De Fenixloods in Rotterdam, een indrukwekkend industrieel monument, heeft een nieuwe bestemming. Wat ooit een bakermat van bedrijvigheid was, wordt nu omgetoverd tot een moderne ruimte, die haar geschiedenis in ere houdt: Fenix, een kunstmuseum over migratie. De bestaande betonnen constructie was in de loop der tijd flink aangetast, onder meer door ongelijke zettingen. Dankzij slimme constructieve ingrepen en het nodige herstelwerk voldoet de betonconstructie aan de hoge eisen die een museum stelt.
Van pakhuis tot Fenix
Fenixloods getransformeerd tot kunstmuseum over migratie
1 Interieur van de gerenoveerde Fenixloods
1
34?CEMENT?3 2025
De Fenixloodsen, gebouwd in 1923
aan de Maas in Rotterdam-Katen-
drecht, waren ooit één gebouw
dat Loods San Francisco heette.
Het 360 m lange gebouw was een van de
opslagfaciliteiten van de Holland-Amerika
Lijn en stond destijds bekend als een van de
grootste pakhuizen ter wereld (foto 2 en 3).
In de Tweede Wereldoorlog liep het gebouw
grote schade op door bombardementen. Bij
een grondige verbouwing in 1954 werd de
loods omgedoopt tot twee afzonderlijke ge
bouwen: Fenixloods I en II.
In opdracht van Droom en Daad is
Fenixloods II nu getransformeerd tot Fenix,
een museum met een vloeroppervlak van
circa 16.000 m². Het pronkstuk van het mu
seum is de tornado (fig. 4), een loopbrug
die leidt naar een observatiedek (zie kader
'Tornado'). Hoewel dit onderdeel de publiek
strekker lijkt te zijn, is het museum zelf ge
vestigd in het historische pakhuis. Het im
posante betonnen skelet, een eeuw geleden
gebouwd, vormt een schitterend decor voor
het museum.
Naast een zorgvuldige restauratie,
waarbij kosten noch moeite zijn gespaard,
zijn diverse constructieve herstelwerkzaam
heden uitgevoerd en toevoegingen aan het
bestaande casco gerealiseerd. Na een ont
werp- en bouwtraject van zeven jaar opent het
museum in mei zijn deuren voor het publiek.
Opbouw bestaand casco
Het oorspronkelijke casco bestaat op de
begane grond uit zware spanten met kolom
men van 700 × 700 mm² bij de gevels en
700 × 1000 mm² inpandig (foto 6). De eerste
verdiepingsvloer bestaat uit liggers van
1400 mm hoog. Voor de dakverdieping zijn
kolommen van 500 × 600 mm² en dakbalken
van 1000 mm hoog gebruikt. Samen vormt
dit een robuust ogend geheel.
Van de grote overspanningen kon
handig gebruik worden gemaakt in het func
tionele ontwerp. De vloerbelasting voor de
verdiepingsvloer was berekend op een nutti
ge vloerbelasting van 1000 kg/m², wat voor
de toenmalige functie als pakhuis geen ex
treem hoge waarde was. De begane grond
vloer was in het verleden niet bedoeld als
dragende vloer, gekoppeld aan het casco,
maar was gefundeerd met losse betonnen
Stelcon-platen op zand. Gezien de grote
PROJECTGEGEVENS
project
Fenix
opdrachtgever
Droom en Daad
architect
MAD Architects
uitwerkend architect
EGM architecten
restauratiearchitect
Bureau Polderman
constructeur
IMd raadgevende
Ingenieurs
aannemer
Dura Vermeer Bouw
Heyma
betonherstel
Vogel
oplevering
2025
De Fenixloods in Rotterdam, een indrukwekkend industrieel
monument, heeft een nieuwe bestemming. Wat ooit een
bakermat van bedrijvigheid was, wordt nu omgetoverd tot
een moderne ruimte, die haar geschiedenis in ere houdt:
Fenix, een kunstmuseum over migratie. De bestaande
betonnen constructie was in de loop der tijd flink aangetast,
onder meer door ongelijke zettingen. Dankzij slimme
constructieve ingrepen en het nodige herstelwerk voldoet de
betonconstructie aan de hoge eisen die een museum stelt.
CEMENT 3 2025 ?35
transportbewegingen op het straatniveau,
was dit een logische keuze.
Het dak van de loods was oorspronke
lijk ontworpen op een beperkte daklast van
enkel sneeuw. Aan de beide zijdes (die aan de
Paul Nijghkade en de Veerlaan) waren echter
aanzienlijke verzwaringen in het casco aan
gebracht, ter plaatse van diverse kraanba
nen, hijsmogelijkheden en laadplatforms.
Na de verwoesting van de kade aan het einde
van de Tweede Wereldoorlog, waarbij een
flink deel van het bestaande casco werd ver
nield (foto 7), kon het casco tot net voor het
midden van het pand intact blijven. Het
overgebleven deel richting de kade moest
echter worden herbouwd.
Herbouw
Voor de toenmalige (her)nieuwbouw is
geprobeerd het casco op een gelijkvormige
manier te herstellen (fig. 8). Voor de funde
ring werd echter gebruikgemaakt van be
2 Exterieur oorsproonkelijke Loods San Fransisco. Bron: Stadsarchief Rotterdam
Door verschillen-
de stijfheden in
de fundering
van de oudbouw
en de
(her)nieuwbouw
zijn zettingen
ontstaan
IR. PAUL
KORTHAGEN RO
Raadgevend Ingenieur
IMd Raadgevende
Ingenieurs
ING. DIRK-JAN
KORTMAN RC
Projectleider /
Constructeur
IMd Raadgevende
Ingenieurs
auteurs
2b
2a
36?CEMENT?3 2025
tonnen funderingspalen, die een afwijkend
zettingsgedrag vertonen ten opzichte van de
originele houten palen die onder het oude
casco aanwezig zijn.
De dakconstructie langs de Paul Nijgh
kade is anders vormgegeven dan de originele
dakconstructie, die gelijkvormig was aan de
Veerlaanzijde. Om de lichtval in de loods te
bevorderen, gezien de gewijzigde functie in
die tijd, is er een transparant dakvlak toege
voegd, bestaande uit glaswerk gedragen
door betonroedes. Tevens zijn er Bimsbeton
dakplaatjes toegepast, die worden gedragen
door betonnen Gerber- liggers van spant
naar spant.
