Bouwer is verantwoordelijk
Wanneer u mij een beetje kent, weet u dat ik een Bouw- en Woningtoezichter in hart en nieren ben. Ik geloof in de rol die door BWT wordt uitgevoerd. Toch is er de laatste 30 jaar veel veranderd.
Pagina 1
Column 12010 53
column
Wanneer u mij een beetje kent, weet
u dat ik een Bouw- en Woningtoe-
zichter in hart en nieren ben. Ik
geloof in de rol die door BWT wordt
uitgevoerd. Toch is er de laatste 30
jaar veel veranderd.
In 1980 stond er in de Woningwet
dat iedere gemeente een dienst
Bouw- en Woningtoezicht moest
hebben, die tot taak had`de Woning-
wet ten uitvoer te brengen'. In de
praktijk betekende dat dat de amb-
tenaren van BWT alles deden: ver-
gunningen verlenen, toezicht hou-
den op de bouw en het opsporen
van gebreken aan panden. Vooral bij
die laatste taak kon het soms erg ver
gaan. Zelfs sloop van een pand`van
gemeentewege'kwam voor. En iede-
re gemeente had zijn eigen manier
van werken, zelfs zijn eigen regeltjes.
Tegenwoordig dragen Burgemeester
en Wethouders zorg voor de
bestuursrechtelijke handhaving van
de Woningwet. Zij moeten daartoe
ambtenaren aanwijzen. De eigen
regeltjes zijn er (bijna) niet meer. We
hebben nu het Bouwbesluit, het
Gebruiksbesluit enz. Dit zijn allemaal
Algemene Maatregelen van Bestuur
waarnaar de Woningwet direct of
indirect verwijst.
Wat een veel grotere verandering is,
is de expliciete aanwijzing van de
verantwoordelijkheid van de eige-
naar van een bouwwerk (of bouwer).
Hij moet ervoor zorgen dat geen
gevaar of onveilige situatie ontstaat
dan wel voortduurt als gevolg van
de staat van dat bouwwerk of het
bouwen ervan. Dit geldt voor alle
bouwwerken, ook die waarvoor
geen bouwvergunning nodig is.
Hiermee wordt voor het eerst de
eigen verantwoordelijkheid van de
bouwer tot uiting gebracht.
Wat is nu de rol van Bouw- en
Woningtoezicht? In wezen is die rol
niet veranderd. Nog steeds houden
wij er toezicht op dat een bouwwerk
niet in een staat komt (blijft) die
onveilig is, dan wel gevaar oplevert
voor de gezondheid. De manier
waarop wij dat toezicht houden is
wel aan het veranderen.
Wat in de milieuwetgeving al jaren-
lang gebruikelijk is, wordt momen-
teel ook ingevoerd in de bouwwet-
geving. Burgemeester en Wethou-
ders moeten jaarlijks hun voorne-
mens bekend maken hoe het
komende jaar uitvoering zal worden
gegeven aan de bestuursrechtelijke
handhaving van de Woningwet. In
dit beleid kunnen allerlei speerpun-
ten of zogenaamde gebiedsgerichte
controles worden opgenomen. Voor
het`normale'werk kan de diepgang
van toetsen en controles in dit hand-
havingsbeleidplan worden vastge-
legd.
Voor dat normale werk maken steeds
meer gemeenten gebruik van proto-
collen. Zo heb je het Toetsprotocol
CKB-online, een geautomatiseerd
systeem, waarmee bouwaanvragen
worden getoetst aan het Bouwbe-
sluit en bouwverordening. Voor de
controle op de bouwplaats is er het
(integraal) Toezichtprotocol. In dit
protocol wordt met 28 toetsmomen-
ten een bouwwerk gecontroleerd.
Van elk van die toetsmomenten kun-
nen gemeenten hun eigen diepgang
van de controle vastleggen voor
diverse gebouwcategorie?n. Daar-
naast wordt op dit moment een con-
structieprotocol ontwikkeld. Ook dit
protocol moet leiden tot een trans-
parante keuze in wat moet worden
gecontroleerd en met welke diep-
gang.
Al deze protocollen hebben ??n ding
gemeen: er wordt heel nadrukkelijk
niet meer volledig gecontroleerd. In
de handhavingsbeleidplannen zal
ongetwijfeld worden vastgelegd hoe
het toezicht op de vrije bouwwerken
zal plaatsvinden. Want vergeet niet:
er is hier weliswaar geen bouwver-
gunning meer voor nodig, maar het
bouwwerk moet wel aan de bouwre-
gelgeving voldoen. En de Woning-
wet is er heel duidelijk in: of een
bouwwerk voldoet aan de bouwre-
gelgeving is de verantwoordelijkheid
van de eigenaar.
Zelf zie ik deze veranderingen met
wisselend gevoel gebeuren. Aan de
ene kant het loslaten van het ver-
trouwde, aan de andere kant een
veel professionelere uitvoering van
de taak. En dat laatste is nodig. Ik
ben er nog steeds van overtuigd dat
bouwen in Nederland niet zonder
controle en toezicht kan. En ik ben
ook van mening dat die controle
door onafhankelijke instanties moet
worden gedaan. Dat kunnen
gemeenten zijn (maar dat moet dan
wel professioneel) of andere partijen
(maar wel volledig onafhankelijk). En
dan ben ik toch voor die gemeente-
lijke ambtenaar, die zo lekker betrok-
ken is bij de stad of dorp waarin hij
werkt!
Bouwer is verantwoordelijk
Joop van Leeuwen
Ing. Joop van Leeuwen is Team-
leider Toezicht & Constructie bij
Stadsbeheer Gemeente Almere.
Sinds 1995 is hij tevens voorzitter
van het Centraal Overleg Bouw-
constructies (COBc).
Dit is zijn vijfde en laatste column
voor Cement.