Log in
inloggen bij Cement
Hulp bij wachtwoord
Geen account?
shop word lid
Home / Alle kennis / Artikelen

Duurzaamheid als missie - Interview Theo Salet

Constructeur van het Jaar (3) Arjan Habraken, Theo Salet - 22 juli 2021

Theo Salet werd in 2019 benoemd tot decaan van de faculteit Bouwkunde op de Technische Universiteit Eindhoven, waar hij tevens werkzaam is als hoogleraar Structural Design/Concrete Structures. Met Constructeur van het Jaar Arjan Habraken bespreekt hij de noodzaak van duurzaamheid, de rol van de universiteit, ontwikkelingen binnen zijn vakgebied en de weemoed naar zijn studententijd.

Constructeur van het Jaar

Eind oktober 2020 werden Arjan Habraken en Marijn Bruurs door VNconstructeurs uitgeroepen tot respectievelijk Constructeur van het Jaar en Talent van het Jaar. In Cement geven beiden gedurende een jaar hun visie op het vak. In deze derde aflevering gaat Habraken in gesprek met prof. Theo Salet.

Curriculum Vitae Theo Salet

Theo Salet (1962) studeerde in 1986 af aan de faculteit Bouwkunde van de Technische Universiteit Eindhoven. Hier promoveerde hij in 1990 op het constructief gedrag van schuimbeton in sandwichconstructies. Zijn loopbaan startte hij bij Intron, waar hij als onderzoeker actief was binnen de dochteronderneming Structural and Material Engineering.

In 1998 trad hij in dienst bij Witteveen+Bos. Als projectleider, senior constructeur en contractmanager was hij verantwoordelijk voor het ontwerp en het management van grote infrastructurele projecten en gebouwen. Later werd hij senior partner en gaf leiding aan de productmarktcombinatie Gebouwen. Op 1 juni 2019 werd hij benoemd tot decaan van de faculteit Bouwkunde op de TU/e, waar hij tevens werkzaam is als deeltijd hoogleraar Structural Design / Concrete Structures bij de afdeling Gebouwde Omgeving. Zijn onderzoek richt zich op het printen van beton. 

Hoe ervaar jij de noodzaak van duurzaamheidsontwikkelingen?

“Het is allereerst belangrijk dat mensen het als noodzakelijk zien. We gebruiken waanzinnig veel grondstoffen, die steeds meer uitgeput raken, de stikstofproblematiek en de uitstoot van CO2 zijn daar onlosmakelijk mee verbonden. Wereldwijd is die groei nog lang niet ten einde. Hoe gaan we dat met deze ene aarde doen? Duurzaamheid is wat mij betreft een missie. In alles wat je doet, zet je dat op de eerste plaats. Het is onze verantwoordelijkheid, ook naar volgende generaties toe. Als dat besef er nu nog niet is, hebben we nog heel wat werk te verrichten.”

“Er moeten 1 miljoen huizen worden gebouwd en 7,5 miljoen woningen worden gerenoveerd om de energietransitie te maken. Daar komt bij dat een groot deel van de huidige infrastructuur het einde van haar ontwerplevensduur bereikt. Daarmee is niet meteen het hele wegennet onbruikbaar, maar het roept wel op tot actie. De komende tien, twintig jaar ligt er een enorme bouwopgave op ons te wachten. Dit is het moment dat we echt een verschil kunnen maken. Als we het nu niet duurzaam aanpakken, zijn we te laat.”

Als je écht voor duurzaamheid gaat, dan doet dat pijn. Wie is bereid die weg in te slaan?

Waar moet de duurzaamheid vandaan komen?

“Het is een onderwerp waar veel over gesproken wordt. Maar hoé belangrijk vinden mensen het nou echt? Zijn we bereid om bedrijfsprocessen op een nieuwe manier in te richten, om voor andere materialen te kiezen? Neem Dorien Staal, directeur van Voorbij Prefab en voorzitter van de Betonvereniging. In haar speech tijdens de Betondag gaf ze aan dat ze zich schaamt voor beton en zich in de toekomst wil richten op hoe ze beton op een duurzame manier kan maken en verwerken. Ze maakte dat statement en is actief gaan kijken hoe ze dat kan realiseren en consequent door kan voeren. Dat is lef hebben en precies wat ik bedoel. Als je écht voor duurzaamheid gaat, dan doet dat pijn. Het kost aanvankelijk geld en aanpassingsvermogen. Wie is bereid die weg in te slaan?”

Hoe zie jij de hype met betrekking tot houtbouw?

“Een mooie ontwikkeling vind ik dat er meer en deels ook nieuwe materialen in beeld komen. Hout is daarvan een voorbeeld en een mooi materiaal. Wat me niet bevalt, is dat alles nu ineens van hout moet worden gemaakt. Waar haal je dat vandaan en is dit niet het begin van het volgende probleem? Als je in Nederland een boom wil kappen, ketenen zich daar tien mensen aan vast. We moeten al dat hout dus vooral uit het buitenland halen. Een slecht begin van de discussie over duurzaamheid wat mij betreft”.