Bij de eerste verdieping is aan de Paul
Nijghkade een laadbalkon toegevoegd.
Zettingsgedrag bestaande casco
Zettingsgedrag is een cruciaal aspect in het
nieuwe ontwerp van het project, met name
gezien de aanwezige zettingen in het be
staande pand en het feit dat de zettingen ook
in de toekomst zullen doorgaan. Deze zettin
gen zijn ontstaan zijn door verschillende
stijfheden in de fundering, als gevolg van de
eerder genoemde toepassing van houten pa
len in het oorspronkelijke gebouw en minder
zettingsgevoelige betonpalen bij de herbouw.
Bij toepassing van de houten palen werd bo
vendien in die tijd geen rekening
3 Situatieschets oude Fenixloodsen tussen Paul Nijghkade en de Veerlaan. Bron: Stadsarchief Rotterdam
TORNADO
Ma Yansong, oprichter van MAD Architects, beschouwt migratie als 'alles draait
om beweging'. Daarom is de loopbrug ontworpen in de vorm van een tornado,
een trap, kunstwerk en beleving in één. De tornado wervelt vanaf de begane
grond naar een uitkijkpunt boven het dak, op 24 m hoogte. Dit biedt bezoekers
een bijzondere ervaring met steeds veranderende uitzichten over de stad
Rotterdam.
De tornado is uitgevoerd als spaceframe van ronde buizen. Dit frame is afge-
werkt met een sterk reflecterende roestvaststalen bekleding van 297 panelen.
De binnenkant van de loopbrug is bekleed met 12.500 unieke houten planken,
wat doet denken aan het dek van een schip en daarmee een verbinding legt
met Rotterdam als belangrijke havenstad.
Het ontwerpproces van de tornado was zeer complex en is uitgevoerd met de
modernste computertechnieken. In een lijnmodel, gekoppeld aan zowel het
ruimtelijke model van de architect als aan een rekenpakket, zijn kritische pun-
ten met kleuren zichtbaar gemaakt. Met een script werd de ideale positie van
steunpunten gezocht, dicht bij de bestaande constructie. Uiteindelijk kon hier-
mee versneld, in diverse kleine stappen een optimale vorm van het ruimtelijke
vakwerk en de stalen liftkern worden gevonden.
In het constructief ontwerp is rekening gehouden met onder meer torsiegedrag
en excentrische aansluitingen. Dankzij de relatief slanke constructie bleek dyna
-
mica een overheersende factor, meer nog dan sterkte en stijfheid. Alles moest uit
de kast worden gehaald om oncomfortabele trillingen te voorkomen. Omdat er
voor de dynamische toetsing van een dergelijk complexe constructie in Neder
-
land geen normen zijn, is aansluiting gezocht bij de internationale literatuur. Op
basis daarvan is een complexe dynamica-analyse uitgevoerd. Hieruit werd onder
meer duidelijk dat op een paar cruciale locaties een demper nodig was.
Omwille van extra zekerheid zijn alle onderzoeken gevalideerd door een externe
deskundige en zijn de trillingen zelfs nagebootst in een simulator op de TU Delft,
waarmee de opdrachtgever het comfort zelf kon beoordelen.
3
CEMENT 3 2025 ?37
gehouden met het effect van negatieve kleef.
Door ophogingen van de Veerlaan in de loop
der jaren, is het negatieve kleefeffect ver
sterkt, wat resulteerde in meer zettingen aan
de zijde van de Veerlaan dan in andere delen
van het gebouw. Dit betekent dus ook dat
nieuwe bouwkundige details moesten wor
den ontworpen op toekomstige zettingen.
Het effect van de zettingen is duidelijk zicht
4
5
4 Impressie pakhuis en tornado. Bron: MAD Architects
5 Fenix, het nieuwe kunstmuseum over migratie. Bron: Fenix
baar bij de in de (her)nieuwbouw opgeno
men extra liftschachten in het pand, die het
verticaal transport moesten vereenvoudigen.
Deze liftschachten zijn eveneens gefundeerd
op betonpalen. Rondom deze liftschachten
waren dan ook duidelijke zettingsverschillen
zichtbaar, met bijkomende schade.
Bij de aansluiting tussen de oorspron
kelijke kolommen en de kolommen van
38?CEMENT?3 2025
7
6
6 Interieur oorspronkelijke loods. Bron: Stadsarchief Rotterdam
7 Bij de verwoesting van de kade aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd een flink deel van het bestaande casco vernield.
Bron: Stadsarchief Rotterdam
8 Bij eerdere (her)nieuwbouw zijn zettingsverschillen ontstaan. Links de (her)nieuwbouw uit 1950, rechts het originele casco
8
CEMENT 3 2025 ?39
de herbouw op as D was het zettingsverschil
echter aanzienlijk minder. Door de koppe
ling van de balken op de eerste verdieping
en de dakvloer werd de optredende belas
ting gelijkmatig over zowel de oude als de
nieuwe fundering verdeeld, waardoor er hier
geen sprake was van een zettingsverschil.
Beganegrondvloer?Om de belasting op de
ondergrond door de op zand gefundeerde
beganegrondvloer te verminderen, is de be
staande betonnen vloer, die was opgebouwd
uit Stelcon-platen, verwijderd. Er werd ver
volgens een gewichtsreductie toegepast
door het onderliggende grondmassief te ver
vangen door EPS-blokken. Bovenop deze
EPS-blokken is een nieuwe drukverdelende
betonvloer aangebracht, zodat een stabiele
ondervloer voor de afwerkvloer werd gecre
ëerd. De betonvloer is rondom gedilateerd
van het bestaande casco om extra belasting
op de zettingsgevoelige fundering te voorko
men en de belasting op de houten palen te
verminderen.
Verdiepingsvloer?De zettingsverschillen op
de verdieping, waar een museumvloer is
gepland, waren aanzienlijk en varieerden
van 50 tot 150 mm. Hoewel deze zettingsver
schillen constructief geen probleem vorm
den vanwege de grotere overspanningen
(relatief kleine scheefstanden), waren ze
bouwkundig ongewenst. De wens was dan
ook om de vloer uit te vlakken tot een gelijk
niveau, zodat er tevens een stabiele vloer
voor de afwerklaag van de vloer werd
gecreëerd.
