Voor MVRDV begint CO2-reductie in de bouw niet bij een duurzamer betonmengsel of een biobased alternatief. De eerste vraag is fundamenteler: moet er überhaupt wel iets nieuws worden gebouwd? En als bouwen noodzakelijk is, hoeveel van wat er al is kan behouden blijven, worden aangepast en opnieuw worden ingezet? Voor constructief hergebruik heeft die benadering verstrekkende gevolgen. De redactie van Cement ging op zoek naar de ontwerpfilosofie van het Rotterdamse architectenbureau.
Dit artikel is geschreven door de redactie van Cement in afstemming met MVRDV. Hierbij is gebruikgemaakt van ChatGPT, met het model GPT-5.6 Sol (geraadpleegd op 7 september 2026). Op basis van een uitgebreide instructie van de redactie heeft ChatGPT een eerste versie geschreven. Daarbij is voornamelijk gebruikgemaakt van openbare webpagina’s van MVRDV, waaronder een interview met Jacob van Rijs, founding partner van het architectenbureau. De redactie heeft de gebruikte bronnen gecontroleerd en de tekst vervolgens getoetst op feitelijke juistheid, inhoudelijk aangescherpt en tekstueel geredigeerd.
Een aanzienlijk deel van de klimaatimpact van gebouwen wordt veroorzaakt nog voordat een gebouw in gebruik is: in de winning van grondstoffen, productie van materialen, transport en bouw. Dat materiaalgebonden deel van de uitstoot (embodied carbon) krijgt steeds meer aandacht. Volgens het meest recente Global Status Report van UNEP [1] is de gebouwde omgeving verantwoordelijk voor circa 37% van de mondiale CO2-uitstoot en voor bijna de helft van de wereldwijde materiaalwinning. Voor MVRDV is dat aanleiding om CO2 als ontwerpparameter te behandelen, waarop vanaf het eerste ontwerpbesluit kan worden gestuurd. En dus niet als een berekening aan het einde van een ontwerptraject. Beton, staal, hout en glas kunnen volgens die logica worden gelezen als verschillende hoeveelheden geïnvesteerde CO2.
De reizende tentoonstelling van MVRDV Carbon Confessions, oorspronkelijk ontwikkeld voor de Architekturgalerie München en daarna onder meer getoond in Berlijn, Parijs, Taipei, Rotterdam, Charlottesville en Toronto, is opvallend open over de ontwikkeling die het bureau zelf heeft doorgemaakt. De tentoonstelling presenteert niet alleen de duurzame successen, maar ook mislukkingen, verkeerde aannames en gemiste kansen. MVRDV beschrijft bijvoorbeeld hoe aanvankelijk sterk werd vertrouwd op externe duurzaamheidsadviseurs, voordat het met MVRDV NEXT meer klimaat- en technologisch onderzoek in de eigen ontwerppraktijk integreerde.
Reacties