Acht van de zeventien als meest kritisch beoordeelde objecten van Rijkswaterstaat met tand-nokconstructies liggen in knooppunt Prins Clausplein bij Den Haag. Strooizouten in het lekwater in meerdere voegovergangen vormen een bedreiging voor de wapening in het beton. Door de moeilijke bereikbaarheid van de betonnen constructiedelen, gingen inspecties nooit verder dan het visueel vaststellen van schades met een endoscoop. Na ontwikkeling van aangepaste inspectiegereedschappen en een pilot in 2022, is het gelukt de moeilijk bereikbare constructiedelen van de tand-nokconstructies grondig te onderzoeken, met een betrouwbare diagnose als resultaat.
Project: Inspectie tand-nokconstructies knooppunt Prins Clausplein
Opdrachtgever: Rijkswaterstaat
Ingenieursbureau inspecties: Concept Ingenieurs
Constructeur herberekeningen: Haskoning
Aannemer verkeersmaatregelen en ondersteunende werkzaamheden: Mourik Infra
Tijdelijke maatregelen voegovergangen: Brabotech Aannemingsbedrijf
Foto 1 Inspectie Prins Clausplein ter plaatse van oplegtafel met tand-nokconstructies (foto: Concept Ingenieurs)
Objecten met tand-nokconstructies liggen bij Rijkswaterstaat al langer onder een vergrootglas (zie ook het dossier ‘Tanden en nokken’). Daarbij gaat veel aandacht uit naar de detaillering van de wapening. Dat vormt echter niet de enige bedreiging voor de constructieve veiligheid. Veel voegovergangen boven de tand-nokconstructies hebben in het verleden gelekt. En deze lekkages kunnen indirect leiden tot sterkteverlies van de wapening van onderliggende constructiedelen.
De trekband- en ophangwapening ligt bij tand-nokconstructies direct onder het betonnen oppervlak onder de voegovergang (fig. 3). Lekwater met daarin opgeloste strooizouten kan op deze locatie het beton binnendringen, waardoor chloriden de wapening kunnen aantasten. Of en in welke mate de lekkage resulteert in aantasting is van vele factoren afhankelijk. Daardoor kan aantasting alleen op basis van nader onderzoek ter plaatse worden vastgesteld.
Een betrouwbare diagnose bij vermeende wapeningscorrosie wordt bij voorkeur gebaseerd op een combinatie van inspectietechnieken, zoals potentiaalmetingen, dekkingsmetingen, kernboringen en het lokaal blootleggen van wapening. Voor goed bereikbare gewapende betonconstructies ligt deze aanpak voor de hand. Voor tand-nokconstructies is dat anders. De betonnen oppervlakken in de tand-nokconstructies gaan verscholen in een donkere en vaak vervuilde voegspleet van slechts enkele centimeters. Dat maakt de constructiedelen moeilijk bereikbaar voor onderzoek met conventionele inspectiegereedschappen. In zijn algemeenheid gingen onderzoeken bij tand-nokconstructies dan ook niet verder dan een camera-inspectie met een endoscoop. Bij het waarnemen van een bruine uitbloeding in het betonoppervlak kan dan hooguit een vermoeden worden uitgesproken over de aanwezigheid van putcorrosie in de wapening.
Reacties