De oude verdiepingsvloer was ontwor
pen voor een toelaatbare vloerbelasting van
1000 kg/m², maar de vereiste vloerbelasting
voor het museum was slechts 500 kg/m². Dit
bood de mogelijkheid om een uitvulvloer
aan te brengen om de vloer te nivelleren.
Het ontwerp voorzag in een uitvulling op
basis van schuimbeton, waarop een druk
verdelende gewapende afwerkvloer werd
aangebracht. Deze afwerkvloer werd afge
werkt met een esthetische coating die bij het
museum past. De belastbaarheid van de
vloer, zowel op basis van vlaklasten als punt
lasten, was hierbij uiteraard een belangrijk
aandachtspunt.
Liftschachten?Tijdens rondgangen door het
bestaande casco was duidelijk te zien dat de
twee nieuwe liftschachten zichtbaar schade
vertoonden (foto 9). Deze liftschachten zijn
zoals gezegd gefundeerd op nieuwe beton
9
9 Door het zettingsverschil tussen liftschacht en omliggende casco is bolling van de vloer
en afscheurende wangkant van de lift zichtbaar
De liftschachten
zijn door
middel van een
zaagsnede
losgekoppeld van
het omliggende
casco
40?CEMENT?3 2025
palen, maar zijn verbonden met het omlig
gende casco dat op houten palen is gefun
deerd. Dit leidde tot schade, vooral op de
verdiepingen en het dak, waar losscheuren
de balken en vloeren zichtbaar waren. De
aansluitende balken en vloeren hadden on
voldoende werkende lengte om de vervor
mingsverschillen tussen het casco en de lift
schachten op te vangen. In overleg met de
opdrachtgever werd besloten de liftschach
ten door middel van een zaagsnede los te
koppelen van het omliggende casco (foto 10).
Het vervormingsverschil van enkele centi
meters werd direct zichtbaar na de zaag-
snede en stabiliseerde zich na een periode
van drie maanden.
Constructieve scheuren?Naast cosmetische
schade door zettingen waren er ook schade
gevallen in de vorm van scheurvorming die
direct verband hielden met de zettingen.
Naast de liftschachten zijn op vijf assen in
het gebouw forse constructieve scheuren
vastgesteld, die eveneens het gevolg waren
van het zettingsgedrag. Het simpelweg injec
teren van deze scheuren zou onvoldoende
zijn geweest en had waarschijnlijk in de toe
komst opnieuw tot aanzienlijke scheurvor
ming geleid. Op een aantal posities bleek de
wapening bezweken te zijn en was de dwars
krachtcapaciteit ernstig gereduceerd door
de scheurvorming.
Herbeoordeling en herstel?Om de opgetre
den schade te kunnen duiden en herstellen,
is een herberekening van de bestaande
spanten uitgevoerd, waarbij de opgetreden
zettingen als opgelegde vervormingen wer
den meegenomen. Op basis van deze herbe
rekening bleek het schadepatroon goed te
verklaren. Vervolgens is de capaciteit van
het casco opnieuw beoordeeld en is de
10
10 Liftschachten zijn losgemaakt van het omliggende casco CEMENT 3 2025 ?41
12
0
0
3x2ø32 in hoek 45 graden inboren en verlijmen
en voorzien van volgplaat 120x120x15
3x2ø32 in hoek 45 graden inboren en verlijmen
en voorzien van volgplaat 120x120x15
2ø32 inboren en verlijmen
beton lokaal verwijderen en later aanhelen met reparatiebeton C30/37
300
zone vrijhouden van boren i.v.m.
bestaande bovenwapening
minimale verankeringslengte
opgetreden scheurvorming
restcapaciteit gecombineerd met een her
steloplossing om het casco te versterken.
Hiervoor zijn op een aantal posities
wapeningsstaven van Ø32 mm diagonaal in
de constructie geboord (fig. 12). De aanslui
tingen met kolommen zijn versterkt en op
een aantal locaties is aanvullende lijmwape
ning aangebracht voor momentwerking. Betonherstel en reparatie
Naast de opgetreden zettingen in het be
staande casco, is het gebouw door de jaren
heen op verschillende locaties flink aange
tast door weersinvloeden en mechanische
beschadigingen (foto 13). Met name de be
tonconstructie aan de Veerlaan was in een
slechte staat. Op diverse locaties was de
11
11 Oude wapeningstekening liggers
12 Versterkingen met ingeboorde wapening en lijmwapening
12
42?CEMENT?3 2025
wapening bloot komen te liggen en was een
aanzienlijk deel van de wapening door cor
rosie verdwenen (foto 14).
Herstelplan?In samenspraak met een be
tonreparatiefirma is een herstelplan opge
steld, waarbij de slechte locaties in kaart
zijn gebracht en hersteld. Voor de Veerlaan
was dit het meest ingrijpend, aangezien op
sommige plekken meer dan 50% van de
wapening daadwerkelijk was verdwenen.
Om dit veilig uit te voeren, zijn door IMd
stempelplannen ontwikkeld ten behoeve
van het herstel.
Het resultaat van dit herstel mag er
zijn. De oude strakke betoncontouren steken
mooi af bij de vakkundig gerestaureerd
kozijnen in originele kleur (foto 15). Hierbij
heeft de restauratiearchitect ervoor gekozen
het ontwerp uit de jaren 50 zoveel mogelijk
terug te brengen.
Interieur?Ook inpandig waren op verschil
lende locaties flinke schadepatronen
Het casco was
op verschillende
locaties flink
aangetast door
weersinvloeden
en mechanische
beschadigingen
13 De betonconstructie aan de Veerlaan was in slechte staat
14 Op diverse locaties was de wapening blootgesteld en een deel van de wapening door corrosie verdwenen
15 Herstelde betonconstructie aan de zijde van de Veerlaan
1413
15
CEMENT 3 2025 ?43
aanwezig, waarbij de dekking van de in het
beton aanwezige wapening op sommige
plekken aanzienlijk was aangetast of zelfs in
zijn geheel verdwenen (foto 16). Aangezien
het binnenklimaat op deze locaties ervoor
had gezorgd dat corrosie van de wapening
nauwelijks aanwezig was, kon hier worden
volstaan met het aanbrengen van nieuw
spuitbeton om de wapening opnieuw in te
betonneren en de krachtswerking van de
constructie te herstellen.
Voor de opdrachtgever was het belang
rijk dat de uitstraling van het pand tijdens
het herstel intact bleef. Reparaties mochten
zichtbaar zijn, maar de karakteristieke uit
straling van het betoncasco, dat al een leven
achter zich had, mocht niet verloren gaan.
