In artikelen 6 en 7 uit de serie ‘Rekenvoorbeelden bij Eurocode 2’ is onder andere aandacht besteed aan de console. Zowel een korte als een lange console zijn besproken en met staafwerkmodellen ontworpen. In de uitwerkingen is het volledige staafwerkmodel opgezet en gedimensioneerd. Dat is een bewerkelijke exercitie. EC2 geeft aan dat het volstaat knopen bij krachtsinleidingen (bijv. oplegreacties en uitwendige belasting) te toetsen. In deze voorlopig laatste bijdrage in deze serie, wordt een verkorte, benaderende berekeningswijze voor de console besproken.
Dit artikel betreft de herziene versie van het artikel dat in het blad is geplaatst.
Pagina 1
Consoles4201058
Deze kracht is mede afhankelijk van de grootte van krimp- en/
of temperatuurveranderingen, de aard van het oplegmateriaal
en de grootte van de verticale kracht. De VBC beveelt aan uit te
gaan van een wrijvingsco?ffici?nt van 0,3 bij oplegvilt, 0,2 bij
oplegrubber en 0,1 bij glijdfolie.
De afstand van de verticale oplegreactie in de kolom tot de
rand van de kolom is geen vaste waarde. Volgens de VBC mag
hiervoor als benadering worden aangehouden:
1__
2
ab
maar niet meer dan 1/4 L en 1/4 hc binnen de rand van de
oplegging (fig. 1).
De inwendige hefboomsarm volgt uit de theorie voor de
gedrongen ligger. De VBC geeft als benadering:
z = 0,2 l + 0,4 h
z 0,8 l
Voor een console moet worden aangehouden l = 2 a. Dit bete-
kent voor de console uit figuur 1:
z = 0,2 . 2a + 0,4 hc = 0,4a + 0,4 hc
z 0,8 . 2a = 1,6a
Opgemerkt wordt dat in de VBC sprake is van een gedrongen
ligger als leff
2 h. Dat is dus een andere definitie dan degene
gehanteerd door EC2.
De benodigde trekwapening boven in de console volgt uit het
momentenevenwicht:
As =
MEd____
fyd z
=
(1/2 ab + av + 1/2 ab) Fd + (z + hc ? d) Hd_________________________________
fyd z
Een console is meestal te beschouwen als een gedrongen ligger.
EC2 verstaat onder een gedrongen ligger: een ligger waarvoor
geldt leff
3 h. Dit geldt ook voor consoles, waarbij leff
= 2 a en
h = hc
(fig. 1).
De console is dus als gedrongen ligger te beschouwen als
2 a 3 hc
, dus als a 1,5 hc
.
Voor een console geldt het in figuur 1 gegeven schema, waarin:
L is de totale lengte van de console;
hc
is de maximale hoogte van de console;
ab
is de breedte van het lastvlak;
a is de afstand tussen het aangrijpingspunt van de belasting
Fd
en het punt waar de verticale oplegreactie in de kolom
aangrijpt.
In figuur 1 is aangegeven dat naast een verticale kracht op de
console, ook een horizontale wrijvingskracht kan optreden.
Consoles
In artikelen 6 en 7 uit de serie `Rekenvoorbeelden bij Eurocode 2' is
onder andere aandacht besteed aan de console. Zowel een korte
als een lange console zijn besproken en met staafwerkmodellen
ontworpen. In de uitwerkingen is het volledige staafwerkmodel
opgezet en gedimensioneerd. Dat is een bewerkelijke exercitie. EC2
geeft aan dat het volstaat knopen bij krachtsinleidingen (bijv.
oplegreacties en uitwendige belasting) te toetsen. In deze voorlo-
pig laatste bijdrage in deze serie, wordt een verkorte, benaderende
berekeningswijze voor de console besproken.
Rekenvoorbeelden bij Eurocode 2 (13)
Afkortingen
EC2 = NEN-EN 1992-1-1
NB = Nationale Bijlage
1
) De eerste 11 delen uit de
artikelenserie zijn uit het
Engels vertaald en bewerkt
door dr.ir.drs. Ren? Braam
(TU Delft, fac. CiTG /
Adviesbureau ir. J.G.
Hageman BV). Het 12e en
dit 13e artikel zijn geheel
opgesteld door dr.ir.drs.
Ren? Braam en afgestemd
met Voorschriftencommis-
sie 20.