“Laten we in plaats hiervan integraal nadenken over de vraag welk materiaal waarvoor te gebruiken. Welk materiaal is het meest geschikt voor een bepaalde toepassing en hoe kan ik dat materiaal duurzaam produceren, verwerken en hergebruiken? Circulair denken over de vraag of het beton in een gebouw of in een kunstwerk een tweede leven kan krijgen, of componenten herbruikbaar zijn. En als dat niet kan of het materiaal na breken opnieuw in een vergelijkbare toepassing kan worden ingezet”.  

Als je in Nederland een boom wil kappen, ketenen zich daar tien mensen aan vast

Wat is de rol van de universiteiten in de verduurzaming?

“Die is tweeledig. Door kennis te ontwikkelen en door deze kennis mee te nemen in het onderwijs. Daar zie ik voor een kennisinstelling als de onze een plek in de Triple Helix (samenwerking tussen overheid, ondernemingen en onderwijs, red.). Als de overheid een vraag articuleert, bijvoorbeeld de noodzaak tot verduurzaming, is het niet gezegd dat de industrie hier direct een antwoord op heeft. Het is dan aan de universiteiten om mee te denken, kennis te delen, waarna de industrie kan innoveren. De nieuwe kennis laten we vervolgens in ons onderwijs landen, waarna studenten die kennis weer breed mee de maatschappij in nemen.”

“Die Triple Helix ontstaat niet vanzelf, die organiseer je. Doe je dat niet, dan loop je het risico dat oplossingen te oppervlakkig blijven of dat universiteiten geweldige dingen bedenken, waar vervolgens niemand iets aan heeft.”

Als de bouw verandert, moet dan ook het onderwijs veranderen?

“Als faculteit Bouwkunde in Eindhoven zijn we sterk disciplinair gericht. Dat vind ik mooi, maar zullen we de organisatie ook een tweede dimensie geven? Een ecosysteem van disciplines van waaruit we samen gaan werken aan meer systemische vraagstukken? Alleen op die manier kunnen we oplossingen bedenken voor de complexe maatschappelijke thema’s zoals de energietransitie, mobiliteit of productiviteit. Ik zou graag meer betekenen als het gaat om maatschappelijke vraagstukken. Impactvol zijn op duurzaamheid red je niet met alleen architectuur, mechanica of bouwfysica, dat zul je in die crossovers moeten doen vanuit de disciplinaire kennis in ons vakgebied. En dan niet enkel binnen de eigen faculteit of universiteit, maar ook daarbuiten. Niet meer denken vanuit de discipline, maar vanuit een programmatische opgave. Het beste uit de mensen halen, door ze op deze grote uitdagingen bij elkaar brengen.”

Het beste uit de mens halen, hoe doe je dat?

“Door uit te gaan van talentontwikkeling van een individu. Op een universiteit en ook bij een bedrijf zijn er altijd basiskwalificaties waar iedereen aan moet voldoen. Maar door meer te denken en te handelen in termen van erkennen en waarderen, ontstaat er diversiteit die niet alleen het individu maar ook de groep ten goede komt. Een universiteit onderscheidt zich van andere vormen van hoger onderwijs door het doen van onderzoek en het verwerken daarvan in het onderwijs. Echter, lang niet iedereen heeft een talent om op beide gebieden even goed te excelleren. Richt je met name op je sterke kant en niet op je zwakte, dat kost alleen maar energie waar niemand iets aan heeft. Ontwikkel dus meer loopbaanpaden.”

Studenten leren, maar leren nog meer hoe te leren

Is al die kennisontwikkeling niet teveel voor een constructeur om te bevatten?

“Ja, maar het draait niet om kennis en kennisontwikkeling alleen. Op een universiteit leiden we mensen op die in staat zijn de kennis die ze op een moment nodig hebben in hun  loopbaan, te ontwikkelen of op te doen. Studenten leren, maar leren nog meer hoe te leren. Uiteindelijk leiden we op tot een graad van deskundigheid en bekwaamheid. Kennis is daar een belangrijk onderdeel van, maar er is meer. Het is net zo belangrijk om die kennis te leren gebruiken op een academisch, onderzoekend niveau. Dat is een houding die de studenten wordt bijgebracht en met die bagage is er nooit teveel aan kennis. Als we dit dan koppelen met het ontwikkelen van talent en de diversiteit die er ontstaat, kunnen we samen elke uitdaging aan. Als je iets niet weet, schakel je een specialist in. Als ik mijn auto bij de garage breng, weet ik toch ook niet wat de monteur onder de motorkap doet?”

Hoe gaan we die hogere graad van complexiteit dan bereiken?

