In de serie met rekenvoorbeelden waarin de diverse onderdelen van de Eurocode 2 worden toegelicht 1), is het nu de beurt aan staafwerkmodellen. Met twee voorbeelden, een van een wandligger en een van een console, wordt toegelicht hoe in de nieuwe norm met deze methodiek moet worden omgegaan.
Pagina 1
Staafwerkmodellen5200986
Staafwerkmodellen
In de serie met rekenvoorbeelden waarin de diverse onderdelen
van de Eurocode 2 worden toegelicht 1
), is het nu de beurt aan
staafwerkmodellen. Met twee voorbeelden, een van een wand-
ligger en een van een console, wordt toegelicht hoe in de
nieuwe norm met deze methodiek moet worden omgegaan.
Rekenvoorbeelden bij Eurocode 2 (6)
ning voor een wand waarvoor geldt l/h = 2: inwendige
hefboomsarm = 0,67h.
Opmerking:
Met VBC art. 8.1.4 voor een statisch bepaalde wandligger volgt
uit z = 0,2l + 0,4h < 0,6 l voor l = 2h een inwendige hefbooms-
arm z = 0,8h.
Uitwerking sterkte
Rekenwaarde van de betondruksterkte (EC2; art. 3.1.6(1) vgl.
(3.15)):
fctd =
acc fck
_____
?c
=
1 · 25_____
1,5
= 16,7 N/mm2
Betonstaal (EC2; art. 3.2.7(2) en tabel 2.1N & NB):
fyd =
fyk
__
?s
=
500____
1,15
= 435 N/mm2
Rekenwaarde van de druksterkte van typen knopen (EC2; art.
6.5.4(4) & NB):
gedrukte knoop:
druk-trekknoop met één verankerde trekstaaf:
druk-trekknoop met meer dan één verankerde trekstaaf:
Rekenvoorbeeld 1 (EC2, par.6.2) - Wandligger
Gegeven is de in figuur 1 getoonde statisch bepaalde wandlig-
ger. Zowel aan de boven- als aan de onderzijde grijpt een gelijk-
matig verdeelde belasting aan.
Uitgangspunten
Geometrie:
lengte wand = 5400 mm;
hoogte wand = 3000 mm;
wanddikte = 250 mm.
De wand wordt ondersteund door kolommen 400 x 250 mm2
.
De kolommen zijn voorzien van wapening 6Ø20.
Betonsterkteklasse C25/30.
Betonstaal B500.
Het gekozen staafwerkmodel is ook weergegeven in figuur 1.
Drukstaaf C2 bevindt zich 2,0 m boven het zwaartepunt van de
onderwapening. Hierdoor is de inwendige hefboomsarm gelijk
aan degene zoals die wordt gevonden uit een elastische bereke-
1
) De artikelenserie is vertaald en bewerkt door dr.ir.drs. René Braam
(TU Delft, fac. CiTG / Adviesbureau ir. J.G. Hageman BV) en afge-
stemd met Voorschriftencommissie 20.
s1Rd,max = k1?'fcd = k1 (1
fck
____
250
)fcd = 1,0 (1
25____
250
)· 16,7 = 15,0 N/mm2
s2Rd,max = k2?'fcd = k2 (1
fck
____
250
)fcd = 0,85 (1
25____
250
)· 16,7 = 12,8 N/mm2
s3Rd,max = k3?'fcd = k3 (1
fck
____
250
)fcd = 0,75 (1
25____
250
)· 16,7 = 11,3 N/mm2