Glasdak?Het langs de Paul Nijghkade aan
wezige glasdak in de dakconstructie met
betonroedes bleek na inspectie in zeer
slechte staat (foto 17). Herstel van deze fra
giele betononderdelen werd onderzocht,
maar bleek niet haalbaar. In overleg is geko
zen voor de optie van herbouw in gelijke
staat. Door het complete glasdak, inclusief
de betonroedes, te verwijderen, kon een
gelijkvormige constructie worden terugge
bouwd met dezelfde uitstraling, maar met
voldoende draagkracht en functionaliteit,
met het oog op waterdichtheid (foto 18).
Inpassingen in de bestaande
toestand
Voor de functionaliteit van het ontwerp zijn
er in het bestaande casco enkele voorzienin
gen aangebracht in de vorm van tussenvloe
ren en aanvullende stabiliteitsvoorzieningen.
De entresolvloeren zijn met aanvullende
staalconstructies (spanten) in het casco
ingepast (fig. 19). Het uitgangspunt hierbij
was dat de aanvullende belasting minimaal
was en werd opgenomen door de aanwezige
kolommen en de paalfunderingen onder
deze kolommen. Op deze wijze worden geen
aanvullende buigende momenten in de aan
wezige vloerbalken geïntroduceerd.
Vanwege de overspanningen van 14 m
tussen de kolommen en 8,6 m haaks op de
spanten, waren de benodigde stalen liggers
16 Inpandig waren op verschillende locaties flinke schadepatronen aanwezig
16
44?CEMENT?3 2025
fors. Deze steken echter niet af tegen de for
se afmetingen van de betonbalken en kolom
men van het originele betonnen spant.
Inpassen tornado
Hoewel de plaatsing van de tornado geen
onderdeel was van de herbestemming en
restauratie van het bestaande pand, had dit
uiteraard wel een grote impact op het pro
ject. Om de plaatsing mogelijk te maken,
moesten er in het bestaande casco flinke
aanpassingen worden uitgevoerd. Hij is
geplaatst op een betonnen tafelconstructie
(lobbybox), waarmee hij is losgehouden van
de bestaande betonconstructie. Daartoe is
in het hart van het gebouw een sparing
gemaakt van 25 × 25 m².
Om deze sparing te realiseren, moes
ten drie spanten worden ingekort en de
krachtswerking van deze spanten worden
herzien. Daarnaast zijn de funderingen ge
ïnspecteerd om inzicht te verkrijgen in de
mogelijkheid om nieuwe palen aan te bren
gen voor de fundering van de lobbybox.
Voor het realiseren van de opening in
het bestaande casco zijn op het dakvlak
17 Het glasdak met betonroedes (rechtsonder) was in een zeer slechte staat
18 Het glasdak is in gelijke staat herbouwd
17
18
CEMENT 3 2025 ?45
19 Staalconstructie ten behoeve van tussenvloeren
20 Stabiliteitsverbanden op het dakvlak voor het realiseren van de opening in het bestaande casco
platte stabiliteitsverbanden aangebracht om
de schijfwerking van het dakvlak te verster
ken (foto 20).
Tevens zijn de kolommen die onder
de ingekorte spanten aanwezig zijn, aan één
zijde versterkt met lijmwapening om de ge
wijzigde krachtswerking in de kolommen te
compenseren.
Om de staalconstructie voor de tor-
nado aan te kunnen brengen, is er op het
dakvlak van het bestaande casco een werk
platform gerealiseerd, waarop met lichte
mobiele kranen hijswerkzaamheden kon
den worden uitgevoerd. Voor dit platform is
een staalframe ontworpen, met daarop
dragline-schotten. De belasting vanuit het
platform is rechtstreeks ingeleid op de in
het casco aanwezige betonkolommen.
Voor het opnemen van remkrachten
en andere horizontale belastingen vanuit
het werkplatform zijn in het bestaande
casco aanvullende tijdelijke stabiliteitsvoor
zieningen aangebracht.
Inrichting van het dakvlak
Door de inpassing van de tornado, die ruim
doorloopt boven het bestaande dak van de
loods, ontstaat een mooi uitzicht op het be
staande dak. De vormgeving van het nieuwe
dak is zodanig dat het ook een blikvanger is
19
20
46?CEMENT?3 2025
vanaf de tornado. In het ontwerp is gekozen
voor het realiseren van een groene daktuin.
De toelaatbare belasting op het bestaande
dakvlak is echter bijzonder beperkt.
Het originele dakvlak uit 1923 is ont
worpen voor een beschikbare dakbelasting
van 140 kg/m², terwijl het nieuwe dakvlak
uit 1958 is ontworpen voor een toelaatbare
dakbelasting van 100 kg/m². Dit laat weinig
ruimte over voor het aanbrengen van een
groen dak van enige omvang.
Door een herberekening van het be
staande dakvlak uit te voeren aan de hand
van NEN 8700, waarbij de statistisch bewe
zen draagkracht van het bestaande dak
werd gebruikt, was een licht verhoogde toe
laatbare belasting op het bestaande dak
mogelijk. Hierdoor heeft de ontwerper van
het dak een mooi uitzicht vanaf het uitkijk
platform van de tornado gecreëerd.
Naast de inrichting van de daktuin is
over het dakvlak een vluchtweg gecreëerd,
vanaf het uitkijkplatform van het tornado
platform naar de beide vluchttrappenhuizen
(oude liftschachten) van het museum. Voor
dit vluchtpad is gebruikgemaakt van de in het
dakvlak langs de Veerlaan aanwezige 'harde'
oplegpunten van de oude kraan banen, die in
het verleden over het dak liepen.
Ook bij deze ingreep is bijzonder reke
ning gehouden met de optredende zettings
verschillen tussen het bestaande casco, de
nieuwe constructie ten behoeve van de tor
nado en de losgezaagde (oude liftschachten)
trappenhuizen.
Inrichting museum
Ook tijdens de inrichting van het museum
ontstonden constructieve vraagstukken. Het
inbrengen van zware museumobjecten over
een kwetsbare vloer en het plaatsen van
gevoelige museumstukken op locaties waar
eigenlijk geen duidelijke draagstructuur
aanwezig was om het object aan of op te ver
ankeren, zijn zomaar twee voorbeelden van
uitdagende situaties waarbij de creatieve
inbreng van de constructeur nodig is om de
artistieke wensen van het museum tegemoet
te komen en te ondersteunen.
