Afslui-
ting van één of meer rijstroken is vaak niet mogelijk. Een
geringe reductie van de toelaatbare maximum snelheid is vaak
wel bespreekbaar met de opdrachtgever.
Het loont dus om te bepalen op welke afstand (gemeten vanaf
de rand van het dek) het verkeer door kan blijven rijden,
zonder dat daarbij de kwaliteit van de verbreding wordt aange-
bestaande dek. Allereerst wordt het bestaande dek gemodel-
leerd als een orthotrope plaat. Uit verkennend onderzoek blijkt
wat de geometrie en materiaaleigenschappen zijn, zodat de
orthotropieparameters, zoals de stijfheid van de beschouwde
betonplaat in langs- en dwarsrichting, berekend kunnen
worden. Deze parameters worden toegekend aan een 2D-plaat
in een EEM-pakket. Deze plaat heeft de uitwendige afmetingen
van het bestaande dek. De modellering van het nieuwe dek
geschiedt eveneens door orthotropieparameters toe te kennen
verbreding dek (vijf prefab liggers) bestaand dek (p refab kokerliggers)
bestaand dek (kokerliggers)
nieuw dek (ZIP liggers)
nieuw dek (TRA liggers)
verticale oplegging (oplegblok)
22,0 m
23,5 m
3,7 m 14,05 m
M* M*
N
+
N
+
1 2
bestaand
nieuw
Z
dek
2
3
4
Verbreding van viaducten 6 2016 29
2 × 23 = 47 m. Als maatgevend voertuig zijn aangehouden:
twee aslasten van ieder 80 kN, wat overeenkomt met de zwaarst
toelaatbare aslasten op het traject (fig. 6). De tussenafstand is
gevarieerd om de zwaarste respons te verkrijgen.
Het dek uit figuur 8 is geschematiseerd tot een gedempt
één-massa-veersysteem. De modale massa en veerstijfheid zijn
daarbij bepaald volgens het principe van een ligger op twee
steunpunten. De uitwendige belasting op het dek, in dit geval de
passerende voertuigen uit figuur 8 , is beschreven als een harmo-
nisch verlopende kracht. Deze sinusvormig verlopende kracht is
beschreven door de functie
Formule 1:
() ()
e s
P t A cos t?= ? ?
Formule 2:
. Hierbij is de
amplitude A bepaald op basis van de statische bijkomende door-
buiging (door het voertuig) van het dek. Deze doorbuiging is
berekend met het computermodel uit figuur 3. De periode van
de functie is bepaald door de passagetijd van het voertuig. Het
tast. Op het moment dat de stortstrook van de verbreding
wordt aangebracht, kunnen trillingen vanuit het doorrijdende
verkeer de kwaliteit van het verhardende beton nadelig
beïnvloeden. Hiervoor is een eis in de ROK opgenomen, te
weten eis 8.5 (1) sub f. Deze eis stelt de volgende voorwaarden:
1 toelaatbare snelheid trilling tijdens verharden beton 35
mm/s;
2 toelaatbare rek (ten gevolge van buiging) in beton 0,035?.
De optredende trillingssnelheid en betonrek kunnen worden
bepaald door de doorbuiging van het dek, ten gevolge van de
mobiele belasting, ter plaatse te meten. Ook kan worden
gekozen voor een theoretische aanpak.
Bij het beschouwde viaduct zijn zowel metingen als berekenin-
gen uitgevoerd. De berekeningen zijn in een vroegtijdig
stadium gedaan om te beoordelen of de faseringskeuzen
haalbaar waren (prognose). Op deze manier is vooraf een
aantal scenario's vergeleken, waarbij de afstand tot de rand van
het dek, de voertuigsnelheid en de grootte van de aslasten zijn
gevarieerd. Deze berekeningen zijn toegepast bij de keuze van
de fasering. Naderhand is dit met twee meetronden gemeten,
één vooraf en één tijdens de realisatie van de dekverbreding.
Dit als verificatie en feitelijke toetsing aan de criteria.
Theoretische berekening
Ten behoeve van de theoretische berekening is het van belang
de diversiteit en veelheid van de voertuigpassages te schemati-
seren tot een werkbaar belastingsmodel. Dit wordt toegelicht
aan de hand van het gekozen scenario voor de N261. Bij de
berekening is ervan uitgegaan dat een relatief zwaar voertuig
wordt gevolgd door eenzelfde voertuig op een afstand van twee
keer de veldlengte. In het voorbeeld uit figuur 3 is dat circa
5
haarspelden 0 12 - 15
dwarswapening 0 16 - 175
langswapening
0 16 - 200
in te boren wapening
minimaal 0 20 - 160
bestaande
dwarsvoorspanning
(h.o.h 1200 mm)
ligging bestaande langsvoorspanning
dwarswapening 0 16 - 150 + 0 16 - 300
3700
545
700
700
155
80
250
170
950
6
Verbreding van viaducten6 201630
7 Onderzijde van het viaduct, waarbij de verbreding duidelijk zichtbaar
is foto Arjan ten Voorde
8 Theoretische benadering van opeenvolgende voertuigen op een
bestaand viaduct
9 Positie theoretische aslasten ten opzichte van rand bestaande dek
De kalibratie van een dergelijk model is lastig te doen door
onder andere de (on)nauwkeurigheid van de modelparameters,
de sterk geschematiseerde belasting en de grote spreiding van
werkelijke aslasten en snelheden. Daarom is hiervan afgezien,
om de schijn van een nauwkeurige voorspelling te vermijden.
