Constructeurs gaan gebukt onder een gebrek aan imago. Die mening wordt door velen gedeeld, vooral door bouwkundige constructeurs. Volgens Pieter van Boom zit een van de oplossingen in het begrip trots. “Wees eerst eens trots op jezelf, dan komt het imago vanzelf”, is zijn advies in zijn eerste column voor Cement.
Dit artikel is gratis toegankelijk.
In het dossier Columns Pieter van Boom vindt u al deze columns samen.
Pagina 1
Column 62011 65
column
Columns horen in mijn ogen wat
controversieel te zijn, te prikkelen.
De komende vijf edities van Cement
ben ik dus`de luis in uw pels'. U kunt
erop rekenen dat het behoorlijk zal
gaan jeuken!
Er gebeurt veel op het gebied van
constructeurs de laatste tijd. Allerlei
zaken die erom schreeuwen aan-
dacht aan te geven in een column.
Dat gaan we dus maar niet doen. Ik
wil deze serie graag gebruiken om
de trots op het vak en op onze bij-
dragen aan de maatschappij terug te
brengen.
Veel constructeurs vinden dat wij
gebukt gaan onder een slecht of
zelfs een totaal gebrek aan imago.
Dit is overigens een gevoel dat veel
meer bestaat bij bouwkundige con-
structeurs dan bij civiele construc-
teurs. Nu heb ik altijd geleerd: veran-
der de wereld en begin bij jezelf.
Dus eerst trots op jezelf (kunnen)
worden, dan komt dat imago van-
zelf.
Nederlanders kunnen erg slecht
omgaan met trots. Trots en hoog-
moed liggen blijkbaar te dicht bij
elkaar. Het is een begrip in onze cul-
tuur: doe maar gewoon, dan doe je
al gek genoeg. Vooral niet je hoofd
boven het gras van de polder uitste-
ken!
Constructeurs zijn in die zin Neder-
landers optima forma. Als geen
ander weten we onszelf en ons werk
te relativeren en zelfs weg te cijferen:
valse bescheidenheid, of wellicht
voelen we ons ook wel lekker in de
schaduw van anderen.
Toch is elke ouder trots op zijn kin-
deren, elke Nederlander (heimelijk?)
trots op onze open samenleving,
veel medewerkers trots op hun
bedrijf. Mensen hebben de neiging
trots te zijn op de groepen waarvan
ze deel uitmaken, omdat het een
identiteit geeft, het positief herken-
baar maakt.
Waarom zijn constructeurs dan zo
weinig openlijk trots op hun vakge-
bied en hun vakbroeders?
Misschien omdat we ons nog niet
zozeer een onderdeel van een groep,
een identiteit, voelen? Ik spreek de
hoop uit dat de Vereniging Neder-
landse Constructeurs daarin veran-
dering gaat brengen (allemaal van-
daag lid worden!).
De vorige columnist heeft het vaak
gehad over de`geuzennaam con-
structeur'. Een geuzennaam (`les
gueux') is een naam die initieel als
kwetsend en denigrerend is bedoeld
en die vervolgens met trots wordt
gedragen door de groep zelf. Ik
geloof niet dat veel mensen het
woord constructeur als kwetsend
ervaren, maar erg trots word je er
ook niet van blijkbaar.
Vooral de laatste tijd zie je toch veel
pogingen de beroepsnaam te bekle-
den met een dun laagje bladgoud
(of is het klatergoud?), zoals register-
constructeur, hoofdconstructeur,
registerontwerper of constructief
ontwerper.
Hiermee geven we impliciet aan dat
we een opleiding hebben genoten
die onvolledig was en dat we daar-
om aanvullende cursussen hebben
gevolgd. Of we proberen ermee aan
te geven dat we vooral d?t deel van
het bouwproces waar nog geen aan-
nemer aan tafel zit, het leukst vin-
den. Niet echt iets om trots op te
zijn!
Maar het zijn wel pogingen om een
groep en daarmee een identiteit te
cre?ren. Daar is kennelijk wel
behoefte aan. Behalve dat je trots op
je groep kunt zijn, is het gezond om
dat calvinistische juk wat losser te
maken en ook trots op jezelf te gaan
worden. Daarbij hoort dat je jezelf
ook wat etaleert. Maak je meerwaar-
de zichtbaar.
De momenten waarop ik, als con-
structeur, trots was op mezelf, waren
vooral die keren dat ik kon ontdek-
ken dat de oplossing die ik bedacht
had achter m'n bureau, ook werkelijk
gebouwd kon worden. Nog hoger
steeg ik in mijn eigen achting wan-
neer de aannemer, als feitelijke afne-
mer van al die stapels papier van mij,
mij vertelde dat hij het een goede
oplossing vond. Volgens mij herken-
nen we dit allemaal wel.
Wij constructeurs hebben nog wel
eens de neiging te vergeten dat bij
ons de klant (architect, ontwikkelaar)
en de feitelijke afnemer van ons pro-
duct (de aannemer) vaak verschil-
lend zijn.
Er wordt geklaagd dat de klant elke
poging van ons om de bouwplaats
te bezoeken en te controleren, pro-
beert te verhinderen. Bijna standaard
worden deze zaken uit de opdracht
`wegbezuinigd'. De klant ziet dus
geen meerwaarde in een construc-
teur op de bouwplaats! Pak eens een
goede spiegel, kijk er in en bedenk
waarom dat zal zijn...
Wellicht hebben te veel construc-
teurs gedacht dat ze kunnen vol-
staan met vooral actief te zijn in de
ontwerpfase. De uitvoeringsfase is
immers vaak verliesgevend. Ik ver-
moed dat er inmiddels veel`con-
structeurs'rondlopen die nooit seri-
eus kennis hebben kunnen nemen
van hoe er gebouwd wordt. En dat is
bijzonder jammer, want die bouw-
plaats is toch echt de bestemming
van al onze idee?n, onze creativiteit,
ons product. D??r ligt ook de poten-
ti?le meerwaarde van ons vak.
Naar mijn overtuiging moeten we
daar dan ook onze trots zien te vin-
den.
Trots op ons!
Pieter van Boom
Ir. Pieter van Boom is algemeen
directeur van Ingenieursbureau
Bartels, een middelgroot ingeni-
eursbureau met 300 medewerkers
in zes landen. Hij heeft ruim twintig
jaar als constructeur meegewerkt
aan diverse bouwwerken, waarvan
vele ook internationaal. De
komende vijf edities van Cement is
Van Boom onze columnist.