Aandachtpunten waren onder meer
het ontwerpen van drukverdelende trollies
om zware objecten over een vloer te trans
porteren waar eigenlijk geen zware punt
lasten op kunnen worden geplaatst, en het
vroegtijdig opnemen van constructieve
voorzieningen in de vulvloer op de verdie
ping voor het plaatsen van kunstobjecten
die nauwelijks raakvlak of oplegging op de
omliggende constructie hebben. Dit zijn
twee aspecten die een heel ander karakter
hebben dan het herstel van een bestaand
casco, maar wel bijzonder nuttig en noodza
kelijk zijn bij het inrichten en realiseren van
een museum.
Respect voor historie
De transformatie van de Fenixloods II is
een voorbeeld van hoe oud en nieuw op een
harmonieuze manier kunnen worden ge
combineerd. De nieuwe functie als museum
vereist niet alleen technische expertise,
maar ook respect voor de historie van het
gebouw. Door zorgvuldig om te gaan met de
constructie en met oog voor detail, krijgt de
Fenix-loods een nieuwe toekomst die zijn
rijke verleden eer aan doet.?
CEMENT 3 2025 ?47
In het kort
- De Fenixloodsen zijn gebouwd in 1923 aan de Maas in Rotterdam-Katendrecht
- Het oorspronkelijke casco bestaat uit zware betonnen spanten die een robuust geheel vormen
- In de Tweede Wereldoorlog werd een flink deel van het bestaande casco vernield dat vervolgens is herbouwd
- Door verschillende stijfheden in de fundering van de oudbouw en de (her)nieuwbouw zijn zettingen ontstaan
- De liftschachten zijn door middel van een zaagsnede losgekoppeld van het omliggende casco
- Op een aantal posities zijn wapeningsstaven Ø32 mm diagonaal in de constructie geboord
- Het casco was op verschillende locaties flink aangetast door weersinvloeden en mechanische beschadigingen
- In samenspraak met een betonreparatiefirma is een herstelplan opgesteld
- De tornado is geplaatst op een betonnen tafelconstructie, waarmee hij is losgehouden van de bestaande betonconstructie
- Ook tijdens de inrichting van het museum ontstonden constructieve vraagstukken
Thema Transformatie
Dit artikel is onderdeel van een themanummer van Cement over transformatie. Bekijk voor alle andere artikelen dit dossier.
Foto 1. Interieur van de gerenoveerde Fenixloods
Projectgegevens
Project: Fenix
Opdrachtgever: Droom en Daad
Architect: MAD Architects
Uitwerkend architect: EGM architecten
Restauratiearchitect: Bureau Polderman
Constructeur: IMd raadgevende Ingenieurs
Aannemer: Dura Vermeer Bouw Heyma
Betonherstel: Vogel
Oplevering: 2025
Historie
De Fenixloodsen, gebouwd in 1923 aan de Maas in Rotterdam-Katendrecht, waren ooit één gebouw dat Loods San Francisco heette. Het 360 m lange gebouw was een van de opslagfaciliteiten van de Holland-Amerika Lijn en stond destijds bekend als een van de grootste pakhuizen ter wereld (foto 2 en 3). In de Tweede Wereldoorlog liep het gebouw grote schade op door bombardementen. Bij een grondige verbouwing in 1954 werd de loods omgedoopt tot twee afzonderlijke gebouwen: Fenixloods I en II.
In opdracht van Droom en Daad is Fenixloods II nu getransformeerd tot Fenix, een museum met een vloeroppervlak van circa 16.000 m2. Het pronkstuk van het museum is de tornado (fig. 4), een loopbrug die leidt naar een observatiedek (zie kader ‘Tornado’). Hoewel dit onderdeel de publiekstrekker lijkt te zijn, is het museum zelf gevestigd in het historische pakhuis. Het imposante betonnen skelet, een eeuw geleden gebouwd, vormt een schitterend decor voor het museum.
Naast een zorgvuldige restauratie, waarbij kosten noch moeite zijn gespaard, zijn diverse constructieve herstelwerkzaamheden uitgevoerd en toevoegingen aan het bestaande casco gerealiseerd. Na een ontwerp- en bouwtraject van zeven jaar opent het museum in mei zijn deuren voor het publiek.
Foto 2a. Exterieur oorspronkelijke Loods San Fransisco, kade. Bron: Stadsarchief Rotterdam
Foto 2. Exterieur oorspronkelijke Loods San Fransisco, spoorzijde. Bron: Stadsarchief Rotterdam
Foto 3. Situatieschets oude Fenixloodsen tussen Paul Nijghkade en de Veerlaan. Bron: Stadsarchief Rotterdam
Tornado
Ma Yansong, oprichter van MAD Architects, beschouwt migratie als ‘alles draait om beweging’. Daarom is de loopbrug ontworpen in de vorm van een tornado, een trap, kunstwerk en beleving in één. De tornado wervelt vanaf de begane grond naar een uitkijkpunt boven het dak, op 24 m hoogte. Dit biedt bezoekers een bijzondere ervaring met steeds veranderende uitzichten over de stad Rotterdam.
De tornado is uitgevoerd als spaceframe van ronde buizen. Dit frame is afgewerkt met een sterk reflecterende roestvaststalen bekleding van 297 panelen. De binnenkant van de loopbrug is bekleed 12.500 unieke houten planken, wat doet denken aan het dek van een schip en daarmee een verbinding legt met Rotterdam als belangrijke havenstad.
Het ontwerpproces van de tornado was zeer complex en is uitgevoerd met de modernste computertechnieken. In een lijnmodel, gekoppeld aan zowel het ruimtelijke model van de architect als aan een rekenpakket, zijn kritische punten met kleuren zichtbaar gemaakt. Met een script werd de ideale positie van steunpunten gezocht, dicht bij de bestaande constructie. Uiteindelijk kon hiermee versneld, in diverse kleine stappen een optimale vorm van het ruimtelijke vakwerk en de stalen liftkern worden gevonden.
In het constructief ontwerp is rekening gehouden met onder meer torsiegedrag en excentrische aansluitingen. Dankzij de relatief slanke constructie bleek dynamica een overheersende factor, meer nog dan sterkte en stijfheid. Alles moest uit de kast worden gehaald om oncomfortabele trillingen te voorkomen. Omdat er voor de dynamische toetsing van een dergelijk complexe constructie in Nederland geen normen zijn, is aansluiting gezocht bij de internationale literatuur. Op basis daarvan is een complexe dynamica-analyse uitgevoerd. Hieruit werd onder meer duidelijk dat op een paar cruciale locaties een demper nodig was.