Het model heeft evenwel zijn waarde bewezen door de moge-
lijkheid om snel varianten af te wegen en de gevoeligheden van
bepaalde maatregelen (snelheids- en aslastbeperking) inzichte-
lijk te maken.
Metingen
De hier beschreven theorie is bij de N261 in praktijk gebracht
door metingen te verrichten aan het te verbreden viaduct.
Hierbij is de verticale verplaatsing aan de rand van het
bestaande dek (in het midden van de overspanning) gemeten.
Daarnaast is op deze locatie de optredende trillingssnelheid
gemeten. Uit de analyse van de meetresultaten blijkt dat de
aannamen en modellering voldoende geschikt zijn om te
toetsen aan de twee genoemde voorwaarden. Uit de metingen
en de opgestelde (theoretische) benadering kan worden gecon-
cludeerd dat voor het onderhavige geval:
- voertuigenstroom tot circa 100 km/uur ? voorwaarde 1
maatgevend is;
- zwaar voertuig op grote onderlinge afstand ? voorwaarde 2
(rek in beton) maatgevend is.
Conclusie en kanttekeningen
Bij het ontwerp van een verbreding van bestaande viaducten geldt
een aantal specifieke aandachtspunten, dat beschouwd moet
worden tijdens het ontwerp en de uitvoering. De hoeveelheid
verbindingswapening (in te boren stekken) tussen het bestaande
en nieuwe dek wordt vooral bepaald door de axiale verhinderde
verkorting (krimp en kruip) van het nieuwe betonnen dek.
Speciale aandacht moet worden besteed aan de optredende tril-
lingen in het verhardende beton van het nieuwe dek tijdens de
realisatie van de stortstrook. Met een relatief eenvoudig model
kan vooraf inzicht worden verkregen in de bepalende parame-
ters en hoe er met dit model faseringskeuzen kunnen worden
doorgerekend. Hoewel de nauwkeurigheid van de voorspelde
trillingen ter discussie kan worden gesteld, ligt de kracht van
deze methode in het kunnen afwegen van alternatieven.
Voor een betere aansluiting tussen theorie en praktijk moet er
naast de gemeten doorbuiging en trillingssnelheid een beter
beeld zijn van het spectrum aan passerende (vracht)auto's.
Bovendien is de theorie gebaseerd op een aangenomen stijfheid
en massa van het bestaande viaduct op basis van ontwerpteke-
ningen. Gedetailleerder onderzoek naar deze twee eigenschappen
schept een beter beeld van het dynamisch gedrag van de
constructie.
?
voertuig rijdt in dit scenario minimaal 1,1 m uit de rand van het
bestaande dek, zoals in figuur 9 schematisch is afgebeeld.
Door de bewegingsvergelijking van het één-massa-veersysteem
analytisch op te lossen, is vervolgens een oplossing verkregen
voor de verplaatsingsfunctie x(t) van het midden van het dek.
Met de functie x(t) kon daarna de theoretisch maximale dynami-
sche doorbuiging van het dek (x
max
) worden berekend. Eén keer
differentiëren van de functie x(t) leverde de vergelijking voor de
optredende dynamische trillingssnelheid v(t). Zoals aangegeven
moest de maximum optredende trillingssnelheid kleiner zijn dan
35 mm/s (voorwaarde 1 uit ROK-eis 8.5 (1)). Met de gevonden
waarde van x
max
kon ook de kromming ? van het dek worden
berekend. De grootte van de rek is
Formule 1:
Formule 2:
½
dek
h? ?= ? ? , die kleiner
moet zijn dan 0,035? (voorwaarde 2 uit ROK-eis 8.5 (1)).
7
9
geluidscherm
verbreding
asfaltlaag
F
aslasten
= 2 x 80 kN = 2 x 8 ton
B
dek
= 14,0 m
1,1 m
F
aslasten
F
aslasten
1,2 m
U
z
trillingsvorm
L
veld
= 23,5 m
?OC = 2 * L
veld
v v
8
Reacties
Danique Logtenberg - Roelof van Echten College 16 mei 2017 11:51
Beste meneer/mevrouw, Voor school moeten wij in een project na gaan denken over een nieuwe viaduct boven de N34. De weg wordt verbreed en dus moet de viaduct worden aangepast. Dit artikel zou ons misschien kunnen helpe. Zou ik het artikel misschien via de mail opgestuurd kunnen krijgen? Hartelijk bedankt alvast! Vriendelijke groeten, Danique Logtenberg RVEC