“Nu ontwerpen we veelal bouwwerken met een redelijk uniek karakter. Als het om een museum of kunstobject gaat, snap ik dat. Maar als we in Nederland 1 miljoen woningen moeten bouwen, waarom gaan we er dan 1 miljoen ontwerpen? Dat kost zo ongelooflijk veel geld, zo’n woning is niet voor iedereen betaalbaar. Het duurt bovendien te lang om iedereen binnen een afzienbare periode een woning te kunnen bieden en er zitten natuurlijk nog foutjes in die inherent zijn aan een uniek product. Iedereen die zelf wel eens iets heeft gebouwd herkent dit denk ik wel. We moeten anders gaan denken. We moeten naar een systeem waarbij we in een hoogwaardige innovatieve maakindustrie producten/componenten maken en daarmee gebouwen ontwerpen. Zo gaat dat in vrijwel elke industrie, alleen in de bouw draaien we het om. Dat is mijn pleidooi, in de terminologie van vandaag de dag bekend als een beweging naar een industrie 4.0. De intelligentie zit al in de producten/componenten. Een gebouw slimmer maken begint bij de onderdelen en die vervolgens continu doorontwikkelen. Omdat de onderdelen kleiner in formaat zijn dan gebouwen en er meer van worden gemaakt, is het doorontwikkelen ook financieel haalbaar.”

Hoe kunnen we dan het proces van alle innovaties organiseren?

“We hebben verbinders en gravers nodig. De gravers verdiepen zich in de materie. Zo ontstaat er nieuwe disciplinaire kennis, waar we indien nodig een beroep op doen. Dat beroep komt vanuit de verbinders die open durven staan, nieuwsgierig zijn, meerdere lijnen aan elkaar kunnen knopen en de basisprincipes willen snappen. Dat zijn allemaal zaken die wij onze studenten moeten aanleren.”

Laten de steeds uitgebreidere normen nog innovatie toe?

“Als je naar vernieuwing wil, kun je jezelf niet helemaal laten voorprogrammeren met hoe het in de norm staat. Daar heb je niks aan. Je ziet gelukkig al dat normering in de tijd is verschoven van hoe je het moét doen, naar hoe je er gebruik van kunt maken. Maar nog steeds maakt normering verandering moeilijk. Tegelijkertijd ben ik zielsgelukkig dat we normen hebben en constructeurs weten hoe die te hanteren. Het is een groot goed waar we een hoog niveau van veiligheid aan te danken hebben. Willen wij innoveren – andere materialen gebruiken, nieuwe bouwtechnieken, optimalisatie, robotisering, 3D-printen – dan moeten we dat met elkaar doen. Ga als kennisinstelling naar de wetgever toe, betrek de industrie erbij en bespreek wat je van elkaar verwacht vanuit ieder zijn rol. De normen hebben hiervoor een geweldig mooie opening; als je het niet weet, mag je het aantonen. En dat is onze plek als universiteit.”

Vernieuwen is de norm los durven laten zeg je. Maar hoe waarborgen we dan de veiligheid?

“Dat is een goede vraag. Je bent direct geneigd de verantwoordelijkheid als rol bij iemand neer te leggen. Denk aan de hoofdconstructeur. Dat is ook een goede gedachte, maar is bij innovaties alleen niet voldoende. Als we buiten de grenzen van de normen komen, dan kan zo’n rol alleen werken als er gezamenlijk nieuwe kennis wordt opgebouwd en de constructeur zich veilig voelt buiten de gebaande paden te treden. Bij zo’n veilige omgeving hoort ook de mogelijkheid om te zeggen dat je het even niet meer weet. Het moment om een hulplijn uit te gooien en je van nieuwe kennis te laten voorzien of die zelf te ontwikkelen. Eén van de hulpmiddelen hierbij zijn numerieke modellen. Het is gereedschap dat, in goede handen, in belangrijke mate bij kan dragen aan het verkrijgen van inzicht in nieuwe ontwikkelingen. Het is de taak aan de onderwijsinstellingen om studenten al in de opleiding goed met die hulpmiddelen te leren omgaan, omwille van innovatie."

Zou je in deze tijd student willen zijn?

“Oh zeker, ik zou het graag nog een keer overdoen. Ik heb er afgelopen jaar weer even van mogen proeven. In de coronatijd liep het niveau van de studenten achteruit. Basale dingen wisten ze niet meer, het kwartje viel niet meer vanzelf. Aanvankelijk begreep ik niet waar dat vandaan kwam, maar toen besefte ik; ze missen elkaar. Normaal werken ze samen, leggen ze vragen aan elkaar voor. Dat kon niet meer. Ik heb toen een paar PhD-studenten gevraagd of zij wilden bijspringen, meedenken en meewerken met de groep alsof zij weer student waren. Zelf heb ik het ook gedaan. Niet vanuit de stafrol, maar veel meer als gelijken. Dat was waanzinnig leuk om te doen.”

Reacties

x Met het invullen van dit formulier geef je Cement en relaties toestemming om je informatie toe te sturen over zijn producten, dienstverlening en gerelateerde zaken. Akkoord
Renda ©2022. All rights reserved.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie AccepterenWeigeren