Omwille van extra zekerheid zijn alle onderzoeken gevalideerd door een externe deskundige en zijn de trillingen zelfs nagebootst in een simulator op de TU Delft, waarmee de opdrachtgever het comfort zelf kon beoordelen.
Figuur 4. Impressie pakhuis en tornado. Bron: MAD Architects
Foto 5. Fenix, het nieuwe kunstmuseum over migratie. Bron: Fenix
Opbouw bestaand casco
Het oorspronkelijke casco bestaat op de begane grond uit zware spanten met kolommen van 700 × 700 mm2 bij de gevels en 700 × 1000 mm2 inpandig (foto 6). De eerste verdiepingsvloer bestaat uit liggers van 1400 mm hoog. Voor de dakverdieping zijn kolommen van 500 × 600 mm2 en dakbalken van 1000 mm hoog gebruikt. Samen vormt dit een robuust ogend geheel.
Van de grote overspanningen kon handig gebruik worden gemaakt in het functionele ontwerp. De vloerbelasting voor de verdiepingsvloer was berekend op een nuttige vloerbelasting van 1000 kg/m², wat voor de toenmalige functie als pakhuis geen extreem hoge waarde was. De begane grondvloer was in het verleden niet bedoeld als dragende vloer, gekoppeld aan het casco, maar was gefundeerd met losse betonnen Stelcon-platen op zand. Gezien de grote transportbewegingen op het straatniveau, was dit een logische keuze.
Het dak van de loods was oorspronkelijk ontworpen op een beperkte daklast van enkel sneeuw. Aan de beide zijdes (die aan de Paul Nijghkade en de Veerlaan) waren echter aanzienlijke verzwaringen in het casco aangebracht, ter plaatse van diverse kraanbanen, hijsmogelijkheden en laadplatforms.
Na de verwoesting van de kade aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, waarbij een flink deel van het bestaande casco werd vernield (foto 7), kon het casco tot net voor het midden van het pand intact blijven. Het overgebleven deel richting de kade moest echter worden herbouwd.
Foto 6. Interieur oorspronkelijke loods. Bron: Stadsarchief Rotterdam
Foto 7. Bij de verwoesting van de kade aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werd een flink deel van het bestaande casco vernield. Bron: Stadsarchief Rotterdam
Herbouw
Voor de toenmalige (her)nieuwbouw is geprobeerd het casco op een gelijkvormige manier te herstellen (fig. 8). Voor de fundering werd echter gebruikgemaakt van betonnen funderingspalen, die een afwijkend zettingsgedrag vertonen ten opzichte van de originele houten palen die onder het oude casco aanwezig zijn.
De dakconstructie langs de Paul Nijghkade is anders vormgegeven dan de originele dakconstructie, die gelijkvormig was aan de Veerlaanzijde. Om de lichtval in de loods te bevorderen, gezien de gewijzigde functie in die tijd, is er een transparant dakvlak toegevoegd, bestaande uit glaswerk gedragen door betonroedes. Tevens zijn er Bimsbeton dakplaatjes toegepast, die worden gedragen door betonnen Gerber-liggers van spant naar spant.
Bij de eerste verdieping is aan de Paul Nijghkade een laadbalkon toegevoegd.
Figuur 8. Bij eerdere (her)nieuwbouw zijn zettingsverschillen ontstaan. Links de (her)nieuwbouw uit 1950, rechts het originele casco
Zettingsgedrag bestaande casco
Zettingsgedrag is een cruciaal aspect in het nieuwe ontwerp van het project, met name gezien de aanwezige zettingen in het bestaande pand en het feit dat de zettingen ook in de toekomst zullen doorgaan. Deze zettingen zijn ontstaan zijn door verschillende stijfheden in de fundering, als gevolg van de eerder genoemde toepassing van houten palen in het oorspronkelijke gebouw en minder zettingsgevoelige betonpalen bij de herbouw. Bij toepassing van de houten palen werd bovendien in die tijd geen rekening gehouden met het effect van negatieve kleef. Door ophogingen van de Veerlaan in de loop der jaren, is het negatieve kleefeffect versterkt, wat resulteerde in meer zettingen aan de zijde van de Veerlaan dan in andere delen van het gebouw. Dit betekent dus ook dat nieuwe bouwkundige details moesten worden ontworpen op toekomstige zettingen.
Het effect van de zettingen is duidelijk zichtbaar bij de in de (her)nieuwbouw opgenomen extra liftschachten in het pand, die het verticaal transport moesten vereenvoudigen. Deze liftschachten zijn eveneens gefundeerd op betonpalen. Rondom deze liftschachten waren dan ook duidelijke zettingsverschillen zichtbaar, met bijkomende schade.
Bij de aansluiting tussen de oorspronkelijke kolommen en de kolommen van de herbouw op as D was het zettingsverschil echter aanzienlijk minder. Door de koppeling van de balken op de eerste verdieping en de dakvloer werd de optredende belasting gelijkmatig over zowel de oude als de nieuwe fundering verdeeld, waardoor er hier geen sprake was van een zettingsverschil.
Beganegrondvloer
Om de belasting op de ondergrond door de op zand gefundeerde beganegrondvloer te verminderen, is de bestaande betonnen vloer, die was opgebouwd uit Stelcon-platen, verwijderd. Er werd vervolgens een gewichtsreductie toegepast door het onderliggende grondmassief te vervangen door EPS-blokken. Bovenop deze EPS-blokken is een nieuwe drukverdelende betonvloer aangebracht, zodat een stabiele ondervloer voor de afwerkvloer werd gecreëerd. De betonvloer is rondom gedilateerd van het bestaande casco om extra belasting op de zettingsgevoelige fundering te voorkomen en de belasting op de houten palen te verminderen.
Verdiepingsvloer
De zettingsverschillen op de verdieping, waar een museumvloer is gepland, waren aanzienlijk en varieerden van 50 tot 150 mm. Hoewel deze zettingsverschillen constructief geen probleem vormden vanwege de grotere overspanningen (relatief kleine scheefstanden), waren ze bouwkundig ongewenst. De wens was dan ook om de vloer uit te vlakken tot een gelijk niveau, zodat er tevens een stabiele vloer voor de afwerklaag van de vloer werd gecreëerd.
De oude verdiepingsvloer was ontworpen voor een toelaatbare vloerbelasting van 1000 kg/m², maar de vereiste vloerbelasting voor het museum was slechts 500 kg/m². Dit bood de mogelijkheid om een uitvulvloer aan te brengen om de vloer te nivelleren. Het ontwerp voorzag in een uitvulling op basis van schuimbeton, waarop een drukverdelende gewapende afwerkvloer werd aangebracht. Deze afwerkvloer werd afgewerkt met een esthetische coating die bij het museum past. De belastbaarheid van de vloer, zowel op basis van vlaklasten als puntlasten, was hierbij uiteraard een belangrijk aandachtspunt.
Liftschachten
Tijdens rondgangen door het bestaande casco was duidelijk te zien dat de twee nieuwe liftschachten zichtbaar schade vertoonden (foto 9). Deze liftschachten zijn zoals gezegd gefundeerd op nieuwe betonpalen, maar zijn verbonden met het omliggende casco dat op houten palen is gefundeerd. Dit leidde tot schade, vooral op de verdiepingen en het dak, waar losscheurende balken en vloeren zichtbaar waren. De aansluitende balken en vloeren hadden onvoldoende werkende lengte om de vervormingsverschillen tussen het casco en de liftschachten op te vangen. In overleg met de opdrachtgever werd besloten de liftschachten door middel van een zaagsnede los te koppelen van het omliggende casco (foto 10). Het vervormingsverschil van enkele centimeters werd direct zichtbaar na de zaagsnede en stabiliseerde zich na een periode van drie maanden.
Foto 9. Door het zettingsverschil tussen liftschacht en omliggende casco is bolling van de vloer en afscheurende wangkant van de lift zichtbaar
Foto 10. Liftschachten zijn losgemaakt van het omliggende casco
Constructieve scheuren
Naast cosmetische schade door zettingen waren er ook schadegevallen in de vorm van scheurvorming die direct verband hielden met de zettingen. Naast de liftschachten zijn op vijf assen in het gebouw forse constructieve scheuren vastgesteld, die eveneens het gevolg waren van het zettingsgedrag. Het simpelweg injecteren van deze scheuren zou onvoldoende zijn geweest en had waarschijnlijk in de toekomst opnieuw tot aanzienlijke scheurvorming geleid. Op een aantal posities bleek de wapening bezweken te zijn en was de dwarskrachtcapaciteit ernstig gereduceerd door de scheurvorming.
Herbeoordeling en herstel
Om de opgetreden schade te kunnen duiden en herstellen, is een herberekening van de bestaande spanten uitgevoerd, waarbij de opgetreden zettingen als opgelegde vervormingen werden meegenomen. Op basis van deze herberekening bleek het schadepatroon goed te verklaren. Vervolgens is de capaciteit van het casco opnieuw beoordeeld en is de restcapaciteit gecombineerd met een hersteloplossing om het casco te versterken.
Hiervoor zijn op een aantal posities wapeningsstaven van Ø32 mm diagonaal in de constructie geboord (fig. 12). De aansluitingen met kolommen zijn versterkt en op een aantal locaties is aanvullende lijmwapening aangebracht voor momentwerking.
Figuur 11. Oude wapeningstekening liggers
Figuur 12. Versterkingen met ingeboorde wapening en lijmwapening
Betonherstel en reparatie
Naast de opgetreden zettingen in het bestaande casco, is het gebouw door de jaren heen op verschillende locaties flink aangetast door weersinvloeden en mechanische beschadigingen (foto 13). Met name de betonconstructie aan de Veerlaan was in een slechte staat. Op diverse locaties was de wapening bloot komen te liggen en was een aanzienlijk deel van de wapening door corrosie verdwenen (foto 14).
Foto 13 en 14. De betonconstructie aan de Veerlaan was in slechte staat. Op diverse locaties was de wapening blootgesteld en was een aanzienlijk deel van de wapening door corrosie verdwenen
Herstelplan
In samenspraak met een betonreparatiefirma is een herstelplan opgesteld, waarbij de slechte locaties in kaart zijn gebracht en hersteld. Voor de Veerlaan was dit het meest ingrijpend, aangezien op sommige plekken meer dan 50% van de wapening daadwerkelijk was verdwenen. Om dit veilig uit te voeren, zijn door IMd stempelplannen ontwikkeld ten behoeve van het herstel.
Het resultaat van dit herstel mag er zijn. De oude strakke betoncontouren steken mooi af bij de vakkundig gerestaureerd kozijnen in originele kleur (foto 15). Hierbij heeft de restauratiearchitect ervoor gekozen het ontwerp uit de jaren 50 zoveel mogelijk terug te brengen.
Foto 15. Herstelde betonconstructie aan de zijde van de Veerlaan
Interieur
Ook inpandig waren op verschillende locaties flinke schadepatronen aanwezig, waarbij de dekking van de in het beton aanwezige wapening op sommige plekken aanzienlijk was aangetast of zelfs in zijn geheel verdwenen (foto 16). Aangezien het binnenklimaat op deze locaties ervoor had gezorgd dat corrosie van de wapening nauwelijks aanwezig was, kon hier worden volstaan met het aanbrengen van nieuw spuitbeton om de wapening opnieuw in te betonneren en de krachtswerking van de constructie te herstellen.
Voor de opdrachtgever was het belangrijk dat de uitstraling van het pand tijdens het herstel intact bleef. Reparaties mochten zichtbaar zijn, maar de karakteristieke uitstraling van het betoncasco, dat al een leven achter zich had, mocht niet verloren gaan.
Foto 16. Inpandig waren op verschillende locaties flinke schadepatronen aanwezig
Glasdak
Het langs de Paul Nijghkade aanwezige glasdak in de dakconstructie met betonroedes bleek na inspectie in zeer slechte staat (foto 17). Herstel van deze fragiele betononderdelen werd onderzocht, maar bleek niet haalbaar. In overleg is gekozen voor de optie van herbouw in gelijke staat. Door het complete glasdak, inclusief de betonroedes, te verwijderen, kon een gelijkvormige constructie worden teruggebouwd met dezelfde uitstraling, maar met voldoende draagkracht en functionaliteit, met het oog op waterdichtheid (foto 18).
Foto 17. Het glasdak met betonroedes (rechtsonder) was in een zeer slechte staat
Foto 18. Het glasdak is in gelijke staat herbouwd
Inpassingen in de bestaande toestand
Voor de functionaliteit van het ontwerp zijn er in het bestaande casco enkele voorzieningen aangebracht in de vorm van tussenvloeren en aanvullende stabiliteitsvoorzieningen. De entresolvloeren zijn met aanvullende staalconstructies (spanten) in het casco ingepast (fig. 19). Het uitgangspunt hierbij was dat de aanvullende belasting minimaal was en werd opgenomen door de aanwezige kolommen en de paalfunderingen onder deze kolommen. Op deze wijze worden geen aanvullende buigende momenten in de aanwezige vloerbalken geïntroduceerd.
Vanwege de overspanningen van 14 m tussen de kolommen en 8,6 m haaks op de spanten, waren de benodigde stalen liggers fors. Deze steken echter niet af tegen de forse afmetingen van de betonbalken en kolommen van het originele betonnen spant.
Figuur 19. Staalconstructie ten behoeve van tussenvloeren
Inpassen tornado
Hoewel de plaatsing van de tornado geen onderdeel was van de herbestemming en restauratie van het bestaande pand, had dit uiteraard wel een grote impact op het project. Om de plaatsing mogelijk te maken, moesten er in het bestaande casco flinke aanpassingen worden uitgevoerd. Hij is geplaatst op een betonnen tafelconstructie (lobbybox), waarmee hij is losgehouden van de bestaande betonconstructie. Daartoe is in het hart van het gebouw een sparing gemaakt van 25 × 25 m2.
Om deze sparing te realiseren, moesten drie spanten worden ingekort en de krachtswerking van deze spanten worden herzien. Daarnaast zijn de funderingen geïnspecteerd om inzicht te verkrijgen in de mogelijkheid om nieuwe palen aan te brengen voor de fundering van de lobbybox.
Voor het realiseren van de opening in het bestaande casco zijn op het dakvlak platte stabiliteitsverbanden aangebracht om de schijfwerking van het dakvlak te versterken (foto 20).
Tevens zijn de kolommen die onder de ingekorte spanten aanwezig zijn, aan één zijde versterkt met lijmwapening om de gewijzigde krachtswerking in de kolommen te compenseren.
Om de staalconstructie voor de tornado aan te kunnen brengen, is er op het dakvlak van het bestaande casco een werkplatform gerealiseerd, waarop met lichte mobiele kranen hijswerkzaamheden konden worden uitgevoerd. Voor dit platform is een staalframe ontworpen, met daarop dragline-schotten. De belasting vanuit het platform is rechtstreeks ingeleid op de in het casco aanwezige betonkolommen.
Voor het opnemen van remkrachten en andere horizontale belastingen vanuit het werkplatform zijn in het bestaande casco aanvullende tijdelijke stabiliteitsvoorzieningen aangebracht.
Foto 20. Stabiliteitsverbanden op het dakvlak voor het realiseren van de opening in het bestaande casco
Inrichting van het dakvlak
Door de inpassing van de tornado, die ruim doorloopt boven het bestaande dak van de loods, ontstaat een mooi uitzicht op het bestaande dak. De vormgeving van het nieuwe dak is zodanig dat het ook een blikvanger is vanaf de tornado. In het ontwerp is gekozen voor het realiseren van een groene daktuin. De toelaatbare belasting op het bestaande dakvlak is echter bijzonder beperkt.
Het originele dakvlak uit 1923 is ontworpen voor een beschikbare dakbelasting van 140 kg/m², terwijl het nieuwe dakvlak uit 1958 is ontworpen voor een toelaatbare dakbelasting van 100 kg/m². Dit laat weinig ruimte over voor het aanbrengen van een groen dak van enige omvang.
Door een herberekening van het bestaande dakvlak uit te voeren aan de hand van NEN 8700, waarbij de statistisch bewezen draagkracht van het bestaande dak werd gebruikt, was een licht verhoogde toelaatbare belasting op het bestaande dak mogelijk. Hierdoor heeft de ontwerper van het dak een mooi uitzicht vanaf het uitkijkplatform van de tornado gecreëerd.
Naast de inrichting van de daktuin is over het dakvlak een vluchtweg gecreëerd, vanaf het uitkijkplatform van het tornadoplatform naar de beide vluchttrappenhuizen (oude liftschachten) van het museum. Voor dit vluchtpad is gebruikgemaakt van de in het dakvlak langs de Veerlaan aanwezige ‘harde’ oplegpunten van de oude kraanbanen, die in het verleden over het dak liepen.
Ook bij deze ingreep is bijzonder rekening gehouden met de optredende zettingsverschillen tussen het bestaande casco, de nieuwe constructie ten behoeve van de tornado en de losgezaagde (oude liftschachten) trappenhuizen.
Inrichting museum
Ook tijdens de inrichting van het museum ontstonden constructieve vraagstukken. Het inbrengen van zware museumobjecten over een kwetsbare vloer en het plaatsen van gevoelige museumstukken op locaties waar eigenlijk geen duidelijke draagstructuur aanwezig was om het object aan of op te verankeren, zijn zomaar twee voorbeelden van uitdagende situaties waarbij de creatieve inbreng van de constructeur nodig is om de artistieke wensen van het museum tegemoet te komen en te ondersteunen.
Aandachtpunten waren onder meer het ontwerpen van drukverdelende trollies om zware objecten over een vloer te transporteren waar eigenlijk geen zware puntlasten op kunnen worden geplaatst, en het vroegtijdig opnemen van constructieve voorzieningen in de vulvloer op de verdieping voor het plaatsen van kunstobjecten die nauwelijks raakvlak of oplegging op de omliggende constructie hebben. Dit zijn twee aspecten die een heel ander karakter hebben dan het herstel van een bestaand casco, maar wel bijzonder nuttig en noodzakelijk zijn bij het inrichten en realiseren van een museum.
Respect voor historie
De transformatie van de Fenixloods II is een voorbeeld van hoe oud en nieuw op een harmonieuze manier kunnen worden gecombineerd. De nieuwe functie als museum vereist niet alleen technische expertise, maar ook respect voor de historie van het gebouw. Door zorgvuldig om te gaan met de constructie en met oog voor detail, krijgt de Fenix-loods een nieuwe toekomst die zijn rijke verleden eer aan doet.
Reacties